Categorie archief: Uncategorized

Oudjaarsoverpeinzing. 2013

Er is een verschil tussen welvaart en vrijheid. Natuurlijk kan een schrijnend gebrek aan welvaart op zichzelf al een verstikkende beperking betekenen van je persoonlijke fysieke vrijheid, dat wil zeggen om, binnen redelijke en ethisch gedefinieerde gedragsregels, te doen en te laten wat je wilt. Nog geen vierhonderd jaar geleden waren de meeste mensen bijna de godsganse dag bezig met het produceren en vergaren van voedsel voor zichzelf en voor anderen. Dat betekende de facto een enorme beperking van de fysieke vrijheid. Om dat soort fysieke vrijheid gaat het mij echter niet. Mij gaat het om de geestelijke vrijheid en de relatief geringe vorderingen die we sedert de industriele revolutie gemaakt hebben daar waar het zou moeten gaan om het verkrijgen van die werkelijke geestelijke vrijheid. Qua welvaart en materiele vooruitgang zijn we er enorm op vooruit gegaan. De spectaculaire toename van de materië welvaart bracht ongetwijfeld een betere gezondheid, minder agressie en geweld en meer cultuur voor vrijwel alle westerse mensen. Maar tegelijkertijd heeft deze gigantische toename van kwantiteit en kwaliteit van bezit ons nog hechter vastgeklonken aan de kudde, aan de groep. Op een geraffineerde en vaak perverse manier, wordt in onze samenleving een illusie van geestelijke vrijheid in stand gehouden door de huidige machthebbers. Een illusie die op perfide wijze in stand wordt gehouden door het fenomeen van “het brood en de spelen” en de sluipende “commerciële” conditionering die daar onlosmakelijk aan verbonden is. Er is dus sprake van een werkelijkheid waarin grote groepen mensen worden gehersenspoeld door middel van, meestal commercieel geinstitutionaliseerde, groepsdwang. Een groepsdwang die op een perfide wijze wordt geregisseerd door de almachtige economische elite met behulp van de door van hen afhankelijke marketeers, bestuurskundigen en economen. Deze specialisten creëren en bestendigen, in opdracht van eerdergenoemde mondiale economische elite, een bepaalde “Way of Life” voor de grote economisch afhankelijke massa, die er slechts op gericht is het bezit, de macht en de status van de super rijken te vergroten. Het grote misverstand in deze is, volgens mij, dat die enorme toename van materiele welvaart gedurende de afgelopen vierhonderd jaar en de daarmede samenhangende fysieke vrijheid, een navenant toegenomen geestelijke vrijheid zou impliceren. Het tegendeel is mijns inziens waar. De gestandaardiseerde, conformistische en min of meer egalitair denkende consumptieverslaafde van nu is juist het resultaat van de industriele revolutie en de daardoor veroorzaakte explosie van materiële welvaart. Het heeft de westerse mens min of meer geestelijk gerobotiseerd. Het maakte de mens tot een inwisselbare anonieme productiefactor. Het maakte de mens steeds meer tot een middel dat rijken en machtigen (mis-)bruikten om hun materiele doeleinden na te streven. De eigenstandige mens als ultiem doel van denken en handelen verdween daarmede naar de achtergrond. De mens werd meer en meer gezien als een voorwerp, een anonieme productiefactor. Dat kon, denk ik, ook niet anders. Charles Darwin en Herbert Spencer (op zijn eigen wijze) hadden de mechanismen aangetoond die de dynamiek van het menselijk denken en handelen beheersen. Een “Struggle for Life”, in welks verlengde zich slechts niets ontziende bezitsdrang en brute machtswellust bevinden. Het adagium van het latere neoliberalisme.

 

Deze liefdeloze bezitsdrang en machtswellust leidt ertoe dat deze wereld steeds minder geschikt zal worden voor menselijke bewoning. Het signaleren en bekritiseren van deze destructieve ontwikkeling wordt door de echte rijken en machtigen der aarde afgedaan als pessimistisch doemdenken. De natuurvernietigers en hebzuchtige hogepriesters van het grootkapitaal op deze planeet glorifiëren hun nihilistische en baatzuchtige levenshouding en noemen zichzelf optimistisch de redders van de wereld. Hoe ironisch kan de werkelijkheid zijn!
De meeste mensen weten niet – gelukkig maar voor hen – dat ze in steeds heftiger mate geconditioneerd raken, nooit tevereden, steeds meer verslaafd aan het onophoudelijk excessief consumeren, steeds meer verslaafd aan moderne communicatietechnieken en een steeds williger een prooi voor de neoliberale roofdieren van deze wereld. Ik vind dat geen prettig idee en ik vind dat de mens tegen deze ontwikkeling in opstand dient te komen. Maar, en zoveel is mij inmiddels wel duidelijk, er zijn miljarden mensen die geen moeite hebben met deze gang van zaken. Zij genieten, hangen een ongebreideld, onethisch hedonisme aan en worden daar, zoals de statistieken van het leven van alledag laat zien, niet echt gelukkig van.
Het verhaal, of liever gezegd, de utopie van de werkelijk vrije mens is een hoopvol verhaal, maar volstrekt onbereikbaar, zoals een goede utopie betaamt. De mens is kwetsbaar en onnozel en dat zal wel altijd zo blijven.

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Kerstgroet aan alle OBA-gangers.

Prettige kerstdagen.

Prettige kerstdagen.

 

 

Vanaf mijn blogspot wens ik iedereen een prettig kerstfeest toe, en vrede, en vriendelijkheid, en tolerantie, en zelfinzicht, en erbarmen en wat niet al. Mijn motto voor kerstdagen: |”Minder praten, meer doen”.

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Jan Amos Comenius.

Comenius

Comenius

De invloed van Jan Amos Komensky oftewel meneer Comenius is best groot, vooral op pedagogisch en didactisch gebied. Dus ik dacht laat ik eens wat van meneer Comenius lezen. Het werd zijn “Unum Necessarium”, zijnde het laatste belangrijke boek dat hij schreef vlak voor zijn dood. Het bevat vnl vermaningen. Meneer Comenius was een uiterst godsvruchtig man. Ik heb niets met deze godsvrucht, maar zijn ethiek is des te interessanter en tot op de dag van vandaag actueel. Hieronder volgen enige aantekeningen die ik naar aanleiding van hert boek heb gemaakt.  De een zal het interessant vinden de ander zal er bij in slaap vallen. Ieder zijn meug!!

COMENIUS. JAN AMOS KOMENSKY

Amos johannes Comenius, ofwel Komensky, werd op 28 maart 1592 geboren in Nivnicz in Moravië Bohemen. Hij bezocht de Latijnse school van Prerov en later de universiteit van Herborn. In 1613 ging hij theologie studeren aan de universiteit van Heidelberg. Vanwege de Boheemse opstand in 1618 en na de slag bij de Wittenberg moest hij, als protestant (volger van Johannes Hus), Bohemen ontvluchten en zwierf hij vervolgens door heel Europa (Polen, Zweden, Hongarije, Engeland, De Republiek, Pruissen etc.) Hij was een zeer productief en ijverig schrijver. En een groot geleerde. Hij stierf op 15 november 1670 op 78 jarige leeftijd in Amsterdam en werd in Naarden begraven (Waalse Kerk).

Het leven en levenswerk van Comenius valt samen met het begin van de Moderne Tijd, een periode in de geboekstaafde geschiedenis die de meest betekenisvolle veranderingen voor de mensheid met zich meebracht. Binnen de feodale maatschappij begonnen kapitalistische tendensen vorm te krijgen. Handel en bedrijf ontwikkelden zich in grote mate, en de bewoners van de steden – de burgerij – werden een belangrijke politieke factor waarop het centrale, koninklijke gezag in hoofdzaak moest steunen in zijn strijd tegen de macht van de feodale adel. De boerenbeweging ontwikkelde zich gelijktijdig met het conflict tussen de edelen en de burgerij. Op het moment dat dit gebeurde, leefden de lijfeigenen in extreem ellendige omstandigheden. Zij werden onderdrukt en uitgebuit.

Samenvatting Unum Necessarium.

1.

De gehele wereld wordt met allerlei overbodigheden overstelpt, met bezwaren vermoeid en in haar bedoelingen teleurgesteld. De mens houdt zich op drieerlei wijzen met de wereld bezig. Hij onderzoekt het wezen van de dingen, hij bewerkt de dingen om ze voor gebruik geschikt te maken en hij gebruikt/geniet de dingen. Hij gaat echter ook gebukt onder drieerlei ongeluk. Ten eerste het verstandelijk kennen is niet vrij van begoocheling, dwaling en bedrog. Ten tweede, het handelen is dikwijls weifelend, verkeerd en onvast. Ten derde, de genieting brengt teleurstellingen en een steeds nieuw en ondragelijker honger en dorst naar nieuwe voorwerpen van onze begeerten.

Comenius hanteert als leitmotiv in dit geschrift de mythen over de Minotaurus, over Sisyphus en over Tantalus. De mythe over de Minotaurus wordt als een allegorie gebracht door Comenius. Hij beweert dat de verborgen bedoeling van het verhaal nog duidelijker wordt indien wij onder Minos God verstaan, de verborgen heerser van het heelal en onder Pasiphaë zijn evenbeeld, de mens. Toen de helse stier, Satan, haar tot echtbreuk verleid had, baarde Pasiphaë het ongure monster, de Minotaurus, zijnde de aardse wijsheid, een voortbrengsel van goddelijk en duivels zaad.

De gehele wereld is één groot labyrint, dat talloze kleinere omsluit, zodat er niemand is die niet in een of meerdere daarvan heeft gedwaald.

Ook zijn wij allen Sisyphus – mensen. Al onze werken zijn Sisyphus – stenen.

En wat te denken van Tantalus! Tantalus die wegens zijn zwelgerijen en /of zijn kwaadsprekerijen veroordeelt werd tot eeuwige honger en dorst. De les voor de mens: wie het sterkst smacht naar rijkdom, macht, eer, genoegens of andere begeerlijkheden, lijdt de grootste honger en dorst omdat zijn genietingen en begeerten geen werkelijke verzadiging kennen. Al die wellustelingen, eerzuchtigen en hebzuchtigen, zoveel als de aarde voedt, zijn tot eeuwige honger en dorst veroordeelde Tantalussen. De heer Comenius trekt hier wel een heel grote broek aan vind ik. Maar als je God als alfa en omega ziet van alles dan krijg je dit natuurlijk. Dus, volgens heer Comenius, wee hem die in het uur van sterven niet in staat is de last van de zonde af te leggen.

Ook de geleerde filosofen zijn er, volgens Comenius, niet in geslaagd om dichter bij de kern van de waarheid des levens te komen. Zij kunnen de waarheid, de waarachtige leefwijze uiteindelijk niet duiden.

Kortom, zo oud als de wereld zijn de drie ziekten die het menselijk geslacht doorlopend vergezellen: de voortdurende dwalingen van het kenvermogen, de eindeloze vermoeienis van alle krachten en de schier onophoudelijke teleurstellingen van de begeerten.

De heer Comenius is een zeer gelovig mens. Volgens hem is er maar één oplossing, namelijk: slechts de weg die god wijst, leidt ons uit het vervloekte labyrint der zinsbegoochelingen en begeerten, dus weg uit de valstrik van al het onnodige.

2.

Alle verwarringen in de wereld hebben slechts een oorzaak, de mens kan niet het nodige van het onnodige onderscheiden,waardoor hij het nodige voorbij gaat en zich bezighoudt met het onnodige en daarin verward en verstrikt raakt. De mens kan volgens Comenius, en ik denk dat hij daar een punt heeft, het waardevolle niet van het waardeloze scheiden. Het nuttige van het onnuttige. De mens gaat niet waarheen hij moet gaan, maar loopt als kuddedier (en dit is beslist actueel) waarheen de gehele wereld gaat. Dat was toen kennelijk zo, maar is nu nog veel meer van toepassing gezien de toegenomen communicatiemogelijkheden.

Men is gewoonlijk vol belangstelling voor de zaken van anderen, maar zonder zorg voor de eigen zaken. Nog verwonderlijker is dat men zich bekommert om kleinigheden die niets tot het geluk bijdragen, maar niet let op de gewichtige zaken waarvan leven en welzijn afhangen. De splinter in het oog van vreemden ziet men en men beijvert zich die uit te trekken, maar de balk in het eigen oog ziet men niet.

Okay, even pas op de plaats. Meneer Comenius praat wel heel erg gemakkelijk over goed en kwaad. Over ethiek dus. Hij kan dat doen omdat hij de goddelijke bijbelse ethiek als de hem geopenbaarde waarheid ziet. Als je het wetenschappelijk – filosofisch wilt benaderen ligt de zaak mijns inziens toch echt wel iets moeilijker. Dit is natuurlijk de moeilijkheid door het hele boek heen. Voorwaarde voor en basis van de absolute waarheid hier is het vaste geloof in God, de bijbel zelf en de daaruit voortvloeiende geopenbaarde waarheden (de tien geboden bijvoorbeeld). Laat onverlet dat zeer veel wat meneer Comenius schrijft, met name zijn leefregels, zijn normen en waarden, ook op humanistische gronden, zonder meer, voor iedereen zeer behartenswaardig is.

In dit tweede hoofdstuk schrijft meneer Comenius ook hele verstandige dingen over “macht”. Hij schrijft dat de menselijke natuur nooit de vrijheid los laat die haar bij de schepping is gegeven. De menselijke natuur kan slechts tegen haar wil worden onderdrukt en poogt steeds daaraan te ontkomen. Degenen die eenmaal voldoening in heersen hebben gevonden (bijvoorbeeld de huidige zelfbenoemde “natuurlijke” leiders) zullen altijd weer geweld (psychisch en/of fysiek) gebruiken en nieuwe listen en kuiperijen uitdenken om blijvend te kunnen heersen. Heerszucht, machtswellust is oorzaak van de oorlogen tussen mensen, oorzaak van alle bedrog en arglistigheid. Meneer Comenius is zelfs uiterst modern en vooruitstrevend als hij zegt dat er voor het beheersen van de menselijke natuur slechts één ding nodig is: een zachte leiding. Geweld, dwang, bedrog en arglistigheid zijn verkeerde middelen om het met verstand begaafde creatuur tot gehoorzaamheid te brengen. Als je dit projecteert op onze moderne tijd zou je meneer Comenius kunnen scharen onder de geitenwollensokkenridders. Diezelfde “rekkelijken”, waarvan onze contemporaine neoliberale hardliners, onze huidige liefdeloze economische elite, nou net zo’n afkeer hebben.

Ook spreekt meneer Comenius in dit hoofdstuk, helemaal aan het einde, over gierigheid. Hij heeft het over mensen die hun gehele leven besteden aan het bijeenschrapen van geld en bezit. De gierigaard weet in zijn rijkdom geen maat te houden en verzamelt aan tijdelijke bezittingen meer dan hij werkelijk nodig heeft. Hij vermeerdert met deze overtollige zaken de zorgen en lasten van het leven. En dan komt het…., dit slaat helemaal op mij: doen sommige geleerden (nou ja, een geleerde ben ik natuurlijk niet, althans dat vind ik zelf niet) anders wanneer zij in grote aantallen boeken, die het huisraad der geleerdheid zijn, opeenhopen en vele daarvan misschien nooit open slaan. Ja, dat komt wel hard aan.

3.

Hoofdstuk waarin bewezen wordt hoe noodzakelijk de kunst is om het nodige van het onnodige te onderscheiden en waarin wordt aangetoond wat wij onder het nodige verstaan, waarom bij alles het ene nodige gezocht moet worden en hoe men het zoeken moet.

De mens weet geen verschil te maken tussen het nuttige en het schadelijke. Sinds Adam en Eva door God uit het paradijs zijn gegooid zijn de dwalingen en labyrinten steeds veelvuldiger geworden. Volgens meneer Comenius is een goede gids nodig om ons de weg te wijzen (ik heb zo’n donkerbruin vermoeden wie die gids is). En nu komt het! Nu gaat Comenius iets zeggen waar ik het helemaal mee eens ben: De mens moet tot eenvoud terugkeren wil hij aan het verderf ontkomen.

Veel mensen houden zichzelf voor de gek. Veel mensen menen de vaardigheid te bezitten om zich door de veelheid van hun bezit en hun bezigheden niet te laten beheersen. Het advies luidt: vermijd veelsoortigheid en voorkom een te groot zelfvertrouwen. De begrippen Marthazorg en Mariazorg worden dienaangaande door de heer Comenius geintroduceerd.

Het gaat dus om het streven naar het ene nodige. Wat is het nodige? Hoe kan men er over spreken? Hoe kan men het vinden.

Comenius vindt dat je zonder het enige nodige niets kunt bereiken of tot stand kunt brengen. Het is het fundament waarop het hele bouwwerk rust. Het is altijd nodig om onderscheid te maken tussen het wezenlijke en het bijkomstige, tussen het nodige en het niet noodzakelijke. Wat boven het strikt nodige gaat is overtollig, nutteloos, ongepast.

Maar…………hoe laat zich het ene nodige in de grote massa van onnodige zaken opsporen? Wat moet men doen? Welaan, meneer Comenius begint daartoe met het volgende|: men moet nauwkeurig weten waartoe iets dient en vervolgens het doel en de geschikte middelen om dat doel te bereiken, vaststellen

4.

Het voorschrift van Christus omtrent het ene nodige moet noodzakelijk in acht worden genomen omdat alleen dit de uitweg uit de labyrinten der wereld wijst, de lasten die de wereld oplegt lichter maakt en de honger van de wereld verzadigd. Christus zelf heeft dit voor alles in toepassing gebracht en door woord en voorbeeld onderwezen.

Men kan verwarringen en onheil die uit onberaden handelen voortkomen vermijden wanneer men nalaat zich in onnodige zaken te mengen. Men dient zich in alles op het ene nodige toe te leggen, dit zoveel mogelijk tot de oorspronkelijke eenheid terug te leiden en op deze eenvoudige weg voort te gaan. Hoofdzaken van bijzaken scheiden dus naar importantie van inhoud. Hij die niet streeft naar onnodige, noch naar te veel zaken, hoe noodzakelijk deze ook schijnen, en zich tevreden stelt met het bestaande zal nauwelijks verstoord zijn als hij in zijn verlangen wordt teleurgesteld, want hij weet vooruit zijn wensen te matigen. Zie hiertoe ook de lering van die oude wijze romein de heer Epictetus, stoïcijn uit de tweede eeuw na Christus.

De heer Comenius vindt zijn voorbeelden in de heilige schrift, vaak in het leven van Jezus Christus. De heer Comenius is namelijk een uiterst gelovig mens. Hij zegt Jezus na: ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg mij! Er moet dus wel een beloning in de vorm van een prachtig en eeuwig hiernamaals tegenover staan. Er is dus geen sprake van totale belangeloosheid. Bij zorgen die samen hangen met het beroep dat iemand uitoefent zegt Comenius: doe wat ge te doen hebt en schuif de hindernissen terzijde. Dat lijkt mij makkelijker gezegd dan gedaan. Ook leert Christus ons dat we onze begeerte niet op onnodige zaken moeten richten. Laat u niet verleiden tot het alleen maar nastreven van allerlei oppervlakkige en vluchtige flauwekul, zoals geld, bezit, macht, hogere sociale status. Zaken die even zo gemakkelijk weer verdwijnen als sneeuw voor de zon. Richt uw aandacht op duurzame, stichtende en nuttige zaken, zoals naastenliefde, vrede, harmonie en vaardigheden die onontbeerlijk zijn voor persoonlijke zelfvoorzienendheid. Hiertoe is het noodzakelijk dat men over een standvastig gemoed beschikt, dat men ruggengraat heeft, compassie en erbarmen heeft met zijn medemens, en dat men in staat is de wereld tot op zekere hoogte te verzaken Het is, al met al, dus belangrijk dat men zijn begeerte niet op onnodige zaken richt.

Meneer Comenius zegt dat wij slechts het ene nodige kunnen doen als wij een vast geloof in God en Jezus Christus, zijn zoon, hebben. Ik vraag mij af of deze religieuze voorwaarde absoluut nodig is om hier op aarde het goede, het ene nodige, te doen. In mijn eigen conclusie kom ik hier op terug.

5.

Met enkele voorbeelden wordt aangetoond op welke verstandige wijze ieder mens de stelregel van Christus betreffende het ene nodige op zichzelf kan toepassen opdat het hem in zijn gehele leven en na zijn dood goed zal gaan.

Allereerst dient men zichzelf goed te kennen. Men heeft zichzelf het nodigst, hetgeen betekent dat men zichzelf moet leren doorvorsen en beheersen en dat men zijn krachten tot eigen voordeel kan aanwenden.

De mens moet zich meer op zichzelf verlaten dan op andere schepselen en meer vreugde in zichzelf zoeken dan bij anderen. “Wees uzelf tot wereld en zoek uzelf niet in de wereld buiten u.

Als de mens zichzelf weet te regeren zal hij ook een andere mens weten te regeren omdat deze van gelijke natuur is en een gelijke leiding nodig heeft. Dus, zichzelf te kennen, te regeren, te bezitten en ten nutte te zijn, is voor de mens het allernodigst. Ook hier kom ik later op terug, want ik stuit hier toch een beetje op een tegenstelling, een tegenspraak.

Meneer Comenius stelt: Geluk moet de mens meer van zichzelf en van hetgeen de grondslag van zijn wezen uitmaakt – lichaam, geest en ziel – verwachten, dan van uiterlijk ondergeschikte zaken zoals voedsel. Kleding, huisvesting, vermogen, gunsten en dergelijke toegiften van het leven. “Ge handelt wijs indien ge hetgeen tot de grondslag van uw wezen behoort – lichaam, ziel en onsterfelijke geest die ge als mens boven alle schepselen verkregen hebt – ten volle in waarde houdt, in de overtuiging dat ze uw eigendom zijn, dat ge ze als uw akker, uw tuin, uw lusthof bebouwt en de vruchten van het begeerde geluk daarvan oogst”.

Hoe het juiste en goede leven te leiden? Hieronder volgt de wijze raad van meneer Comenius:

  • De juiste levenswijze bestaat in een verstandig maat houden in voeding, beweging en slaap. Schenk uw maag het gepaste voedsel, uw lichaam de nodige beweging en de zo noodzakelijke rust en uw geest behoorlijke ontspanning (meditatie) en de vereiste vreugde (muziek).

  • Ga het slechte, het boze uit de weg. Slechts het wetenswaardige mag aan de zintuigen bekend gemaakt worden en al het andere moet aan ze verborgen blijven.

  • Wilt ge iets begrijpen, moet ge naarstig onderzoeken: a. het doel van zijn bestaan. b. uit welke delen het is samengesteld. c. de samenhang van die delen.

  • Houdt u ver van het ongeoorloofde en vraag bij het geoorloofde of het ook doeltreffend is. Deze deugd, zich van het ongeoorloofde altijd en van het geoorloofde dikwijls te onthouden, wordt met recht voor de kroon van alle deugden gehouden. “Niemand is waarlijk vrij, die zichzelf niet geheel in de macht heeft” “Fortior est que se, quam qui fortissima vincit Maenia: nec virtus altius ire potest”. Moediger dan de held die sterke muren bedwingt is wie zichzelf beheerst: hoger stijgt deugd nimmer op.

  • Bidden, arbeiden, spaarzaam en sober zijn.

  • Wie zijn wensen niet over de grenzen van zijn behoeften uitstrekt en zich tevreden stelt met het noodzakelijke (dat hem uit de hand van God toekomt), heeft genoeg aan hetgeen hem gegeven wordt. Want wie met mate leeft en zich met het nodige tevreden stelt en zich niet onder een menigte onnodige zaken begraaft, zal ook niet het verlangen van andere lieden opwekken.

  • Er zijn drie wegen om tot een eerzaam leven te komen. De eerste weg is dat hij noch tegen zichzelf, noch tegen anderen, noch tegen enige zaak iets oneerlijks doet. De tweede weg is dat hij niet alleen tracht goed te schijnen, maar het ook is. De derde weg is, hoe kan het ook anders, het richten van de blik op god en niet op de mensen. God speelt hier dus weer een belangrijke rol bij meneer Comenius. Want of het volk u eerst of niet doet niets terzake, de grote massa begrijpt er niets van en eert dikwijls meer de rioolgoot dan het altaar. Kortom, het is totaal niet belangrijk wat een ander van u denkt, als die bemoeienis van de ander niet geworteld is in naastenliefde maar in kwaadaardigheid.

  • En dan komt meneer Comenius met een gewaagde uitspraak: De regel van Christus (dat dan weer wel natuurlijk) betreffende het ene nodige verleent hun, die daar naar leven, welsprekendheid(!!!???), waaronder evenwel niet een geaffecteerde praatzucht verstaan moet worden, maar voldoende geschiktheid de gedachten helder en vloeiend uit te drukken.

  • Comenius vindt dat je “ja” ook een “ja” moet zijn en je “nee” een “nee”.

    Dat ben ik wel met hem eens. Het is niet de bedoeling dat je de ene keer dit en de andere keer weer dat zegt. En dan niet zozeer om wat anderen daar mogelijk van zouden vinden maar omdat je het zelf niet zou moeten willen.

  • Over bemoeizucht zegt meneer Comenius het volgende: Men verwerft makkelijker de gunst van mensen (als men dat tenminste al zou willen) als men zich met de eigen aangelegenheden bezig houdt en een ander niet met onnodige zaken lastig valt.

  • Als ge met uw eigen zaken niet in een labyrint wilt geraken, laat u dan alleen door matigheid leiden, dat wil zeggen, wees met weinig tevreden betreffende uw kleding, woning, voeding, bediening(????), huisraad, inkomsten en vermogen. Bezit van dit alles slechts zoveel ge nodig hebt en onthoudt u van overdaad en weelde. Maak u het leven niet te moeilijk door te veel vrienden, een of twee zijn voldoende om u raad te geven. Waarom moet ik nu ineens aan facebook denken?

  • Memento Mori.

  • De jeugd behoort goed opgevoed te worden. Reeds in de vroegste kinderjaren moet men haar onderrichten wat in het leven nodig is en het onnodige van haar weren.Dat is de basis voor een geluk dat levenslang standhoudt. Want zoals het begin is, is ook de voortgang en het einde. Het is beter dat ge de wil van het kind breekt, dan dat ge langzaam verbetert wat in het kwade verhard is. Op pedagogisch en didactisch gebied is meneer Comenius een kei. Daar heeft hij zijn faam verworven. Hieronder volgt een zeer beknopte uiteenzetting van de didactische en pedagogische ideeen van meneer Comenius dewelke ik vond in een artikel van “Mens en Samenleving”:

  • Zijn didactiek baseert Comenius op de zintuiglijke waarneming, het gebruik van het verstand en het besef van goddelijkheid. Hij stelt voor om vijf vakgebieden in de school te onderwijzen: wetenschappen, kunsten, talen, zedenleer en in zijn ogen het allerbelangrijkste: vroomheid.
    Het doel van de opvoeding is in de eerste plaats dat de mensen hun leven zullen leiden zoals God het bedoeld heeft. Maar het onderwijs dient ook een tweede doel want zoals het kind in de baarmoeder wordt voorbereid op het leven op aarde, is het leven op aarde de leerschool voor de academie van het eeuwige leven.

    Comenius kan beschouwd worden als één der voorlopers van een nieuwe didactiek. Bewust heeft hij ernaar gestreefd, door het invoeren van rationele methoden, het onderwijs te hervormen. Grote aandacht heeft hij besteed aan het samenstellen van nieuwe leerboeken, daarbij het accent leggende op de rationele, methodische samenhang. Comenius vestigt er de aandacht op, dat kennis der realiën en het leren van de moedertaal vooraf dienen te gaan aan het leren van vreemde talen. De grondslagen der nieuwe methoden ontleent hij aan de natuur. De opvoeding en het onderwijs ontwikkelen slechts wat in de mens aanwezig is. Elke mens is met de geschiktheid geboren, kennis van de dingen te verwerven, terwijl hem tevens de deugd en de godsdienst van nature ingeplant zijn. Dien- overeenkomstig behoort het tot het doel van de opvoeding en het onderwijs, het geluk van de mens te bewerkstelligen en de religieuze vrede te verwerven. Deze taak zal alleen vervuld worden, indien er een volledig systeem van scholen komt ten behoeve van het gehele volk. Comenius’ schooltypen: moedertaalschool, Latijnse school en universiteit vormen nog steeds de organisatorische grondslag van het hedendaagse onderwijs. Wat de moederschool betreft, verkondigt Comenius denkbeelden, die pas door Pestalozzi en vooral door Fröbel in praktijk zullen worden gebracht. Het gehele volk zal alles dienen te leren. Didactiek en pedagogiek zijn onverbrekelijk verbonden met zijn pansofische opvattingen, de totale mensheid door het Al tot volkomenheid te voeren. In deze metafysische conceptie is God het begin en het eind en de ware mens zal zijn: Heer over het zijnde, koning over zichzelf en de vreugde van zijn Schepper. Kort samengevat komt Comenius’ hervormingsplan op het volgende neer: er moeten komen universele leerboeken en universele scholen, waarin goed opgeleide leerkrachten aan de gehele jeugd alles zullen onderwijzen, wat de mens wijs, rechtschapen en heilig maakt; dwang en slaag zullen verbodig zijn, opvoeding en onderwijs zullen een aangenaam karakter dragen. Comenius wil zonder dwang het doel bereiken, vandaar zijn eis, dat het onderwijs zodanig moet worden ingericht, dat het de lust om te leren opwekt. De wijze waarop Comenius het onderwijs wil inrichten vormt de kern van zijn Grote Onderwijsleer. We vinden deze in die hoofdstukken waarin hij de gang der natuur in het onderwijs aangeeft. Een enkele gedachte worde hier slechts aangestipt: De studiën zullen de leerlingen lichter en aangenamer worden als men: de leerlingen zo weinig mogelijk uren, nl. vier, aan het schoolonderwijs laat deelnemen; het geheugen zo min mogelijk belast, nl. slechts met de hoofdzaken; alles in overeenstemming brengt met het bevattingsvermogen der leerlingen. Nog niets hebben deze gedachten aan actualiteit ingeboet! De leerstof dient zo te worden gerangschikt dat eerst het naaste, dan het nabijzijnde, vervolgens het verwijderde, ten laatste het meest verwijderde aan de orde komt. Eerst dienen de zinnen geoefend te worden, daarna het geheugen, dan het begrijpen, eindelijk het oordelen. Tenslotte een laatste, typerende aanhaling in verband met de door hem ontwikkelde gedachten omtrent de scholen. In deze verschillende scholen [nl. moederschool, moedertaalschool, Latijnse school en academie] zullen geen verschillende dingen onderwezen worden, maar dezelfde op verschillende wijzen, overeenkomstig de leeftijdsfase waarin de leerling verkeert. Men heeft Comenius wel verweten, dat hij te uitsluitend zijn onderwijskundige principes uit de natuur afleidde. Hoe dit ook moge zijn, de bovenstaande aanhalingen getuigen van een diep psychologisch inzicht”.

  • Aldus de samenvatting. Comenius schrijft dienaangaande zelf ook: Niemand kan het leven volmaakter beginnen dan met een beschouwing over de dood, en met het voornemen een godvruchtig leven te leiden opdat het hem (de mens) niet slecht vergaat wanneer de dood daarop volgt. Comenius leefde ook tijdens die vreselijke Dertigjarige-oorlog. Hij stond dus steeds dicht bij de dood en hij zal best het een en ander aan afschuwelijke dingen hebben meegemaakt . Derhalve zijn motto: Memento Mori.

  • Voor een eerbaar leven is Christus als rolmodel noodzakelijk. Als het volkomenste ideaal van alle volkomenheid. Dat blijft het leitmotiv van meneer Comenius.

  • Als men besluit tot het leven van een eerbaar bestaan is daadkracht onmisbaar. Als nimmer met die daad wordt begonnen zal de enkele theorie u niet van nut zijn. Dus, geen woorden maar daden. Het is ook een kwestie van volharden. Wen daarom reeds vanaf uw prille jeugd eraan om dit eerbare leven zonder huichelarij of veinzerij oprecht en ernstig te volbrengen, omdat God (natuurlijk daar is Hij weer) de God der Waarheid is en derhalve de waarheid van het hart eist.

  • Hoe moet je zwarigheden in je werk voorkomen? 1. Verricht het werk zelf. Verlaat u alleen op uzelf. 2. Stel het werk niet uit!!! 3. Verricht de arbeid plichtswgetrouw opdat het de gewenste vruchten voortbrengt.

  • Wat is er dan nodig om tot de juiste uitvoering van het werk te komen? 1. men moet altijd een bepaald doel voor ogen hebben. 2. Men moet onveranderlijk een vast en bepaald hulpmiddel aanwenden (?) 3. Verlaat u bij het verrichten van de arbeid steeds op één bepaalde en vaste stelregel die door veelvuldig gebruik beproefd is.

  • Hoe moet degene handelen wiens kracht over verschillende bezigheden verdeeld wordt? Hij moet prioriteiten stellen en wat het zwaarst is het zwaarst laten wegen. Ja, meneer Comenius, dat ligt wel heel erg voor de hand, dus!!!

  • Wat zal een mens doen om niet door zijn bezigheden overweldigd te worden? Hoe vermijd je dus een burn-out? Door niets te beginnen dat men niet bij machte is om ten einde te brengen.

  • Wat wordt bij vreemde, aan onze zorgen toevertrouwde aangelegenheden in het bijzonder van ons geeist? Betrouwbaar zijn! Zeg daarom niet dat ge iets zult doen, maar doe het. Ook hier weer: geen woorden, maar daden! Als ge het werk verricht hebt, beroem u er niet op; als ge het goed hebt uitgevoerd spreekt het werk voor zichzelf.

  • Wat is nodig in blijde tijden? Men mag vrolijk zijn en God lof toezingen, maar……verbiedt dat vrolijkheid in uitgelatenheid overgaat en dat de vreugde meer vleselijk is dan geestelijk.

  • Wat ontbreekt de gierigaard? Een rustpunt voor zijn hebzucht, dat wil zeggen met het tegenwoordige tevreden zijn. Wie tevreden is met zijn deel lijdt nooit armoede, wie met zijn bezit niet tevreden is zal nooit rijk zijn.

  • Wat heeft de mens nodig om zijn leven lang buiten verwikkelingen te blijven? Hij moet voortdurend de gebreken in zijn innerlijk ontvluchten, het gewoel van de mensen vermijden en zich in zaken beperken. Wanneer ge de onrust van de wereld wilt ontvluchten, houdt u dan met weinig mensen op en alleen als het noodzakelijk is. Hebt ge gedaan wat gedaan moest worden, keer dan in uzel;f en het uwe terug. Doe dit uw leven lang.

Conclusie:

Comenius is een godvruchtig mens. Hij bewandelt op alle gebieden het pad der soberheid. Zijn betekenis voor de pedagogie was en is enorm. Hij was op dat gebied een echte vernieuwer. In Unum Necessarium wordt God werkelijk overal bijgehaald maar dat kan ook niet anders gezien het rotsvaste geloof van Comenius in God en Jezus Christus. Het “enige nodige” is te leven zoals Jezus Christus leefde. Afgezien van de pregnante religieuze component vind ik Comenius een man die veel werkelijke en goed doordachte humanistische waarden en normen aanhangt en heeft verwoord. Hij vertegenwoordigt heel veel universele waarden die tot op de dag van vandaag nog steeds gelden. Zijn invloed op het onderwijs is nog steeds bemerkbaar! Comenius was een zachte, wijze en intelligente leraar die zeer betrokken was bij zijn wereld en veel heeft bijgedragen om die wereld te verbeteren.

5 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Ongewild inkijkje in de hel. Waarschuwing!

Hel volgens Luca Signorelli.

Hel volgens Luca Signorelli.

Verdwenen ouders. De kerk biedt troost. Maar later is het helemaal verkeerd gegaan.

Verdwenen ouders. De kerk biedt troost. Maar later is het helemaal verkeerd gegaan.

Ik kan het niet meer vertellen, helaas. Maar ik kan nog wel, zij het met moeite, de pen hanteren. Wat ik gezien heb tart elke beschrijving. Het begon ’s morgens vroeg toen ik nog lag te slapen. Het was nauwelijks licht. Ik werd wakker van een striemend gebrom. Een geluid rechtstreeks afkomstig uit de onderwereld. Mijn slaapkamer werd verlicht door een flikkerend wit-blauwe straling. Zo nu en dan was het geknetter van elektrische ontladingen te horen. Maar het meest beangstigend was nog wel dat ik in al dat tumult duidelijk stemmen hoorden die gilden, kermden en brulden. Ik ging rechtop zitten in bed en zag dat het geluid afkomstig was van een schilderij aan de muur tegenover mijn bed. Het schilderij stelt een heuvel voor met op het hoogste punt een kathedraal. Voor die kathedraal strekt zich een weide uit die doorkruist wordt door een zandweg. Halverwege die weg spreekt een non twee kinderen toe. Het lijkt erop dat zij hen een vermaning geeft. Op de voorgrond knielt een andere non in gebed neer. Welaan, dit tafereel was verdwenen en daarvoor in de plaats scheen uit een gat in de muur dat weliswaar omhuld werd door de barokke lijst van het oorspronkelijke schilderij, een rode vuurgloed. Om de lijst zelf lichtte de muur wit-blauw op en werden elektrische ladingen mijn slaapkamer in geslingerd.
Ik stond onmiddellijk naast mijn bed en sloop naar het schilderij, daarbij min of meer ondoordacht het gevaar van een plotse elektrocutie op de koop toe nemend. Halverwege al werd ik daadwerkelijk getroffen door een bliksemflits. Maar vreemd genoeg merkte ik er niets van. Geen schroeilucht, geen hartstilstand, doch slechts een lichte huiver waarbij de haartjes op mijn armen recht overeind gingen staan. Bij het schilderij aangekomen verstoute ik mij door het gat in de muur te kijken naar wat aan gene zijde lag. Het tafereel dat zich daar voor mijn ogen ontrolde was zo afschrikwekkend en angstaanjagend dat mijn knieën als van was werden en het koude angst zweet mij uitbrak. In een landschap dat nog het meest leek op het binnenste van een goed gestookte oven, stonden in perfect symmetrische rijen gerangschikt en op een woest ziedende vuurbodem geplaatst, ontelbare levensgrote omgekeerde roodgloeiende crucifixen. Er hingen mensen aan, maar niet op de gebruikelijke manier. Zij waren van bovenaf op de crucifixen gespietst waardoor bij velen de darmen zich buiten het lichaam bevonden. Zij waren overdekt met de vreselijkste zweren en de meest afschuwelijke brandwonden. Het vreemde was dat zij allemaal leefden en volledig bij kennis bleken te zijn. Zij gilden het voortdurend uit van de pijn. En om de kwelling nog te vergroten droop er van bovenaf een soort brandende pek op hun toch al zo getormenteerde lichamen. Vlak voor mij ontwaarde ik die lieve tante Corrie die nog niet zo lang geleden van ons was heen gegaan. Haar naakte gekwelde lichaam kronkelde van pijn veroorzaakt door die helse martelingen. Zij gilde onophoudelijk. Ik probeerde te horen wat zij schreeuwde en boog mij nog dichter naar de opening in de muur. De gloeiend hete lucht die uit het gat kolkte dreigde mijn haar en mijn wimpers te verschroeien. “Er is geen hemel”, hoorde ik haar nu roepen. “Hoor naar mij, er is geen hemel” Ik deinsde terug en kwam in shocktoestand te verkeren. “Alles is voor niets geweest. De aarde was de hemel” kermde zij. Naast haar en achter haar regen zich onafzienbare rijen crucifixen aaneen. Op elk was een mens gespietst. Ik verloor het bewustzijn.

Nu lig ik in het ziekenhuis. Ik kan niet meer praten. Ik moet nog zoveel zeggen, maar het spreken is mij onmogelijk geworden door een neurologisch defect in mijn brein.
De mensen zouden moeten weten wat ik gezien heb.
Het is te laat. Veel te laat voor redding. Alles is verloren.
Het enige dat u nog rest is u op te maken voor de eeuwig durende kwelling.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

De Saga van de Grauwe Kobolt.

Kobold met pijp. 2013

De Saga van de Grauwe Kobolt. Inleiding.

Mijn leven lijkt rustig te verlopen, zonder al te grote incidenten, maar mijn innerlijke wereld is daarmede niet in overeenstemming. Mijn geest is net een ketel waarin voortdurend nieuwe gerechten worden uitgeprobeerd doch waarvan er maar zelden één de toets der kritiek kan doorstaan. En zo struikel ik, metaforisch gesproken, op kreupele geestelijke benen door mijn schijnbaar rustige leven. Hier en daar verfraai ik wat, maar soms moet ik verwachtingen naar beneden bijstellen.
Gezeten in een net niet gemakkelijke stoel probeer ik een niet zo boeiend boek te lezen, redenen waarom mijn aandacht dreigt te verslappen. In mijn rechter ooghoek bemerk ik, in een flits, een beweging. Maar wat er precies beweegt kan ik niet zien. Steeds als ik kijk is het weg. Op het tafeltje naast mijn net niet gemakkelijke stoel staat een koud wordend kopje koffie. Vanwege intermitterend opspelende maagklachten moet ik altijd voorzichtigheid betrachten met de inname van koffie. Niet te veel dus aub. Naast mijn koud wordend kopje koffie op genoemd pretentieus design-achtig bijzettafeltje van massief eikenhout (gesneden uit èèn stuk hout) bevindt zich een protserig kristallen vaasje dat een twee-eenheid vormt met een massieve kristallen asbak waarin een plectrum en wat euro’s liggen. Weer die beweging! Ik leg het boek weg en sta op. In de hoek van de studeerkamer zie ik iets liggen. Felgroen met donkerrood. Het is een piepklein jasje (felgroen) met een miniscuul puntmutsje (donkerrood). Poppenkleertjes? Ik buk om het nader te bekijken, als ik weer in mijn ooghoek iets zie bewegen. Op mijn tafeltje, tussen asbak en vaasje staat plots een naakte kale kabouter. Ik hoor een hoog gepiep. Inmiddels is het bloed uit mijn hoofd weggetrokken. Droom ik? Naar voren buigend bemerk ik dat het gepiep verandert in coherente taal. “Ik heb de Grote Kabouter gezien, ik heb geen aardse goederen meer nodig”, piept het manneke. Op zijn enkels rust het vale bruine broekje en in zijn linker handje houdt hij een verbogen brilletje. Mijn God, denk ik, “De Grote Kabouter”, het is dus toch waar! “Waar heb je Hem gezien” vraag ik barser dan mijn bedoeling is, waardoor het ventje struikelend over zijn broekje, terugdeinst en over de rand van het tafeltje dreigt te kieperen. Ik kan hem nog net voor een lelijke val behoeden door hem bliksemsnel op te pakken. Tussen mijn duim en mijn wijsvinger beweegt het kereltje heen en weer in verwoede pogingen om uit mijn pincetgreep los te geraken. “In de tuin”, gilt hij, “Het was in de tuin”. “Wil je dat we naar de tuin gaan? “, vraag ik. “Het zal wel moeten”, kermt de naakte kabouter. “Wel”, besluit ik kordaat, “Dan gaan we naar de tuin”. Nu moet u weten dat mijn tuin niet zo maar een tuin is. Het is namelijk wat men pleegt te noemen: een magische tuin. Door jarenlange noeste arbeid en met behulp van veel witte toverkracht ben ik er in geslaagd om achter mijn statige villa “Rozenpracht” een “Safe Haven” te creëren voor ontheemde feeën en verjaagde aardmannetjes. Zij hebben mijn tuin verdeeld in territoria waarvan de bijbehorende soevereiniteit angstvallig door beide partijen wordt beschermd. En daar, tussen het fragiele luchtkasteel van de etherische feeën en de bonkige droomburcht van de altijd wat bozige aardmannetjes staat, op een klein verhoginkje, de “Grote Kabouter”. “Tot hier en niet verder”, knerpt hij door zijn roeptoeter van barnsteen. Ik zet de kale kabouter snel op het bedauwde gras en ga op mijn hurken zitten om het versterkte gepiep van de “Grote Kabouter” beter te kunnen horen. “Ik ben het alfa en het omega”, schreeuwt hij, “Ik ben de grote Maker!!”. “Verklaar u nader”, vraag ik hem, “Hoe moet ik uw positie zien? Bent u misschien een zogenaamde Heilbrenger, een zogenaamde messias, of schuilen er wellicht duistere bedoelingen achter uw grote woorden en moet ik u zien als een onheilsprofeet”. “Hoort mij aan”, schreeuwt GK mij toe door zijn roeptoeter, “Staakt uw onnozel gebazel. Eerder zullen oceanen koken en continenten verzinken dan dat ik u enig kwaad zal berokkenen. Neen, mij gaat het allereerst om het borgen van uw zielenheil, mij gaat het hoofdzakelijk om het veilig stellen van uw geest en de geest van al die andere bewoners van deze gedoemde planeet. Onlangs is mij namelijk ter ore gekomen dat u en de uwen in groot gevaar verkeren. Het Kwaad, dat miljarden jaren sluimerde in de krochten van de diepe ruimte, heeft zich ten langen leste verwaardigd zijn werkelijke gezicht te tonen en neemt u van mij aan, dat levert een huiveringwekkende en angstaanjagende aanblik. U dient onverwijld uw biezen te pakken en zich zo snel mogelijk in te schepen op ons sterrenschip “De Grauwe Kobolt”. Uw reis zal lang zijn en de gevaren velen, maar deze zullen in het niet verzinken bij de adembenemende gruwelijkheden die u wachten als u hier op deze Aarde blijft. Deze planeet is door het Kwaad uitverkoren als thuisbasis. Over een aantal weken zullen de eerste zwarte schepen des onheils landen en zal een taktiek der verschroeide Aarde worden toegepast, maar dan geheel anders dan dat wij deze kennen. Niemand zal overleven. Het Kwaad hecht namelijk geheel niet aan comfortabele leefomstandigheden of romantische ideeën. Het hecht sowieso niet aan leven zoals wij dat kennen. Het wil meteen boter bij de vis. De aarde zal branden en oceanen zullen verdampen”. “Dat zijn eigenlijk best wel hele grote woorden voor een klein mannetje”, probeer ik nog te relativeren, maar midden in mijn zin wordt ik al driftig overschreeuwd door een woest gesticulerende GK. “U dient te luisteren, u dient acht te slaan op mijn profetiën. Als u mij respectloos behandelt, dan zult u uw trekken thuis gaan krijgen!!! Ik deel hier namelijk de lakens uit, knoop dat goed in uw oren”. Verbouwereerd blaas ik mentaal de aftocht en besluit het allemaal te laten gebeuren.
Na snel enige bezittingen in een reistas te hebben gestouwd en mijn reiskleding te hebben aangetrokken, meld ik me weer bij GK voor actieve dienst. Het duimgrote kaboutertje, dat zich inmiddels heeft gehuld in een verblindend wit gewaadje afgezet met gouden biezen, neemt mij laatdunken van kop tot teen op en concludeert: “Dit is het begin van een queeste naar vrede, harmonie en duurzaamheid”. Ik vind dat heel wat voor zo’n opgewonden en cholerische kabouter en kan een glimlach niet onderdrukken. “Ik zie dat u nog steeds sceptisch staat tegenover mijn missie, maar het kan mijns inziens niet anders zijn dan dat de bizarre werkelijkheid die zich zal ontrollen in ons beider nabije toekomst uw ietwat cynische aarzeling zal veranderen in ontzag en verwondering. Hoor mij aan: eerder zal een grote lompe reus, bijvoorbeeld zo een als u er bent, tot waarachtig zelfinzicht komen dan dat mijn profetiën in de toekomst niet zullen samenvallen met de zich aanstonds ontrollende werkelijkheid. Weet bovenal, dat in dit, mogelijk in uw ogen, nietige lijfje een ontzagwekkende toverkracht is samengebald die slechts op het juiste moment wacht om zich met ontzagwekkende en ziedende kracht te manifesteren”. Ondanks de krachtige barokke taal van het ventje houd ik zo mijn bedenkingen en besluit ik voorlopig zijn dreigende woorden voor kennisgeving aan te nemen.

Wij staan inmiddels achter in de tuin, en wel precies daar waar het gazon grenst aan de nog min of meer gecultiveerde bosschages dewelke op hun beurt verderop langzaam overgaan in steeds ruwer en onhergergzamer wordende wouden. “Ik ben er klaar voor”, spreek ik monter, “Op naar de zwarte oceaan, op naar de “Grauwe Kobolt”. “Ho, nog even, voor alle duidelijkheid”,zegt de GK, “Ik ben de leider op deze tocht. U bent alleen rekening en verantwoording schuldig aan mij en aan niemand anders, louter en alleen omdat ik hier de enige en uitverkoren vertegenwoordiger van het Goede ben op deze oncomfortabele stinkplaneet. En denkt u vooral niet dat ik dit allemaal leuk vind! Dus het is alleen aan mij om te zeggen: “Op naar de Zwarte Oceaan, op naar de “Grauwe Kobolt”, u zegt dat dus niet. Begrepen?”.
Ik krijg zo’n flauw vermoeden dat het een zware en moeizame tocht gaat worden en geef de GK voorlopig het voordeel van de twijfel.

Het naakte kaboutertje – Bollo blijkt zijn naam te zijn – , met wiens hysterische gedrag het allemaal begon, is inmiddels bij zinnen gekomen, heeft zich weer in zijn kleurige kleertjes gehesen en is door de GK benoemd tot persoonlijke assistent, hetwelk voorlopig inhoudt dat hij de barnstenen roeptoeter van de GK moet torsen, inclusief de daarbij behorende esotherische versterker. GK heeft een ernstig uitziende witte muts opgezet die aan de basis is afgezet met een rand van solide gouddraad. Aan de punt van het hoofddeksel bungelen twee massief gouden “belletjes”. Doordat deze belletjes van massief goud zijn, beperkt het “klingelen” zich tot een dof gedempt en onregelmatig tikken. Een geluk bij een ongeluk. Ik zelf ben gekleed in een jagerspak dat van soepel zeildoek is gemaakt. Het is donkergroen van kleur met hier en daar robijnrode accenten. Mijn donkerbuine vilten jagershoed met brede rand staat achteloos op mijn kale schedel. Om de bol van de hoed zit een stevige linnen band met uitsparingen die tijdens de jacht bedoeld zijn voor het bergen van mijn forse hagelpatronen. De GK en zijn persoonlijke assistent heb ik op de rand van mijn hoed getild alwaar zij in de voornoemde uitsparingen zijn geklommen, om te voorkomen dat zij door onverhoedse bewegingen mijnerzijds, van mijn hoofddeksel ter aarde zullen storten.

Nb. De rest volgt nog wel een keer, als ik vind dat het zin heeft om het verhaal af te maken. Wel kan ik verklappen dat de odyssee van de Grauwe Kobolt de onwaarschijnlijkheden van de werkelijkheid nog verre zal gaan overstijgen. Het zal een queeste worden door de krochten van het multiversum. Huiveringwekkend en profetisch. De lezer (en dat ben ik voornamelijk zelf) is bij deze gewaarschuwd. Lees verder

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

De laatste wereld.

EmissionNebula NGC6357 Verhaal. 2011

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Duizenden kilometers lang. Een rechte weg door graanvelden en akkerland. Geen bochten. Werkelijk geen enkele bocht. Onder een kleine gouden zon. Een rechte weg. Duizenden kilometers lang. En om de tweehonderd kilometer een oogststation. Met wondermachines. Oogstmachines. Grote rode monsters. Geen mensen. Ik ben al langer dan een jaar onder weg. Reeds achtduizend kilometer te voet afgelegd. Het is belangrijk dat de reis wordt gemaakt. Op weg naar de kust. Naar het grote water. Nog duizenden kilometers te gaan. Op de einder, voor mij, wordt de hemel bedekt door de halve boog van een andere zon. Een rode dwerg die vlakbij staat, nauwelijks warmte afgeeft en het gouden licht van de kleine zon met zijn rode schijnsel mengt tot de prachtigste amber-achtige kleurschakeringen. De horizon staat vele honderden kilometers ver weg. Deze planeet is groot. Enorm groot. Vier keer het volume van de Aarde met een massa die net iets minder is dan de massa van de Aarde.
De tijd is oud. Heel erg oud. En loopt ten einde. De boodschap moet verteld worden aan de inwoners van de stad. Het is mijn taak om dat te doen. Maar het wormgat, de poort tot deze wereld, bevindt zich bijna aan de andere kant van deze planeet. Ik moet dus vele tienduizenden kilometers afleggen om bij mijn doel te komen. Dit is de oogstplaneet. De Levenschenker.
De stad ligt op een eiland midden in het grote water. Een zee van tienduizenden kilometers groot. Ik ben op weg naar die zee. Om het slechte en het goede uit te leggen. Om de bewoners voor te bereiden op het einde. De versnelling, de kosmische dynamiek gaat nu zo snel dat het universum elk moment kan overgaan in een singulariteit.

Ik houd mijn pas in want de onderhoudsunit heeft zich vlak voor mij gematerialiseerd en hangt als een groot gouden ei ongeveer drie meter boven de stoffige weg. Er ontstaat een opening in de wand door de toepassing van biologische diafragma-technieken en er vormt zich op vloeiende wijze een uitstulping onder de cirkelvormige opening. Een vormeloze bult die langzaam tot een trap transformeert. Hetzelfde gebeuren elke dag al meer dan een jaar lang. Ik ga naar binnen. Eet het voedsel dat voor mij klaar staat. Ik heb nog even contact met de centrale en hoor dat de werkelijkheid steeds onwaarschijnlijker wordt. Dat het steeds moeilijker wordt om greep te houden op de versnellende kosmische processen. De tijd dringt, wordt mij te verstaan gegeven. De pelgrimstocht moet volbracht worden. De waarheid moet vastgesteld worden. En ik ben degene die het allemaal moet volvoeren. Ik leg mij te ruste op de boven de vloer zwevende bank, die zich naar mijn lichaam voegt en mee vervormt met al mijn bewegingen. De slaap komt als een zegen. Mijn dromen vormen de brandstof die ik nodig heb om mijn taak te volbrengen. Zij brengen mij dichtbij het Kwade en het Goede. Alsof ik het aan kan raken. De urgentie ijlt na als ik wakker wordt. Ik verfris mezelf, neem van het gereedstaande voedsel en verlaat via de trap de onderhoudsunit. Zodra ik weer op de weg sta lost de unit op. Ik wil mijn tocht hervatten, als mijn oog getroffen wordt door een transporter die schuin voor mij naast de weg zweeft. Ik begrijp dat de urgentie gebied dat ik gebruik ga maken van deze gravitatieneutralisator. Op gesproken woord neemt de transporter de vorm van een archaïsch vervoermiddel aan. Een wagen met wielen, veel koper, gietijzeren onderdelen en een stuur. Het voertuig blijft ongeveer tien centimeter boven de grond zweven. Ik denk vooruit en we gaan op weg. Met een matige snelheid van 50 kilometer per uur. Harder kan niet. En geluidloos. Slechts het ruisen van de wind verstoort de stilte. Vijftig kilometer per uur. De magiematrix laat niet anders toe.

Ik leg maximaal 500 kilometer per dag af. Mijn voertuig is comfortabel. Het heeft naast een ruim dek een overdekte ruimte met zit-slaapplaats en sanitaire voorzieningen. Vlak voor ik de kust zal bereiken verandert de atmosfeer. Het wordt vochtiger. Een andere reuk. De verten worden heiig. De verre horizon verdwijnt in nevelen. Na ongeveer dertig dagen reizen kom ik aan bij het kuststation en zie ik het grote water voor mij.
Het kust-overslagstation beslaat ongeveer 450 vierkante kilometer. Tot meer dan een kilometer hoge gebouwen, verlaten metalen wegen. Vreemde machines en bij de aanlegplaatsen de vreemdsoortigste vaartuigen. Alles precies zoals het was toen het zo’n honderdvijftigduizend jaar geleden door de mens werd verlaten. Verlaten in verband met overbodigheid. Klaar voor gebruik. Geen stof, geen vuil. Steriel. Onverbiddelijk en angstaanjagend. Ik loop door de eindeloze straten. Mijn geluiden klinken eenzaam op tegen de massieve staketsels. Twaalf duizend jaar aan levenservaring kunnen mij niet behoeden voor de kille en melancholieke huiver die deze ultieme, in de tijd gestolde, nutteloosheid mij bezorgt.
Mijn verblijf duurt niet langer dan vier aardedagen. Het contact met Centrale leert mij dat er niet veel tijd overschiet. Ik moet me haasten. De inwoners van de laatste stad moeten gewaarschuwd worden.
Mijn voertuig bevindt zich in de haven en hangt ongeveer twee meter boven het volledig transparante water van de binnenoceaan. Het dematerialiseren van het kuststation heb ik volgens de afspraken met Centrale minutieus voorbereid in die vier dagen. De blauwdruk voor het te maken overgangstoestel wordt vervolgens in nog geen aarde-uur gematerialiseerd via een zeer complexe nanotechniek. De “intelligente” moleculen zoeken op aanwijzing van de Centrale hun nieuwe plaats en vormen zo de tijdtransitie-unit. Ikzelf geef het sein en de unit verheft zich met behulp van zijn gravitatieneutralisatoren om zich naar een vooraf bepaalde stationaire positie te begeven in de ruimte boven de planeet.
Ik beman het voertuig en zet koers naar de laatste stad. De reis duurt vijfentwintig saaie dagen voordat ik in het westen een streepje van een schaduw waarneem boven de verre horizon. Het oceaanwater is kristalhelder en staat mij toe wel driehonderd meter diep te kunnen kijken. Er is geen leven. Het water is dood. Het streepje schaduw blijkt de bovenkant te zijn van een machtig rotseiland dat naar mate ik dichterbij kom steeds verder uitrijst boven de strakke lijn van de einder. Na nog eens driedagen torent het rotsmassief zeker twaalf kilometer voor mij op uit de diepten van de oceaan. Het eiland is zwart en steekt loodrecht uit het water omhoog. Het lijkt kunstmatig. De omtrek van het eiland is vijftienhonderd en zeventig kilometer. Het vertegenwoordigt met zijn hoogte van twaalf kilometer een enorm volume. Als ik dichterbij kom constateer ik aan de zwarte glad gepolijste en onder een hoek van exact negentig graden uit het oceaanwater oprijzende wand dat hier sprake moet zijn van iets artificieels. Wellicht door mensenhand tot stand gebracht. Met behulp van oude technieken. De materie maakt geen contact met mijn nano-activator. Wel ontdek ik honderdtien kilometer naar het noorden een opening in de gladde zwarte wand. Ik zet koers naar het noorden en bij de opening aangekomen constateer ik dat er sprake is van een gat in de vorm van een halve boog met een diameter van vijftienhonderdmeter. De opening is angstaanjagend. In feite is het een cirkel maar precies de helft ligt onder de zeespiegel. Langzaam dichterbij komend zie ik in de halfschaduw dat de opening zich als een tunnelbuis naar binnen toe uitstrekt tot in de verre verte. Helemaal aan het nog net zichtbare einde van de tunnel zie ik een zweem van licht. Een illusie van een eindpunt. Huiverend stop ik mijn voertuig en bezie of ik een plan kan bedenken. Hoe ik naar de oppervlakte van het eiland kan reizen en of ik wel binnen de bandbreedte van de magiematrix zal blijven bij een opwaartse beweging van twaalf kilometer.
Ik zweef de opening van de tunnel binnen en ga weer stilliggen. Overleg met Centrale levert op dat nu gerust gaat worden en dat over tien uur de reis naar het binnenste van dit reusachtige bouwwerk zal aanvangen.
Na de rustpauze maak ik me op om verder de tunnel in te zweven. Het water in de tunnel is van dezelfde kristalheldere kwaliteit als het water van de oceaan. Er heerst stilte. Een oorverdovende stilte. Ik reis naar het vermoeden van licht aan het einde van de tunnel. Dit vermoeden verandert alras in zekerheid. Aan het einde van de tunnel is licht. Lichtgroen licht. Ik moet nog ongeveer dertig kilometer gaan. De tocht verloopt zonder bijzonderheden. Naast en boven mij het ondoordringbare zwart van het “gepolijste” niet nader te classificeren materiaal, waar het hele eiland van gemaakt schijnt te zijn. De lichtgroene gloed wordt steeds duidelijker. Ik kan nu, met nog zo’n vijftien kilometer te gaan, zien dat de tunnel op een verlichte ruimte uitkomt. De lichtgroene gloed die de reusachtige tunnel steeds meer begint op te lichten heeft een merkwaardig rustgevende invloed op mijn aanvankelijk gespannen gemoedstoestand. Als ik de tunnelmond verlaat zie ik een uitgestrekte rimpelloze watervlakte voor mij. Het zwarte matriaal vormt hier kennelijk een holte van gigantische afmetingen. De tunnelopening die mij als het ware uitspuwde is achter mij te zien als een enorme lichtgrijze halve maan . Ik ga stil liggen en zweef nu ongeveer drie meter boven het water. Na raadpleging van Centrale wordt mij duidelijk dat ik in een volkomen bolvormige ruimte ben aangekomen. Een bolvormige ruimte met een diameter van honderdtwintig kilometer die exact voor de helft met water is gevuld. Ik zweef dus boven een, door een enorme koepel overdekte, binnenzee. Na 35 kilometer zou er rechts weer een opening zijn volgens Centrale. Ik ga op weg en blijf een paar kilometer van die enorme omhoog rijzende gitzwarte wand af. Ook hier is zicht mogelijk door die allereigenaardigste lichtgroene gloed. Er is geen specifieke lichtbron te duiden. Mijn voertuig blijft exact drie meter boven het kristalheldere, volledig transparante water zweven.

Nb. Dit is een voorlopig concept van een ijzingwekkend verhaal over het einde van ons universum. Er volgt natuurlijk nog veel meer. Volgend jaar of zo.

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Hyves stopt. Nadenken over hoe het verder moet met mijn blogs.

Zo jammer. Ik had een prachtige externe opslag voor mijn blogs op Hyves. Hyves gaat nu sluiten wegens onvoldoende winstgevendheid. Dus ik ben mijn externe opslag kwijt. Uiteraard heb ik vliegensvlug al mijn verscholen blogs op mijn eigen externe vaste schijf gezet. Geen man overboord dus. Maar wel weer extra werk.
Afgezien van deze organisatorische perikelen heb ik nog eens nagedacht over de kwaliteit van mijn eigen blogs. Dat nadenken resulteerde in een voorlopig besluit. Ik ga meer verhalen maken en veel minder van die rare opiniërende stukjes. Al te veel openhartigheid op dit blogplatform leidt tot niets en moet dus voortaan maar vermeden worden. Ook de frequentie gaat veranderen. Ik ben al vijf jaar bezig om een goed blogformat te vinden. Uiteindelijk kom ik er wel. Uitgangspunt daarbij is dat ik de vorm van een blog totaal niet belangrijk of interessant vind, maar de inhoud wel. Voorlopig maar eens wat minder bloggen. Zo langzamerhand hoop ik er in te slagen om het crypto-exhibitionisme, dat eigenlijk voor iedereen die blogt een motiverende factor is, maar eens wat in te gaan tomen. P1060854 Ik houd dus op met het ventileren van mijn meningen en uberhaupt met datgene wat mij dwars zit of zo. Er wordt al genoeg geouwehoerd op de wereld. Mijn mening, daar ben ik inmiddels wel achter, is net zo waardeloos als uw mening. Het is er een uit de zeven miljard meningen, dus totaal niet relevant. Ik zeg u vaarwel wat dat betreft. U zult mij niets meer over mijzelf en mijn gekke meningen horen. Ik heb mijn punt nu wel gemaakt. Genoeg is genoeg!

Nb. Ik zal het blog alleen nog maar gebruiken om mijn krankzinnige korte verhalen op te slaan.

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Maalstroom. Eerlijk vertellen wat je voelt.

Het is volbracht.

Het is volbracht.

Omdat ik soms op een misschien wel overdreven wijze kan verlangen naar netheid, orde en regelmaat en omdat ik in mijn hoofd al de mooiste reizen kan maken die, in mijn beleving, eigenlijk nooit door de werkelijkheid worden geëvenaard, ben ik zelf helemaal niet reislustig. Ik omring me met mijn eigen parafernalia en zit de dag uit in een droom van geschiedenis en filosofie. Ik verwonder me over de denkkunst van anderen en tracht er iets van op te steken. Het droevige geloei van jan-met-de-pet dat via alle gaten en kieren van het internet doordringt tot mijn weerloze en weltfremde digitale veste vergalt veel van mijn zoektochten. Want het banale en het ordinaire valt helaas niet geheel buiten te sluiten. Opgewonden stemmen van journalisten, bloggers en kwetteraars die, hysterisch, de allergewoonste zaken toch een sensationeel tintje weten te geven, maken dat ik me soms ver verwijderd voel van de schoonheid en het evenwicht van een “hoger”, beter leven. Het is dan alsof ik tenonder ga in een woest kolkende maalstroom van harde, wrede en onbarmhartige woorden die op een bozige haatvolle manier worden uitgespuugd door bloeddorstige horden van gemankeerde en teleurgestelde mensen die niets anders meer voor ogen hebben dan het leven uit te leven. Tot de dood de verlossing brengt en hun woede eindelijk definitief kan verschroeien in het alledaagse helse vuur van crematoriumvlammen.

Ik liep langs verre stranden of beklom rotsige wanden. Het bleef gewoon, eigenlijk niets bijzonders en al helemaal niet uitdagend. Ik ontmoette in verre stoffige landen arme drommels die honger hadden, ziek waren en verongelijkt. Voor mij bleef het toch allemaal hetzelfde.

Het blijft de onontkoombare sleur van het déjà vu, de versteende voorstelling van het avontuurlijke, het mogelijke. Het blijven voor mij gewoon niet verrassende “belevenissen” en “uitdagingen”, maar kennelijk dus wel precies datgene wat mensen meestal aanzet en verlokt tot het maken van al die verre gevaarlijke reizen.

Wel kan ik mij, daarentegen, uitzonderlijk verbazen over de massieve impact van mijn gemoedstoestanden op mijn leven van alledag. Deze emotionele ervaringen schilderen met de penselen van mijn ratio steeds weer nieuwe meesterwerken in mijn ontvankelijke bewustzijn. Mijn gedachten die vormen en belevenissen scheppen en kunnen gaan waar een lijflijk mens nooit zal kunnen gaan. De plaats waar de taal meestal tekort schiet om de woelingen van hart en ziel te duiden. Op die plek beleef ik mijn “avonturen”.

De tragiek van de zaak is dat ik uit hoofde van mijn functie veel over deze aardbol moest rondzwerven. Deze bezigheid heeft mij nooit kunnen bekoren en steeds weer werd ik getroffen door de gelijkvormigheid van zo op het oog niet gelijkvormige belevenissen. De echte afwisseling, de werkelijke belevenissen die er voor mij toe doen, ervaar ik als ik in mijn bizarre gedachten en mijn grenzeloze fantasie rondzwerf. Ik wijk hierin dus, zoals ik steeds weer moet constateren, zeer sterk af van de gemiddelde mens bij wie het kennelijk precies andersom is. Ik vraag me wel eens af waarom ik ook in deze kwestie weer zo hardgrondig anders moet zijn dan de rest. Weer zo’n vervloekte uitzondering! Niet dat ik er echt onder gebukt ga, maar het is wel lastig als je met je medemensen van gedachten wilt wisselen.

 

Nb. Ik besef dat ik me met dergelijke ontboezemingen wel heel erg kwetsbaar maak. Ik hoef het niet te plaatsen, maar ik doe het toch. Over dat krankzinnige exhibitionisme van de blogger, en het mijne in het bijzonder,  heb ik al eens wat geschreven. Vrijblijvend bloggen met mooie foto’s en prachtige gedichten is uiteraard volstrekt risicoloos en dergelijke activiteiten zie je hier dan ook heel veel. Ik geniet ervan. Maar voor mij, afgezien van het gegeven dat ik niet beschik over dergelijke artistieke vaardigheden, is dat kennelijk niet genoeg. Kennelijk geniet ik ervan om mezelf belachelijk te maken!

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Zwarte piet is gewoon de slimme slaaf van Sniklaas.

P1050878

Ja, die verwerking van ons slavenhalersverleden gaat nog steeds niet altijd even makkelijk. De meeste reacties naar aanleiding van de zwarte piet-hype ademen een heftige ontkenning en hebben een hoog “wij bepalen helemaal zelf wat racisme is en wat niet”. Dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking, met als excuus  het rabiaat criminele gedrag van een aantal marrokaanse jongeren, het fatsoen inmiddels ver voorbij is en in de publieke ruimte luidkeels getuigt van een evident en onverbloemd racisme, helpt in deze kwestie ook al niet echt. Wat mij wel opvalt is dat de meeste mensen bij deze giga-hype voor de zoveelste keer de grootst mogelijke moeite hebben om hun eigen nationalistische en  vaderlandslievende motieven op kalme en duidelijke manier via de sociale media kenbaar te maken. Velen komen niet verder dan ongenuanceerd schreeuwen, schelden en beledigen en zij torsen daarbij een roze bril op hun neus die zo zwaar is dat je hem met nog geen honderd man meer kunt afzetten. Het Nederlands cultureel erfgoed in de vorm van de Sniklaasfolklore blijkt plotseling de echte kern te zijn van de Nederlandse identiteit. En plots wordt duidelijk, volgens de exegeten van de Sniklaasfolklore, dat zwarte piet niet langer het suffe domme en gewelddadige knechtje van de goedheiligman is, maar eigenlijk de slimme tompoesachtige macht achter de de troon van die oude demente witte bisschop. Niks slavernijverleden, maar gewoon geschaafde lippen en een ernstig beroet gezicht in verband met insluipingen via de schoorsteen. Of Donar en Sleipnir worden erbij gehaald. Die gezellige germaanse godenfolklore!
Ja, hoe hypocriet kun je zijn om de werkelijkheid zo leugenachtig naar jouw eigen wensen te willen modelleren. Ik vermoed dat het grootste deel van de Nederlandse bevolking prachtig bewerkte oogkleppen op heeft en deze hard nodig heeft om per se te kunnen blijven geloven in de onschuld van een “gezellige” folklore en daarmede tevens in de reinheid van de Nederlandse identiteit. Nederlanders racisten? Kom nou!!!

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Rutger Bregman schrijft een opzienbarende column in de Volkskrant van 18 october 2013.

DSC_0102

Rutger Bregman schreef in de Volkskrant van vandaag over “Een groot misverstand”. Een prettige uitzondering vergeleken met al die gebakken lucht die normaal de krant bevuilt. In een paar woorden ontrafelt hij de krankzinnige mythe van de westerse cultuur. Wij houden ons nog steeds met de bijzaken bezig. Dit gedrag leidt onherroepelijk tot het onbewoonbaar maken van onze planeet voor de menselijke soort. De mens zou minder lijden als hij zijn bakens verzet en op de juiste manier gebruik gaat maken van zijn inmiddels verworven technische mogelijkheden. Materieel zijn we al op een vrij hoog niveau gekomen, maar geestelijk zijn we helaas ver achter gebleven en leven we in sommige opzichten zelfs nog in de 18 de eeuw.
Zoals ik al zei zou het lijden van de mens een stuk verminderen als wij meer zouden willen leven in overeenstemming met de kernwaarden van de “Condition Humaine”. Zeg het verwoestende groepsgedrag aub nou eens vaarwel en blijf veel dichter bij jezelf. Praat de economische elite niet klakkeloos na!!
De mens dient het werken voor zijn levensonderhoud meer en meer te gaan zien als een middel om zijn werkelijke doel, te weten de ontplooiing van zijn creativiteit, het gestalte geven aan zijn fantasie en het zorgen voor elkaar, te bewerkstelligen. Terug naar kleinschaligheid en de daarbij behorende economische activiteit met behulp van de huidige vergevorderde techniek. Het ideaal van de “homo ludens” dient in ere hersteld te worden. Anonimiteit, eenzaamheid en verpaupering kunnen zo verdwijnen en de werkelijke bronnen van de menselijke hoedanigheid worden aangeboord.
Vroeger dacht men dat zoiets, ook wel een utopie genoemd, van bovenaf opgelegd diende te worden. Men kon namelijk niet wachten om zijn droom te verwezenlijken. Nu weten wij wel beter. Denken en handelen veranderen alleen als er sprake is van voorstschrijdend inzicht. Het is dus een kwestie van geduld. Maar het is ook een gok of de mens ooit wel massaal de goede kant op zal bewegen. En de goede kant behelst in mijn optiek niets meer of minder dan de vermindering van het menselijk “lijden”op deze geteisterde aarde. Dit is dus geen utopie maar een persoonlijke wens van iemand die het uiteindelijk best wel goed meent met de mensheid.

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized