Categorie archief: Uncategorized

De zaailingen van “De Duistere”.

ZandBlauw

Groen

De Natuurvlag

Het zit me behoorlijk dwars. Eerst een huilend geluid, daarna een zachte ontploffing meteen gevolgd door het betrekken van de lucht en een soort rare stortbui. Wat kan het in godsnaam zijn geweest? Een vliegtuig dat door de geluidsbarrière ging? Een atoombom die boven Arkadië ontploft? Of dingen die alleen in mijn kop gebeuren en geen relatie met de objectieve werkelijkheid hebben?
Als ik naar buiten loop is de straat gewoon droog en schijnt de zon. Net als de weken hiervoor. Het is droog. En heel warm. In de verte de bergen. Achter die bergen nog meer bergen. Steeds hoger. De hoogste bergen steken meer dan 25 kilometer de lucht in. Dus echt hoog. Geen zuurstof meer op die hoogte. De vlakten die zich voor mij uitstrekken zijn eindeloos. De horizon is honderden kilometers verwijderd. Ja, het is een hele grote planeet. En licht. Heel licht. Hij is iets minder dan negen maal zo groot als de aarde, maar heeft ongeveer dezelfde massa. De aarde, de planeet waar ik geboren ben. Zo’n honderdvijftig miljoen jaar geleden. De millennia regen zich aaneen en brachten mij uiteindelijk hier. Op deze holle planeet. Door mensen gemaakt. Ik reis over de buitenkant. Ik wil niet denken wat er zich aan de binnenkant van deze planeet bevindt. Ik heb wel een vermoeden. Maar ik wil er niet aan denken.
Er gaan verhalen. Heel oude verhalen. Verhalen van zeker twee miljard jaar geleden. Verhalen over wedergeboorte. Over iets wat men toen “sterven” noemde. Over hereniging met het al. Over het verlies van je eigenheid.
Ik denk na. Wat zou dat kunnen zijn. Het al, je eigenheid. Ik kan me er niets bij voorstellen. Alles is toch alles. Ik ben ook alles. Wat ik ervaar ervaart iedereen.

Wij doorkruisen een oceaan van oneindigheid en verwonderen ons over de universa die als zeeschuim door de golven van de branding der eeuwigheid worden voortgebracht. Wij blijven waar het kan en vluchten waar gevaar dreigt. Wij zijn ik. Ik ben alles. En alles zijn wij. Als er niets is is er niets. Als er alles is is er alles. Alles is niets. Ik ben niets. Wij zijn niets. Het doet er niet toe. Er zijn belangrijkere zaken.

Ik moet de reeks van gebeurtenissen, al die toevalligheden, afronden. Er moet een reden zijn. Dat is een vereiste in dit universum. Maar ben ik nog wel in dit universum? Of loopt de tijd weer terug? Is de tijd wellicht verdwenen? En zijn we voor de verandering weer eens gestrand in de goeie ouwe eeuwigheid.

Ik heb millennia lang (volgens de locale driedimensionale tijdaanduiding) spiritueel deel gehad aan een planeet die bijzonder eigenaardige wezens had voort gebracht. Mijn taak was een simpele. Ik moest er alleen maar zijn. En één blijven. Mijn aanwezigheid daar was in een bepaald opzicht best opmerkelijk en spiritueel zeker relevant. Zelden werd door mij een snellere ontwikkeling van organisch leven waargenomen. Het totale dynamisch-evolutionaire organische proces mondde uiteindelijk uit in een intelligente dominante soort. Een toevallige maar toch uiterst strikte ordening van energie die zichzelf “mens” noemde. In mijn ogen een kwaadaardig driedimensionaal wanstaltig object zonder enig existentieel bewustzijn. Een materiële verschijningsvorm uit de crypten der waarschijnlijkheden die wij als “intelligent” object plegen in te delen bij de spiritueel blinde soorten. Maar wat mij eigenlijk direct opviel bij deze entiteit was zijn inherente drang tot zelfdestructie. De sterk morbide en uiterst rudimentair intelligente structuur die dit soort objecten altijd zo treffend aankleeft was voor mij een overduidelijke aanwijzing met betrekking tot hun herkomst. Het was mij eigenlijk meteen duidelijk dat “De Duistere” hier met zijn diabolische krachten werkzaam was.
Een primitieve intuïtie kon die uiterst merkwaardige organische objecten niet ontzegd worden. Zij hadden een “schepper” bedacht en noemde deze “God”.
Er was dus kennelijk iets van het wezen van “De Duistere” doorgesijpeld in de materiële werkelijkheid van die vreemde organische objecten.
Na ruggespraak moest ik de planeet vernietigen. Een noodzakelijke handeling waar ik toch elke keer weer moeite mee heb.

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Het is weer tijd voor de anarchistische aansporing.

Amber en Eiken.

Elke dag een wandeling door die prachtige natuur!

Onderstaande aansporing werd door mij drieënhalf jaar geleden geschreven en is nog nooit zo actueel geweest. Leve de Occupy-Beweging!!!
Lees aub en huiver.

“Op bevel allemaal weer vrolijk en optimistisch zijn. De beleidsmakers, managers, gezagsdragers en machtshebbers, door mij verder bazen genoemd, verenigd in een monsterverbond van politiek, media en bedrijfsleven hebben besloten dat het tijd wordt, dat we allemaal weer vrolijk en optimistisch gaan worden.
De economische motor draait nu eenmaal beter op een brandstof van optimistische en vrolijke consumenten en werknemers, dan op een brandstof van chagrijnige, cynische en negatief-kritische mensen.
Leiding geven aan onnozele positivo’s is makkelijker dan leiding geven aan knorrige, kritische doemdenkers.

Hier volgen enkele aanbevelingen ter facilitering van die euforie:

Sluit je ogen voor het doemscenario volgens dewelke de beginnende tragedie van de westerse samenleving zich langzaam ontwikkelt en ga een keer met je oude oma rondrijden , geef een keer aan een goed doel (Bijv. Het Wereld Natuur Fonds ) of steun zo’n leuk en trendy, door vlotte realo’s uit het vrije bedrijf geleid, commercieel getint, privé-projectje in donker Afrika.
Ga vervolgens weer verder met datgene waar je al je hele leven mee bezig bent, nl.:
het je steeds sterker conformeren aan het gedachtegoed van je bazen, zodat je mogelijk eens, als beloning, ook een baas zult zijn en ook deel zult uitmaken van die uitmuntende elite (Spes Patria).

En neem het volgende ter harte:
Ga vooral niet nadenken over jezelf en je eigen leven. Dus niet relativeren, maar jezelf steeds en overal bloedserieus nemen.
Blijf alsjeblieft gewoon doen, dan doe je al gek genoeg.
Hou die conformistische, materialistische, hedonistische en verkwistende levensstijl vast en probeer hem uit te bouwen.
Blijf consumeren en potverteren.
Blijf plannen maken om in de toekomst je materiele bezit uit te breiden.
Maar bovenal, blijf vooral met plezier, toewijding en niet aflatende inzet werken, werken, werken, werken, werken, werken, werken, werken, werken, werken, werken en nog eens werken.
– Werken is sexy.
– Werken is hot.
– Werken moet.
Werken om je bazen (dwz de managers, de media en de politiek) hun pleziertjes te verschaffen, zoals:
– Een hoge, steeds stijgende beurskoers.
– Een geweten dat je niet wilt gebruiken,
– Een grote mond om te schelden op mensen, die niet willen werken
– Een villa van een half miljoen in een warm en stoffig shitland.
– Een grote boot om er heen te varen.
– Een groot vliegtuig om er heen te vliegen.
– Een glimmend vrouwtje om mee te pronken.

Werken om je bazen in staat te stellen hun eigen kinderen steeds te vertellen:
– dat deze, omdat het hun kinderen zijn, de beste zijn,
– en dat zij precies op hen lijken,
– en dat je medemens je concurrent is,
– en dat je medemens je vijand is (behalve als deze je eigendom is, zoals je begaafde kinderen en je mooie glimmende vrouwtje)
– en dat je moet concurreren op een markt van schaarste,
– en dat wie het eerst komt, het eerst maalt,
– en dat als jij het niet pakt een ander dat wel doet,
– en dat de ander beter voor jouw kan werken dan andersom,
– en dat er “losers” en “winners”zijn,
– en dat jij nou net toevallig een “winner”bent,
– en dat macht uitoefenen over al die”losers” je een heel fijn gevoel geeft van binnen,
– en dat jij, omdat je precies op je vader lijkt, voorbestemd bent om macht uit te oefenen,
– en dat jij een geboren leider bent met dat o zo schaarse natuurlijke gezag en charisma,
– en dat je eigen dingen altijd meer moet glimmen dan de dingen van een ander.

Werken om je baas in staat te stellen zijn antisociale, zgn. liberale plannen, in de praktijk, over jou rug te verwezenlijken.

Werken om je baas in staat te stellen steeds weer nieuwe idiote woorden te verzinnen zoals sexy, hot, uitdaging, uit je dak gaan, jongensboek, commitment, en alles wat nog komen gaat, om jou, gevangen in een web van pseudo-moderniteit en consumptieverslaving, er toe aan te zetten zijn wereldbeeld over te nemen, zodat hij nog gemakkelijker de reeds hierboven genoemde “genoegens” kan najagen.

Werken om een steeds conformistischer en anti-intellectuelere, meer consumptieverslaafde en meer markgerichte biologische robot te worden.

Werken om op verjaardagen en andere feestelijke bijeenkomsten de van je baas geleerde clichés te debiteren, zoals “Geld maakt niet gelukkig, maar je moet het wel hebben en het liefst heel veel”, of, “Je kunt beter ongelukkig zijn mèt geld, dan zonder geld”, kortom allerlei clichés die duidelijke moeten maken dat het bezit van geld voor jou en je baas wèl de allerbelangrijkste factor in het leven is. Geld, dus macht, respect en bezit, daar doe je het nou net allemaal voor en dan zijn er van die “losers”, die, gedreven door afgunst, jou even komen vertellen dat geld voor hen zogenaamd niet het allerbelangrijkste is in het leven. Kom nou, stelletje jaloerse kansarme uitkeringstrekkers!!

Werken om heel schijnheilig te kunnen zeggen dat je niets liever doet dan je, in volledige financiële, fysieke en psychische afhankelijkheid, de godganselijke dag voor je visionaire baas in te zetten , terwijl een grote groep werknemers er liever vandaag dan morgen nog mee ophoudt, maar dit i.v.m. hun sociale status nooit zal toegeven, laat staan doen.

Werken, omdat, wanneer je geen inkomensverschaffend werk zou hebben, wat god moge verhoeden, de hele conformistische goegemeente met de mond belijdt het zielig voor je te vinden dat je niet meer volledig aan de samenleving kunt deelnemen, terwijl ze in feite bedoelen te zeggen dat elke werkeloze of arbeidsongeschikte via premieheffing en de algemene middelen door hen wordt betaald en dat ze geen zin hebben om werkeloze of zogenaamd zieke lanterfanters te onderhouden. Ze willen het geld liever voor zichzelf houden om er allerlei onnutte rotzooi mee uit te halen. We noemen dat in de volksmond schijnheiligheid of, met een moeilijk en zeer intellectueel woord, ook wel hypocrisie.

Werken om vervolgens dood te gaan en er van overtuigd te zijn dat je een nuttig leven hebt gehad
Maar in werkelijkheid te sterven als de grote onnozele onbenul die je je hele werkende leven bent geweest, net als je baas die hetzelfde nutteloze, materialistische en anti-intellectuele leven leidde, alleen op een paar inkomensniveaus hoger.

Werken om vervolgens dood te gaan en tot die dood er steeds van overtuigd te zijn geweest dat je in een echte democratie leefde, daarbij voor je eigen gemoedsrust maar even vergetend, dat je het grootste gedeelte van je leven in een soort betaalde slavernij hebt gewerkt, dat je het grootste gedeelte van je leven je lichaam en je geest verkocht hebt aan je bazen, met alle schadelijke gevolgen van dien voor je creativiteit en inventiviteit.

Werken om te vergeten dat je ook een andere keuze had kunnen maken, waardoor je waarschijnlijk echt gelukkig was geworden in plaats van het schijngeluk dat je nu hoog moet houden tegenover je familie, vrienden, kennissen, de camping etc.

Daarom proclameert uw doordrammende naïeve anarchist het volgende:
Leve de autonome, creatieve, zichzelf ontplooiende, kritische mens, die zich niet als loonslaaf wil laten disciplineren en of vernederen.
Leve alle krachten en denkrichtingen die de mens werkelijk zullen bevrijden van zijn pathologische afhankelijkheid van de ander (vooral van zijn bazen) en die de mens er toe aanzetten in alle opzichten zelfvoorzienend te worden.
Leve de autonomie van het individu, leve de liefde en het respect voor de ander, hoedanigheden die een absolute voorwaarde vormen om een werkelijke beschaving te laten ontstaan.

Ik dank u hartelijk voor u aandacht”.

7 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Een hele oude mevrouw.

De roeiboot die wij tot zinken hebben gebracht.

Het ging toen allemaal wat langzamer.

Op de televisie is een detective. Er wordt Duits gesproken. “Zet eens wat harder! “, vraag ik aan Esther, die naast me op een keukenstoel zit. Ik zit in mijn eigen “luie” stoel. Weggedoken voor de kou. “Ik kan het niet goed horen” Esther pakt de afstandsbediening en zet het geluid iets harder. “We moeten wel een beetje om de buren denken”, roept ze boven het geluid van de TV uit. “Ja, ja”, mompel ik. Ik zak nog verder weg in de stoel. Oud worden is niet moeilijk, maar oud zijn, dat is de kunst, weet ik uit ervaring. Lopen lukt niet zo goed meer. Een rollator moet helpen. Ik heb verpleeghulp voor dag en nacht. En huishoudelijke hulp. Omdat ik het kan betalen. Mag het alsjeblieft!
Plotseling wordt er Engels gesproken op de televisie. “Zijn ze nou in Engeland?, vraag ik. “Nee, dit is reclame”, zegt Esther en ze moet lachen, “Over een auto”. Ik hoor, “This is so totally not us!!”. Langzaam dommel ik wat weg. Alles vervaagt. Ik ben weer in het Sportfondsenbad. Ik trek mijn baantjes. Dat kan ik goed. Zwemmen. Ik ben gek op zwemmen. Niet de crawl, maar de schoolslag. Vader zegt dat er oorlog komt. Ik kan het me niet voorstellen als ik door het water glijdt. Hopelijk wordt Nederland gespaard. We zijn immers neutraal. Hij staat op de kant naar mij te kijken. Ik zie dat hij trots op me is. Ik zie het aan zijn ogen. Die zijn zacht en lachend. Ik hef een arm en zwaai. Hij groet terug door zijn hand even licht te heffen. Een beetje onbeholpen. Oorlog, alsjeblieft niet zeg! Soms hoor ik op de radio die vreselijke man schreeuwen. In het Duits. Moeder zet de radio dan altijd uit. Soms moet zij ineens huilen. Ik weet eigenlijk niet goed waarom.
Over een paar dagen is het Chanuka. Het feest der Lichten. Elke dag een nieuw licht. En als de kaars is aangestoken gaan we weer latkes en soevganiot eten. En spelen we spelletjes. Dreidl, kaarten en bingo! Gezellig! Licht in de donkerste dagen van het jaar!!
Het is donker. Ik kom net van buiten. Het is aardedonker in de barak. Ik ben naakt. Om mij heen staan allemaal naakte mensen. Meest vrouwen met kinderen. Sommige met een baby’tje op de arm. Ik hoor een gesis. Ik krijg het benauwd. Om mij heen zie ik mensen vallen. Kinderen gillen. Ik weet dat ik ga sterven.
Ik schrik wakker. “Harry, hol schon mal den Wagen”, hoor ik een oude grijze man op de TV zeggen. “Is het al afgelopen?”, vraag ik. “Nee”, antwoordt Esther, “Nog lang niet”

5 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De wonderbaarlijke gebeurtenis op het congres van de Nationale Tuindersbond.

Je moet er altijd je hoofd bij houden!

De illegale slacht van een mens.

Drommels, een dikke bromvlieg suist onder het afgeven van een hoog en schel trilgeluid door de immense ruimte van de ontvangsthal. Het insect heeft het voorzien op de voorzitter van de Nationale Tuindersbond. Een wat bedeesde, maar desalniettemin uiterst scherpzinnige, ietwat gebogen en al wat oudere man met een enorme bos rood haar en een meer dan gemiddeld lange neus. Hij staat op het spreekgestoelte en is bezig de geachte afgevaardigden uit de Maghreb welkom te heten. Breed uitgesponnen worden daarbij ook de voordelen van irrigatie middels kunstmatig veroorzaakte dauwvorming in zuidelijke landen met weinig jaarlijkse neerslag. Een stokpaardje dat ook nu weer enthousiast bereden wordt door de voorzitter van de Tuindersbond.
Niemand weet, kan weten, dat de bromvlieg geen bromvlieg is maar een indringer. Een spion uit de occulte krochten van gene zijde. Bij nadere beschouwing blijkt de bromvlieg een bijna microscopisch kleine draak te zijn. Met fijne, ragfijne vliesvleugeltjes en met piepkleine klauwtjes die nog scherper zijn dan de punt van een speld. Tussen de klauwtjes heeft het monstertje een druppel van een licht iriserende vloeistof die door de wetten van de oppervlaktespanning intact blijft. Het draakje koerst doelgericht af op de luid pratende voorzitter en laat in een opwaartse looping het druppeltje precies in het rechteroog van de man terecht komen. Bijna meteen beginnen de contouren van de voorzitter te vervagen. Er ontstaat een plotse werveling en met een zoevend zuigend luchtgeluid verschijnt op dezelfde plaats achter de katheder een in witte boernoes gehulde man met een Arabische uiterlijk en een enorme zwarte baard. In zijn rechter hand draagt hij de staf van de Grote Geitenhoeder. Zijn stem dondert over de hoofden der aanwezigen. Allahu Akbar, Allahu Akbar!! Buiten de ontvangsthal valt de duisternis veel te vroeg in en kleurt de hemel lichtblauw en roze.
De genodigden, die zojuist getuige waren van de angstaanjagende metamorfose, beginnen onderling te fluisteren. Het geroezemoes zwelt aan en er zijn nu zelfs hier en daar kreten van verontwaardiging uit het publiek te horen. “Waar is onze voorzitter gebleven?”, schreeuwt een gezette, wat oudere boer met een gezwollen hypertensiegezicht op dreigende toon.
“Stilte”, dondert de Arabier op het spreekgestoelte, “Stilte!!! De teerling is geworpen. Allah heeft zijn keuze gemaakt! En ik ben de Profeet. Mijn naam is Moehammad, zoon van Abdallah en geboren in de stam van Haashim afkomstig uit de stam van Qoeraisj en voortgekomen uit het volk van Adnaan dat wortelt in de stam van Kedar, de tweede zoon van de profeet Ismaël. Ik ben aan u verschenen om u het finale oordeel van Allah te verkondigen.
“Allah heeft het hier op deze planeet allemaal aangezien en hij is er niet vrolijker van geworden. Hij constateert dat de mens het rechte pad heeft verlaten. Hij heeft gezien hoe zijn trouwste volgelingen de meest afschuwelijke misdaden uit zijn naam hebben begaan. Er is gemoord, gebrandschat en gehoereerd. Er is gelogen, bedrogen en gestolen. En dat alles steeds uit naam van Allah. De schuldigen zullen dan ook hun straf niet ontlopen en voor eeuwig moeten branden in de hel. De zachtmoedigen, daarentegen, zullen deze aarde beërven en zullen in het paradijs aan de zijde van Allah de heilige dadels der liefde consumeren. Zij zullen de diensten van Zijn hemelse maagden der eeuwige liefde ervaren en zij zullen voor altijd Zijn goedertierenheid aan de onstoffelijke lijve ondervinden.
Gaat nu allen heen, en verkondig deze onheilspellende maar tegelijk ook hoopvolle boodschap op deze zondige wereld opdat eenieder die gered wil worden ook gered zal worden. Allah geeft u tien aardse jaren om het wonder van de bekering te volvoeren. Na ommekomst van deze periode zal een ziedend en purgerend vuur de aarde louteren en de overgebleven zondaars vernietigen. De zachtmoedigen zullen worden opgenomen in hemelse heerscharen en zij zullen voor altijd de lof prijzen van Allah die het alfa en het omega is”.

Inmiddels zijn buiten de sirenes van politie-auto’s te horen die op geleide van verontrustende telefoontjes gepleegd vanuit de ontvangsthal op weg zijn naar de plek des onheils. Er zou sprake zijn van een terroristische aanslag op het Congres van de Nationale Tuindersbond.

Binnen in de ontvangsthal doet zich een eigenaardige ontwikkeling voor. De aanwezigen, het zijn er meer dan twee honderd, beginnen in vreemde tongen te spreken. Moehammad brult van het spreekgestoelte: “U spreekt vanaf nu in vreemde tongen. Want wie in een tong spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God, want niemand verstaat het; door de Geest spreekt hij geheimenissen. U dient eerst zichzelf te stichten alvorens de wereld in te trekken om de heilsboodschap te verkondigen. Want wie in een tong spreekt, sticht zichzelf, maar wie profeteert, sticht de wereld.”
Dan breken de ordehandhavers door de deuren de ontvangstzaal binnen. Zij worden geconfronteerd met een bizar schouwspel. De aanwezigen zijn bezig zich de kleding van het lijf te scheuren en praten daarbij in vreemde tongen. Een klanktaal die niet voor rede vatbaar is. Er wordt om inzet van ambulances gevraagd. Voor de politiecommandant is één ding overduidelijk. Er moet hier sprake zijn van een uiterst besmettelijke collectieve waanzin. Krachtdadig ingrijpen is zonder meer geboden. Na het arriveren van de ambulances worden de aanwezigen onder zachte drang afgevoerd naar verschillende ziekenhuizen om op de PAAZ verder behandeld te worden.
De politie doorzoekt het congresgebouw en vindt, verscholen op een van de toiletten, de voorzitter. De man siddert van angst terwijl zijn eens zo fiere en streng getrimde rode haardos in een grijze coupe wildebras is veranderd. Hij slaat wartaal uit, doch spreekt niet in vreemde tongen. Hij fluistert over gouden steden, over gelukzaligheid en over wereldverzaking. Zo nu en dan barst hij uit in een luid gejubel, waarbij zijn stem, eigenaardig genoeg, doorspekt raakt met de klankkleur van omineus bazuingeschal. Een geluid dat de betrokken ordehandhavers onmiddellijk kippenvel bezorgt. Er zou hier wel eens meer aan de hand kunnen zijn; zoveel kan de politiecommandant nu wel concluderen.
Op het spreekgestoelte wordt een witte boernoes gevonden en iets wat op een tulband zou kunnen duiden. Ook hangt er die vage, maar o zo herkenbare geur van geiten of schapen.

De mensen in het ziekenhuis herstellen snel. Na één dag praten ze al bijna weer normaal. Zij vertellen allemaal hetzelfde verhaal. Het verhaal van de wonderbaarlijke metamorfose en de donderpreek met de onheilsboodschap. Na aanvankelijk een welwillend oor te hebben gekregen voor hun verhalen verdwijnt na verloop van tijd de bereidheid om de getroffenen serieus te nemen steeds sneller. Al gauw wordt er gesproken van massahysterie en wordt daarbij verwezen naar soortgelijke gebeurtenissen uit het verleden. De mensen die de conferentie van de Nationale Tuindersbond bijwoonden blijven met lege handen achter en worden in toenemende mate met achterdocht bekeken. Met zulke occulte flauwekul hoef je in het extreem nuchtere Nederland niet aan te komen.
Na verloop van tijd echter, krijgen alle toenmalige aanwezigen van de inmiddels beruchte conferentie de innerlijke drang om de profetie der eindtijden te gaan prediken, hetgeen hun inmiddels al sterk gedevalueerde geloofwaardigheid tot het absolute nulpunt doet dalen. Zij worden dan ook het onderwerp van spot en ridiculisering. De belangstelling dooft. De jaren verstrijken en langzaam wordt de gebeurtenis opgeslokt en vermorzeld tussen de langzaam malende kaken van de vergetelheid.

Het jaar 2020 breekt aan. De toestand is sterk verslechterd. Uitzonderlijke en vernietigende droogten worden afgewisseld door extreme regenval en rampzalige overstromingen. De globale economie staat op het punt om volledig in te storten en vluchtelingenstromen trekken over het aangezicht der aarde om overal wanhoop, agressie en absolute onwil te ontmoeten. Oorlogen dreigen. Natuurrampen kosten het leven van vele miljoenen mensen. Erbarmen en medeleven zijn zeldzamer geworden dan diamant. De desastreuze gevolgen van het destructieve en te kwader trouw zijnde kapitalisme teisteren in toenemende mate onze moe gestreden planeet.

Dan bereikt ons een alarmerend signaal van onze ruimtetelescopen. De nucleaire kernactiviteit van de zon schijnt plotseling toe te nemen. Metingen wijzen uit dat er op de zeer korte termijn iets staat te gebeuren. Men vermoed een uitzonderlijk eruptie van zonneactiviteit die zich op de aarde zal richten. De temperatuur van de dampkring zou daarbij wel eens tot boven het kookpunt kunnen stijgen.

In 2021 is er van de aarde niets meer over. Continenten smeulen nog na. Het leven is grotendeels verdwenen. Slechts kleine organismen en diepzeedieren hebben de slachting overleeft. Het zal honderden miljoenen jaren duren voor nieuw intelligent leven zal ontstaan.

In een aangrenzend universum leunt Moehammad achterover in zijn luie stoel. Naast hem zitten Jezus en Paulus. “Ze kunnen niet zeggen dat we ze niet gewaarschuwd hebben”, zegt Moehammad. Jezus haalt zijn schouders op. “Toen ik er was luisterden ze ook al niet”.

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Festival der mogelijkheden.

3 november 2011. Max. temp. Bijna 19 graden Celcius. Is dat normaal?

Voorbode van ondraaglijk onheil. Op 4-11-2011 wordt bijna een temperatuur van 19 graden Celcius bereikt.

In alle vroegte begeef ik mij op weg naar het festivalterrein. Boven de weiden hangen grote luchtballonnen om te voorkomen dat vijandige vuurvogels het festivalterrein kunnen bestoken met hun adem des doods. Het is nog steeds geen vrede. En het botert niet tussen de moerasmannen en de luchtpiraten . De verre witte zon staat hoog aan de lichtpaarse hemel. Ik moet eerst nog een stuk door de dichte bossen lopen om mijn bestemming te bereiken. Grote zilveren bomen van vele honderden meters lang torenen hoog uit boven de glooiende ondergrond van dicht lichtgroen struikgewas en vormen een bescherming tegen de schadelijke stralen van de purperen zusterzon die aanstonds zal opkomen om het landschap donkerder te gaan kleuren.
Dan word ik een aanzwellend geruis gewaar. De lichtere geluiden groeien al gauw uit tot het diepere dreunen van zware machines. Een schaduw valt over mijn pad en de lucht lijkt te sidderen in het aangezicht van het aanstormend geweld van de zwarte kurassiers des doods. Gezeten in hun voorwereldlijke luchtmachines duiken zij naar de grond om alles wat leeft te vernietigen. Het einde lijkt voor de zoveelste keer te zijn begonnen. Ik doe mijn linnen rugzak af en haal mijn smaragdgroene glazen bol tevoorschijn. Met een licht pulserend licht bouwt de bol binnen een fractie van een seconde een stralingsschild om mij heen. Nog geen tel later bevind ik me te midden van ontploffende zwaartekrachtgranaten. De felle flitsen van SDL- gravitonen lekken begerig tegen het schokkende gluonenschild. Ik schouder de magische elektronenbazooka, ik richt en ik vuur een veelkleurige droomkogel af. Het prachtige projectiel raakt de zwarte kurassiers precies in hun zwakke stee, namelijk in het hart van hun verbeelding. Zij storten ontmythologiseerd ter aarde en roepen al vallend hun godin van het esoterische zwaard aan. Zij die vlammend toezicht houdt op de juiste verdeling van goed en kwaad. Zij die er is, er was en er altijd zal zijn. Door de impact van hun val schieten grote brokstukken ectoplasma als ontketende voetzoekers met een hoog gillend gesis de lucht in en beschrijven onder invloed van intermitterend ontploffende zwaartekrachtgranaten willekeurig grillige banen die zich des te duidelijker aftekenen tegen de steeds purper wordende kleur van de hemel.

Zoiets maakt mij wel altijd hongerig. Ik haal mijn multidoos uit mijn rugzak en toets kaviaar, Chablis en notenpaté in. Voedsel wordt altijd opgediend in de ruimten van je dromen. Ik zit plots in een gebouw dat aan een steile bergwand hangt. Met uitzicht over een oceaan van mogelijkheden. Mijn mogelijkheid visualiseert zich in bijzonder hoge, maar traag voortrollende reuzengolven die frêle bootjes dragen waarin onwerkelijk mooie meisjes in veelkleurige gewaden wanhopig om hulp schreeuwen. Zo nu en dan slaat een bootje om en verdwijnen er meisjes onder het wateroppervlak dat zacht ploffend begint te kolken doordat geëlektrificeerde etherhaaien vechten om de resten van de smakelijke imago’s van de plots woest bewegende meisjes. Van heel ver klinkt ijl kindergezang hetwelk sterk bijdraagt aan de surrealistische sfeer van mijn fantasma.
Na het eten sluit ik mijn fantasma af en herneemt de oceaan zijn saaie eeuwigdurende golfbeweging, mij in slaap wiegend en meevoerend naar de kusten van een gestrand universum aan de periferie van mijn verbeelding. Tegen het zwart van de kille ruimte hangt een blauwgroene planeet. Mijn werkelijkheidsanalyse voorspelt stoffelijk leven. Ik tune in en hoor berichten over euro’s en crisis. Ik raak licht geïnteresseerd en visualiseer een totaalbeeld. Het betreft een primitief vierdimensionaal universum met hier en daar tekenen van stoffelijk leven. Ik concentreer me op de blauwgroene planeet. Wat ik percipieer bevalt me eigenlijk niet zo. Ik besluit om dit vervelende gedoe te gaan afsluiten door gebruik te maken van het in de esoterische praktijk altijd betrouwbare middel van vacuümverval. Een mogelijkheid die zich baseert op de verschijnselen van de kwantumvacuümfluctuatie. Een staat van hogere energie zal zich binnen een vacuüm altijd willen transformeren naar een staat van lagere energie. Een handig proces waarbij de werkelijkheid van het universum radicaal wordt vernietigd om plaats te maken voor andere nuttiger zaken.
Ik zap weg en weet dat ik een mislukt experiment definitief heb afgesloten.
Door mijn multidoos te activeren kom ik weer op het ectoplastische slagveld terecht. De eeuwigheid omsluit mijn wezen en ik ben weer in de toestand van alles in een. Mijn “IK” versmelt naadloos met het totaal en bestaat niet meer.

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De lange mars naar de hemel.

Herfst 2011

De uitvalsbasis van de Witte Wieven.

Oioioioioi!!! Het is helemaal mis met mijn “schrijven”. Ik heb alle oude stukjes nog eens gelezen. Slecht tot heel slecht!!! Onsamenhangend en verward. Afgekloven woordcombinaties en te veel bijvoeglijke naamwoorden. Het zouden korte, treffende zinnetjes moeten zijn vol met woordvondsten en taalgrapjes. De inhoud zou licht moeten zijn en de vorm sober. Jonge mensen zouden er zich , vooral om commerciële redenen, in moeten kunnen herkennen. Maar ik ben oud. In jolige en jeugdige kringen spreekt men wel van een “oude lul”. Ik kan alleen als een “oude lul” schrijven. Dus met lange zinnen. Met veel bijvoeglijke naamwoorden. Met krullen en versieringen. Als ik zeg dat het helemaal mis is met mijn “schrijven” dan doel ik uiteraard ook op de onontkoombaarheid van mijn tragische noodlot als talent-arme “oude lul”. Helaas kan ik alleen maar “schrijven” als “oude lul”. Een “oude lul” met een overduidelijk gebrek aan noemenswaardig commercieel of artistiek schrijftalent. Natuurlijk zijn er tientallen talentvolle oude schrijvers aan te wijzen die wel excelleren in eenvoudig, edoch doelmatig taalgebruik, die het gebruik van de simpele metafoor niet schuwen en die hun zinnen kort tot zeer kort houden. Maar nogmaals, dat alles geldt niet voor mij. En, als schrale troost, ook niet voor de vele tienduizenden mensen die, geheel in lijn met het dogma van de roze bril, wel van zichzelf vinden dat ze tot de beste, maar helaas en volstrekt ten onrechte, nog niet ontdekte, schrijvers ter wereld behoren. Laat overigens onverlet, dat ik van mening ben dat ik zelf best goed met de pen kan fantaseren.

De dageraad hangt als een lijk aan een galg boven de verre horizon (kijk, dat bedoel ik nou!) Alles is grijs. De regen valt gestaag. Druppels kletteren driftig op de capuchon van mijn gekreukelde plastic regenjack. Het is windstil. Slechts het gegorgel van de regen, die zich altijd weer een weg zoekt naar lager gelegen delen, verstoort de rust. Naast mij loopt de hond. Een braaf beest. Oud en betrouwbaar. Hij blaft alleen als het echt nodig is. Hij is introvert. Op zijn gezadelde rug zit de kabouter. Mijn kabouter. Ik ken de kabouter al zo lang als ik leef. Hij is mijn geweten. Vreemd genoeg ben ik nooit geboren. Ik ben er altijd al geweest. Steeds weer in de vorm van nieuwe personages. Soms een bakker, dan weer een gescheiden boekhouder, maar ook redelijk vaak een losbollige zeeman. Momenteel zwerf ik hier rond in de gestalte van een gelukkig getrouwde jonge piloot met ziekteverlof. Net de ziekte van Pfeiffer achter de rug. Aansterken. Wandelen op het strand met de hond en de kabouter. Mijn kabouter zegt nooit erg veel. Maar als hij wat zegt is het ook meteen raak. U kent ze wel, die kabouters die nooit wat zeggen. Maar als ze dan een keer hun mond open doen is het niet voor niks. Ja, die rake droge humor, die kan er behoorlijk inhakken.
Nou, zo’n soort kabouter heb ik.
Dreig ik te ontsporen dan weet de kabouter me met een gevat woord of een absurde grap weer op de rails te krijgen. Werkt zijn terechtwijzing niet, dan wordt ik gedwongen van personage te veranderen. Gelukkig gebeurt dat niet zo vaak.

Het is stil op het strand. De zeemeeuwen zitten lamlendig op het natte zand en kijken weemoedig over de stille zee uit. De hond gaat iets sneller lopen, daartoe aangespoord door de kabouter. Ze draven nu voor mij uit. Ik zie de kwast aan het rode puntmutsje op en neer gaan. Het is nog te vroeg voor andere mensen op het strand. Plots staat de hond stil en geeft één blaf. De kabouter is afgestegen en staat te kijken naar iets dat half in het zand begraven ligt. Ik kom naderbij en zie dat het een prachtig bewerkt kistje is van ebbenhout (bij mij zijn gevonden kistjes altijd van ebbenhout). Ik pak het kistje en maak het open. Zacht sissend ontsnapt een zwart gas. Boven onze hoofden vormt dit gas een soort voertuig. Wij stappen in en vliegen weg. Ik ken het klappen van de zweep. Ik ben piloot. Wij vliegen steeds sneller en hoger. Boven ons wordt door een langzaam naar voren schuivende transparante overkoepeling geleidelijk de ruimte afgesloten waarin we ons bevinden. Ik zit achter de knoppen en roep “Hou je vast, we gaan alweer landen” Beneden ons ligt een eilandje in een onmetelijke oceaan. Een groene stip in een onafzienbaar vlak van blauw. Palmbomen en een strand. Even verder een houten huisje. We gaan er binnen en staan terstond midden in een drukke stad. Geen gewone stad, nee, een stad van de toekomst. U kent ze wel, die steden van de toekomst. Hele hoge dunne gebouwen. Kleine zwevende autootjes en veel groen van exotische onbekende bomen. Sommige bomen zijn nog hoger dan de hoogste gebouwen. En dan praten we echt over enkele kilometers. De kabouter zit inmiddels weer in het zadel bovenop de hond. De hond sjokt voort. “We gaan naar God”, zegt de kabouter. “Naar God?”, vraag ik verbaasd. “Ja, naar de baas die jullie gemaakt heeft. Die noemen jullie toch God”, zegt de kabouter betweterig. Ik doe er verder het zwijgen toe. We staan voor het hoogste gebouw van de stad. Een enorme deur. Honderden meters hoog. Boven de deur staat in kolossale gouden letters “GOD”. We zijn er, zegt de kabouter, schoenen uit. Je mag hier alleen zonder schoenen naar binnen!
In die immense deur zit een heel klein deurtje. Net groot genoeg om ons binnen te laten. In een klein en knus kantoortje zit een ouderwets geklede man achter een enorm cilinderbureau. “U wenst?” vraagt hij. Voor ik wat kan zeggen roept de kabouter: “Wij zoeken de WAARHEID. Deze meneer hier “, en hij wijst met zijn piepkleine vingertje naar mij, “zoekt de WAARHEID”. “U bedoelt GOD”, zegt de man vermanend. “Daar is de lift. Bovenste verdieping”.
In de lift zoeven we met zijn allen naar boven.
Als de liftdeuren open gaan stappen we uit in een smalle gang. Op de muur tegenover de liftdeuren bevindt zich een bord met een pijl naar rechts. HEMEL (honderd miljard lichtjaren) staat erop. Wij lopen een klein eindje naar rechts en bemerken dat het einde van de smalle gang inderdaad niet te zien is. Alle lijnen vloeien naar één punt. Dan kijken we ook maar even naar links. Daar blijkt de gang al snel te eindigen en uit te komen op een soort massieve kluisdeur. HEL staat er op geschreven met vlammende rode letters. Door de kieren van de kluisdeur kringelt wat zwarte rook naar boven.
Wij kijken achter ons. De liftdeuren zijn verdwenen!!! De kabouter neemt meteen een beslissing. Naar rechts, piept hij benauwd.
Dat alles is nu al heel lang geleden en wij lopen nog steeds.

5 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Overbevolking en de toekomst.

Krioelende mensenhoop.

Je zal er maar wonen!!!

“Het Vervolg”. De Volkskrant van 29 oktober 2011. Een angstaanjagende foto van een stad. Mexico City heet de stad. Heuvels bedekt met een onafzienbare zee woningen, krotten, wegen en gebouwen. Zo ver het oog reikt, huizen, huizen en nog eens huizen. Mexico City, stad met meer dan twintig miljoen inwoners. Een onleefbare stad. Een stad waar de misdaad de boventoon voert en een mensenleven eigenlijk niets waard is. Opgaan in de massa. Verloren raken. Wegdrijven van het Goede. Je kapot vechten om te overleven in een jungle van steen en beton.
Hoe gaat het met je? Met mij gaat het goed. Ik ben er één van twintig miljoen. Je kunt mij zo inwisselen voor een ander. Ook denk ik net als alle anderen. Ik vecht om te overleven in deze hel van anonimiteit en onverschilligheid.

Rond 2050 leven er ongeveer 9,3 miljard mensen op deze planeet en rond 2100 ongeveer 10 miljard. Kan dat? Mag dat? Ja, het kan wel, maar het mag niet. Maar van wie mag dat dan niet? Nou, het mag niet van mij. Ik vind dat het niet zou moeten mogen. Is het belangrijk dat ik dit vind? Nee, het is helemaal niet belangrijk dat ik dit vind. Er zijn namelijk zeven miljard mensen die altijd wel iets van iets vinden. Is dat dan toch heel belangrijk? Nee, dat is volgens mij niet belangrijk want het blijven zeven miljard individuen die met zijn allen voornamelijk voorgeprogrammeerde saaie gedachten hebben. Gedachten die net zo onbelangrijk zijn als de eigen saaie en voorgeprogrammeerde gedachten. Gedachten die de onafwendbare en onverbiddelijke toekomst niet kunnen veranderen. Want de toekomst ligt vast. Hoe je het ook wendt of keert en hoe fanatiek je ook het tegendeel wilt beweren omdat je jouw eigen inherente rozebrilachtige illusie van de “vrije wil” koestert. De vermeende belangrijkheid van al die soms sterk overgewaardeerde gedachten en al die krakkemikkige producten van zelfbenoemde en verwaten slimheid zal verdampen als je bereid bent dat alles te beschouwen binnen het gietijzeren kader van de onontkoombare werkelijkheid der toekomst. Voor mijzelf zijn mijn gedachten dus zeer belangrijk. Uiterst belangrijk. Maar ik ben me er van bewust dat het slechts “Spielerei” is. Ik lijk origineel, maar ik ben het niet. Verre van dat. Alles is al een keer bedacht en gedaan. Als je dit allemaal beseft en hebt verinnerlijkt dan pas kan het werkelijke leven beginnen.
Het leven in het hier en nu. Het leven in het besef van de onontkoombaarheid van de totaalheid der dingen opent de weg naar de werkelijke vrijheid. Maar deze vrijheid is maar voor enkelen weggelegd als ik meneer Boeddha moet geloven.

Ik heb zo maar het gekke idee dat de aanwezigheid van tien miljard mensen op een kleine aarde niet echt goed kan zijn voor de geestelijke gezondheid van al die aardbewoners. Ik denk dat ze er een beetje gek van gaan worden. Zonder dat ze het zelf in de gaten zullen hebben. Het begin van dit proces is nu al waar te nemen. Ze gaan elkaar langzaam maar zeker opvreten. Figuurlijk gesproken dan. De uitwassen van de hebzucht zullen in de vorm van een steeds populistischer kapitalisme de mensen meer en meer conditioneren. Authenticiteit gaat verdwijnen. Je kunt geen tien miljard mensen in bedwang houden die allemaal wat anders willen. Nee, het moeten gehersenspoelde mensen zijn. Mensen die het fijn vinden om met miljoenen op een plek te wonen. Om met miljoenen hetzelfde te doen. En om met miljoenen hetzelfde te denken. Mensen als mieren. Inwisselbaar. Brood en spelen. De illusie creëren dat jezelf heel uniek en bijzonder bent terwijl je steeds meer op je buurman gaat lijken. Uiteindelijk eindigen we met mensen die via allerlei, in hun lichaam geïmplanteerde, elektronica steeds meer op robots zullen gaan lijken.

Maar zo ver zal het uiteraard niet komen. De mens zal door eigen toedoen de aarde vernielen zodat er nagenoeg geen mogelijkheden meer overblijven voor menselijk leven. Rond 2100 zullen we een aarde zien die nauwelijks nog voor mensen bewoonbaar is. Maar dan is de teerling al geworpen. Dan hebben we domheid en hebzucht laten prevaleren boven de ratio.

Ik wens u overigens nog een prettig leven toe met heel veel vakanties, nieuwe auto’s, ingrijpende waardevermeerderende verbouwingen, tweede huizen, zeiljachten en vliegtuigen. Geniet er van nu het nog kan. Na ons de zondvloed!!!

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Anne.

UWV en nieuwe keuken.

Verbouwing 2010.

Het een wordt altijd afgewogen tegen het ander. Voor wat hoort wat, leert ons een oude zegswijze.

Een lange tijd geleden, toen ik nog heel jong was, heb ik, desgevraagd, eens wat geld gegeven aan een pas getrouwd meisje dat toen dringend behoefte had aan onmiddellijke financiële ondersteuning. Ik voelde een diep medelijden. Zij had een akelige, vervelende en norse man die op uiterst onrechtvaardige wijze de baas speelde. Er was geen geld meer om luiers en voedsel voor het kind te kopen omdat “meneer” zich stelselmatig te buiten ging aan het kopen van luxegoederen ten behoeve van zichzelf. Ik gaf haar iets van twee honderd gulden, dacht ik.
Het hele voorval was ik al lang weer vergeten tot gisteren de deurbel ging, ik open deed en er een vrouw van meer dan middelbare leeftijd voor mij stond.
Achter haar, aan de trottoirband geparkeerd, stond een hele dikke vette dure auto. Een Bentley of zoiets. Zij gaf mij een grote brief en voor ik iets kon zeggen maakte zij rechtsomkeert en verdween in die exclusieve wagen. Mij totaal verbaasd op de drempel van de voordeur achterlatend met een dikke enveloppe in mijn hand.

Wij besloten derhalve onze badkamer te renoveren. Een lang gekoesterde wens. De oude badkuip werd weggehaald en er zou een douchecabine voor in de plaats komen. Wij zaten net beneden koffie te drinken toen een werkman naar beneden kwam met een oud gedeukt koekblik in zijn handen. Hij had het gevonden in een ruimte onder de oude vloer van de badkamer. Bussink Deventer Koek. Ik maakte het open met behulp van een schroevendraaier want de tijd had het blik met behulp van roest stevig verzegeld. Na enige moeite knarste het deksel open. Er zaten drie schoolschriftjes in. De schriftjes waren helemaal volgeschreven. Door een kind. Ik trachtte na te gaan of ik iets naders kon vinden. Een naam of een jaartal. Op de vergeelde etiketjes kon je, met enige moeite, de naam Anne ontcijferen en op elk exemplaar stond een ander jaartal, 1937, 1938 en 1939. Ik nam me voor om de schriftjes later, als de rust in huis zou zijn weergekeerd, te lezen.

Twee weken later hadden wij een prachtige, totaal gerenoveerde, badkamer en hadden we zelfs nog wat geld overgehouden. Onze stokoude buurvrouw mevrouw Schaap, die wekenlang al het drukke gedoe vanuit het zijraam in haar keuken had gadegeslagen, vroeg of zij het resultaat van de verbouwing mocht zien. Natuurlijk mocht dat. Na de bezichtiging dronken wij beneden een kopje koffie en kwamen zo te praten over het verleden. Mevrouw Schaap woonde al in onze straat sedert 1936. Zij was toen een meisje van acht jaar. En zij kon zich herinneren dat in ons huis familie van Anne Frank had gewoond. Anne kwam bijna elke zomer logeren en speelde dan vaak met de andere kinderen uit de straat. Een bizar verhaal leek mij, tot ik ineens moest denken aan die drie oude schriftjes in het koekblik.
Het kan raar lopen.

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De slagerij en het mirakel.

U weet wel!! Levend verleden!

Een lange zomermiddag in San Gimignano. Het Manhattan van Toscane.

Er hangt iets in de lucht. Er broeit iets. De mensen kijken elkaar niet aan. Ja, als de een wegkijkt, kijkt de ander vlug even op. Een verontrustende sfeer. De wolken buiten schieten voortgejaagd door een noordwester storm over de daken naar een bestemming die wel heel ver weg moet liggen. De winkeldeur gaat weer open en er komt nog een klant binnen. Een kleine magere man in een lange zwarte regenjas. Hij heeft een witte baard en hij is kaal. Er staan al minstens tien klanten in de winkel te wachten. Niemand zegt wat. Allen het geluid van het hakmes op het hakblok dreunt de seconden weg. De man in de lange zwarte jas schraapt zijn keel en zegt plotseling met licht galmende stem: “Hoor mij aan, mensen, ik ben in uw midden verschenen om het mogelijke einde van uw wereld aan te kondigen”. De klanten deinzen geschrokken achteruit en de slager zegt: “U bent nog niet aan de beurt”. De man treedt naar voren en zegt: “Uiteraard wenst u van mij een gedegen bewijs of een teken dat het mij menens is. Welaan, ik zal u dat bewijs leveren. Ziet hier de aarde”, roept de man. En vlak voor hem, ter hoogte van zijn hoofd, verschijnt een werveling in de lucht. Een sterk pulserend oranjerood licht dat allengs overgaat in een zacht groenblauwe bol die langzaam de vorm van een miniatuur aarde aanneemt. De continenten en de oceanen zijn duidelijk te onderscheiden. De bol heeft ongeveer de afmetingen van een flinke voetbal. Nederland is als een minuscuul vlekje ook zichtbaar. De slagerswinkel baadt in een blauwgroen licht. De klanten staan bij elkaar in een hoek bevangen door grote schrik en verwondering. “Let nu op”, gebiedt de kleine kale man met de witte baard. Hij priemt een knokige wijsvinger in de richting van de miniatuur-aarde. Het topje van de vinger blijft hangen boven de plek waar Nederland zich op de bol bevindt.
Buiten verandert de dag in de nacht. “Ga naar buiten en aanschouw het wonder mijner wijsvinger!!”, roept de man met een door ontroering en hartstocht verstikte stem. De klanten schuifelen als gehypnotiseerd door de winkeldeur naar buiten om op de stoep naar de lucht te kijken. Een lucht waar geen wolkje meer te zien is. Een hemel die volledig in beslag wordt genomen door een reusachtige wijsvinger, waarvan de bovenkant van de nagel als een enorme rolwolk tegen de horizon staat afgetekend. De lange brede straat is leeg. Er is niemand te bespeuren. Alleen het kleine groepje klanten uit de slagerswinkel is te zien. Enkelen zijn inmiddels in opperste devotie geknield. Sommigen hebben het gelaat met hun handen bedekt. Anderen laten slechts een aanhoudend jammerend gehuil horen.
“U kunt weer binnen komen” roept de man vanuit de slagerij. De klanten gaan de slagerij weer in en heffen hun handen ten hemel. Zij spreken in vreemde tongen en zij scheuren zich de kleding van het lijf. De slager en zijn vrouw hebben zich bij de klanten gevoegd. “Het is een mirakel” piept de slager. “God zij geloofd” roept een oude vrome vrouw. Allen liggen nu geknield voor de kleine kale man met zijn lange zwarte jas. Zij betasten in oprechte aanbidding de slippen zijner mantel. De kleine aarde is er nog steeds. Zij zweeft vlak voor het hoofd van de kleine kale man met het serene gezicht. Hij knipt met zijn vingers. De aarde lost op in de lucht. Buiten is de wind weer hoorbaar. De noordwesterstorm die de wolken voortjaagt over de daken naar een bestemming die wel heel erg ver weg moet liggen.
“Doet u mij maar twee ons ossenworst” zegt de kleine kale Man. Niemand vindt het erg dat Hij voor zijn beurt gaat.

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Arnon Grunberg wil het niet snappen om hem moverende redenen..

Mijn bijen zijn nog lang niet dood.

Mijn bijen zijn nog lang niet dood. Honing in overvloed!! Als je maar goed bent voor die beestjes!

Het uiterst negatieve beeld dat Arnon Grunberg meent te moeten geven van deelnemers aan de Occupy-Beweging past naadloos in zijn grimmige en cynische opvatting over de menselijke hoedanigheid. De mens is een kapitalist in hart en nieren. Idealen bestaan niet of zijn slechts verborgen motieven om het streven naar eigen egoïstische materieel gewin te maskeren. De mens deugt überhaupt niet. De mens wil slechts neuken, stelen, elkaar bedonderen, elkaar vermoorden etc. etc. en bakt er ethisch gezien helemaal niets van. Dit wereldbeeld is, gezien zijn joodse afkomst, niet verwonderlijk. Een volk dat eeuwenlang slachtoffer is geweest van het perfide en xenofobische gedrag van medemensen heeft mijns inziens het volle recht om collectief getraumatiseerd te zijn. De keiharde, zakelijke en soms bijna gewelddadige reactie van zo’n volk op het hen aangedane onrecht krijgt dan al gauw collectief gestalte in de vorm van overtrokken agressie, buitenproportioneel cynisme en vaak ook in een sterk immorele en hedonistische levenswijze. Tot zover mijn psychologische verklaring van de koude grond. Ik denk dus te begrijpen waarom Arnon Grunberg zo tekeer gaat. Maar hij doet er de mensen van de Occupy-Beweging geen recht mee. Zo erg is het echt niet. Het zijn niet allemaal crypto-bankiers die desnoods ook wel genoegen nemen met de helft van een bankierssalaris omdat ze, zoals Arnon Grunberg heel cynisch opmerkt, zo bescheiden zijn.
Er bestaan idealen! Die idealen hebben vooral te maken met immateriële zaken zoals Liefde, erbarmen, solidariteit, empathie, vergeving. Op geleide van die idealen dient een nieuwe (nog) betere samenleving gegrondvest te worden. Die idealen zouden eigenlijk als een rode draad door alle geledingen van de samenleving moeten lopen. Maar het zijn juist deze immateriële zaken die in onze door en door geëconomiseerde samenleving niet of nauwelijks meer aan de orde komen. Het inherente grote wantrouwen dat het vrijemarktdenken per definitie aankleeft is verantwoordelijk voor het ontstaan van een keiharde maatschappij waarin iedereen probeert weg te graaien waar hij bij kan en waar kwade trouw het leitmotiv is van het contemporaine denken en handelen. Het is momenteel ieder voor zich en god voor ons allen.

In dat ijskoude onverschillige neoliberale klimaat staat het vermelden van idealen gelijk aan doodzonde. De neoliberalen zijn realisten en vertellen dat aan iedereen die het maar wil horen. Zij moeten al helemaal niets hebben van zwevers en luchtfietsers. Hun denken en handelen gaat niet verder dan de economische kant van een mensenleven. De filosofie is eenvoudig. Goederen zijn schaars en zullen steeds schaarser worden. Je moet dan ook je stinkende best doen om het zover te krijgen dat jij het best geëquipeerd bent om die schaarse goederen te pakken alvorens een ander je te vlug af is. Dat kan door heel veel diploma’s te behalen en je kritiekloos te voegen in het nog steeds groeiende witteboordenleger van fraudeurs, exorbitante zelfverrijkers en oplichters dat zich, als enig echte zinvolle levensvervulling, ten doel heeft gesteld om zich een zo groot mogelijk stuk van de economische koek toe te eigenen. Ontbreekt je de ruggengraat of het vereiste IQ om diploma’s te behalen dan kun je proberen om al dat geld en die begerenswaardige consumptiegoederen van anderen af te pakken via legale en desnoods via illegale wegen. Kun je dat ook niet, dan ben je gewoon een armzalige beklagenswaardige loser die alle ellende volledig aan zichzelf te danken heeft. Er is geen enkele reden om zulke domme en ruggengraatloze losers te helpen. “Niet van mijn belastingcenten” is dan de mantra van de economische winnaars.

Het is goed dat er een brede beweging is ontstaan die zich verzet tegen de dominantie van het geld, de destructieve economische groei en de graaiende hogepriesters en toverdokters van de financiële wereld. Ik steun deze beweging van harte en hoop dat men gaandeweg in staat is om een adequate strategie te bedenken om het slechte in deze wereld het hoofd te bieden.

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized