Categorie archief: Uncategorized

Benedictus Spinoza. Gelovige of ketter?

Spinoza. 2015 Tractatus Theologico - Politicus. 2015 Spinozahuisje Rijnsburg. 2015

 

Spinoza werd op 24 november 1632 geboren te Amsterdam op de Vloonburg (de huidige Zwanenburgwal. Vlak bij de plek aan de Amstel waar nu de Stopera is).

Zijn vader was Michael d’ Espinoza (alias: Gabriel Alvares). Hij trouwde drie maal. Zijn eerste echtgenote was Rachel d’Espinoza, dochter van zijn oom Abraham Jesserun d’Espinoza uit Nantes. Zij schonk Michael twee kinderen, Isaac en Rebecca. In 1627 overleed zij. Vervolgens trouwde hij met Hanna Deborah, die hem drie kinderen schonk t.w. Miriam, Baruch, Gabriel. Zij overleed in 1638 aan tuberculose toen Baruch 6 jaar oud was. De derde echtgenote was Ester dÉspinoza die kinderloos bleef en in 1653 overleed.

De familie d’ Espinoza was afkomstig uit Portugal. Het waren joden die door het katholieke bewind waren verjaagd (Maranos) uit Spanje en Portugal. Zij kwamen uiteindelijk via Nantes en Antwerpen in Amsterdam terecht waar zij een hechte gemeenschap vormde inclusief de joodse gebruiken.

Spinoza bezocht de normale joodse scholen (“Ets Haim”, Boom des Levens). Zijn familie genoot aanzien binnen de joodse gemeenschap en was donateur van de joodse school waar Spinoza op zat. Spinoza bleek een uitzonderlijk begaafde leerling. Toen zijn oudere halfbroer Isaac overleed moest hij van zijn vader Michael in het familiebedrijf komen werken. Zij handelden, via hun bedrijf in Nantes, in mediterrane producten. Door dit werk was Spinoza niet in staat om zich optimaal aan zijn studie te wijden. Desondanks slaagde hij erin om allerlei controversiële gedachten en ideeën te ontwikkelen en te uiten die hem uiteindelijk ernstig in conflict brachten met de orthodoxe joodse gemeenschap waartoe hij behoorde.

Hij bestudeerde, als autodidact, de Tora, de Bijbel en de bekende joodse filosofen (Maimonides, de joodse evenknie van de Arabische Averroës). Hij leerde latijn en maakte zo kennis met de middeleeuwse scholastiek (Abelard, Thomas van Aquino, Albertus Magnus etc.), met de Griekse filosofen (Socrates via Plato, Aristoteles, Plotinos etc) en tenslotte met de nieuwe filosofie van de Renaissance, vooral Giordano Bruno en Rene Descartes. Met name Giordano Bruno wond er in zijn tijd geen doekjes om. Hij vertolkte zo ongeveer dezelfde metafysica als Spinoza. Er kan geen sprake zijn van een buiten het “AL” bestaande God die dus als buitenstaander het geheel zou besturen. Nee, zei meneer Bruno, er is slechts “Het Zijnde”, het universum, dat wil zeggen ons eigen ruimtetijdcontinuüm, dat gelijk te stellen is aan God.

Vanwege zijn godslasterlijke en blasfemische beweringen werd Spinoza voor de Parnassim (bestuurders van een Sefardische gemeente) gedaagd en hem werd verzocht zijn leven te beteren en zijn ideeën af te zweren. Dit weigerde Spinoza, waarop hij door de Parnassim werd geëxcommuniceerd, verbannen, vervloekt, kortom met pek en veren overdekt verjaagd uit de joodse gemeenschap. Contact met hem werd strafbaar. Hij werd als het ware uitgewist door de joodse gemeente. Het originele exemplaar van de oorspronkelijke akte van zijn excommunicatie bestaat nog en daar kan men met eigen ogen lezen waar men Spinoza van beschuldigde en hoe men hem voor deze ‘misdaad’ meende te moeten straffen. (Zelf denk ik dat er wellicht nog iets anders speelde dan alleen de blasfemie. Misschien was Spinoza wel homoseksueel en reageerde men daarom zo buitenproportioneel). Baruch Spinoza werd nu Benedictus Spinoza!

Hij werd in ieder geval uit de joodse gemeente verstoten, verbannen, vervloekt en verdoemd met alle vloeken die in het boek der Wet staan opgetekend. Toen dit gebeurde was Spinoza 24 jaar oud en kwam hij dus volstrekt alleen te staan. Hij wanhoopte echter niet en hij wierp zich des te fanatieker op zijn wetenschappelijke werk. In zijn onderhoud voorzag hij door het slijpen van lenzen. Hij leefde relatief teruggetrokken. Verhuisde wel vaak en woonde in Rijnsburg, Voorburg en Den Haag. Langzamerhand werd hij in de wetenschappelijke wereld een beroemd personage. Hij correspondeerde met de meest befaamde wetenschappers van zijn tijd in Europa. (Descartes, Leibniz, Henry van Oldenburg etc.).

Op 21 februari 1677 stierf Spinoza, net als zijn moeder Hanna Deborah, op 44 jarige leeftijd aan tuberculose.

Zijn werk:

Het enige werk van Spinoza dat tijdens zijn leven werd gepubliceerd is de “Tractatus Theologico – Politicus” Het verscheen in 1670. Globale inhoud: De bijbel werd niet aan enkelen, maar aan de gehele mensheid geopenbaard. De inhoud van dit boek werd middels gelijkenissen, parabels, wonderen etc aan de mensheid kenbaar gemaakt. Dus geen middels de rede, maar op geleide van wonderen, voorbeelden en allerlei irrationele flauwekul. Maar waar wonderen en alles wat dies meer zij de massa vermocht te betoveren, ziet de ‘wijze’ (de met redelijk inzicht begiftigde) Gods macht het meest aanwezig in de grote onveranderlijke natuurwetten. De massa gelooft daarentegen dat God zich openbaart als hij het rationele, gewone natuurverloop verbreekt door middel van wonderen.

Spinoza concludeert dan ook min of meer dat er een geloof is voor de eenvoudigen van geest en een ander, rationeel verhevener, geloof voor de wijzen.

Ook concludeert Spinoza dat Jezus niet Gods zoon is, maar wel de grootste en edelste aller mensen. Hij pleit hartstochtelijk voor de verwijdering van alle starre dogma’s die het geloof aankleven en die, zoals de praktijk steeds weer laat zien, alleen maar leiden tot tweedracht en onverdraagzaamheid. Hiermede is Spinoza zijn tijd ver vooruit en hebben zijn woorden, zeker in deze tijd, nog niets van hun zeggingskracht verloren. Het ware wellicht een goede zaak om op de Islamitische scholen de woorden van Spinoza ook eens te laten klinken.

Het standaardwerk van Spinoza is echter de “Ethica” dat pas na zijn dood werd gepubliceerd in 1677. Het is een ontoegankelijk werk, meetkundig van opzet. Het volgt als zodanig de Euclidische methode, gaat dus uit van mathematische begrippen als axioma’s en werkt met stellingen, bewijzen en conclusies. Er is geen enkel overbodig taalgebruik. Voor een beginner in de filosofie is het een echte afrader. Eigenlijk net zoals het mystieke werk van die rare Heidegger een afrader is.

De inhoud van de “Ethica” is samengeperst op twee honderd bladzijden. Bladzijden die wel tien keer gelezen moeten worden om echt tot de gedachten van Spinoza door te kunnen dringen.

In de “Ethica” gaat Spinoza uit van het begrip: SUBSTANTIE = het ene of oneindige dat onder en achter alle dingen is en alle “ZIJN” bevat en in zich verenigt (voor de goede orde: Substantie is in de metafysica synoniem voor het ding. In de filosofie, en met name in de ontologie, verwijst het naar wat permanent is in de dingen die veranderen. De interpretaties van wat substantie is variëren al naargelang het ingenomen standpunt: zij die stellen dat er slechts één substantie is (de monisten) en zij die het bestaan van twee of meerdere substanties aannemen (de standpunten van respectievelijk de dualistische filosofie en de pluralistische filosofie). Het is eeuwig, oneindig en volstrekt vanuit zichzelf bestaand. Spinoza stelt ‘substantie’ gelijk aan God of natuur. Tegenover het begrip substantie bestaat vlgs Spinoza het begrip ‘MODUS” Dat is alles wat niet uit zichzelf vrij en tegelijk noodzakelijk bestaat, dus in feite alles wat zijn voorwaarde voor zijn bestaan heeft in iets anders. De oneindige substantie heeft twee eigenschappen (Spinoza noemt het attributen), althans de mens kent er slechts twee, namelijk: UITGEBREIDHEID en DENKEN. God is dus oneindige uitgebreidheid en oneindig denken. Denken en uitgebreidheid zijn derhalve aspecten van één substantie. En hier komt Spinoza dus in aanvaring met de opvatting van Descartes die namelijk uitgaat van twee substanties: lichaam en ziel. (Cogito ergo sum).

Spinoza constateert dat elk wezen er naar streeft om in zijn bestaan te volharden. En wordt de drang tot zelfhandhaving bevredigd dan ontstaat er vreugde, maar wordt deze drang afgeremd dan onstaat er droefheid. Dit alles voltrekt zich als een natuurlijke noodzaak en met een ijzeren consequentie. Zo kan men een theoretisch model maken inzake de hoedanigheid van de mens in zijn algemeenheid. Hoe zit de mens in elkaar? In het derde deel van de Ethica verricht Spinoza dit onderzoek. Zijn aldus verkregen inzichten vinden nog steeds hun bevestiging in de moderne theoretische en klinische psychologie.

De metafysica (Metafysica is de wijsgerige leer die niet de werkelijkheid onderzoekt zoals ze ons gegeven wordt uit zintuiglijke waarneming (fysica), maar op zoek gaat naar het wezen van die werkelijkheid en wat haar constitueert. Als zodanig beschouwd is metafysica ook de grondslag van de wetenschappen omdat die uitgaan van een zekere aanname over de aard van de werkelijkheid. Oorspronkelijk betekende de term Wat na de natuur (fysica) komt, gebaseerd op werken van Aristoteles die volgden op zijn ‘Fysica’) van Spinoza is deterministisch. Het begrip ‘substantie’ (ding) is een holistisch begrip. De werkelijkheid doet zich via de werking van de tijd aan ons brein voor als een dynamisch lineair verlopend proces. In feite is de werkelijkheid vlgs Spinoza een vaststaande en causale holistische entiteit. Wellicht, maar dat denk ik zelf dan weer, ligt deze entiteit ingebed in een, wat wij nu noemen, singulariteit (een ongewoonheid, iets waar de natuurwetten niet meer geldig zijn of niet meer toegepast kunnen worden) en is de God van Spinoza gelijk te stellen aan substantie + singulariteit. Het klinkt een beetje vreemd, maar beter kan ik het op dit moment niet verwoorden!

We kunnen teruggaan naar de Griekse pre-socratici in de persoon van Parmenides die al een uiterst interessante ontologie ontwikkelde daar waar het gaat om een deterministische metafysica namelijk zijn overtuiging dat er geen verandering is, geen worden. Hij is derhalve voor latere tijden belangrijk, niet vanwege de hiervoor genoemde onmogelijkheid van verandering, maar wel vanwege de idee dat de substantie eeuwig en onveranderlijk is; het ding (substantie dus) is datgene wat hetzelfde blijft onder wisselende omstandigheden.

Spinoza, en dat zal geen verwondering wekken gezien bovenstaande, ontkent de vrije wil van de mens. Naar zijn mening kan er ook geen sprake zijn van goed en kwaad. Iedereen noemt ‘goed’ wat zijn zelfhandhaving bevordert en ‘kwaad ‘ wat haar belemmert. Hier komt Spinoza heel erg dicht bij de opvattingen van de moderne evolutie-biologie.

Deugd” zegt Spinoza, is niets anders dan het volharden in ’s mensen vermogen zich te handhaven. Hier komt dan het begrip welbegrepen eigenbelang om de hoek kijken. Geheel krachtens eigen deugd handelen is eigenlijk niets anders dan handelen krachtens de wetten van onze eigen aard. Belangrijk hierbij is dan te beseffen dat de mens krachtens zijn natuur, zijn aard, een redelijk wezen is (?????). Net zoals Socrates deed, koppelt Spinoza hier deugd aan de verkrijging van het juiste inzicht. Dat betekent dat handelen volgens de rede, de ratio goed is. De mens handelt dus volgens zijn natuur als hij vanuit het streven naar eigen voordeel handelt op geleide van de rede. Inderdaad, het welbegrepen eigenbelang!!! Maar er zijn verlokkingen, er zijn zaken die van de rede afleiden. Er zijn hartstochten, driften en instincten. Spinoza stelt dienaangaande: een aandoening, sic, (hartstocht, instinct, of drift) kan alleen worden bedwongen of opgeheven door een andere, tegengesteld aan en sterker dan die welke bedwongen moet worden. Wat kan de rede doen als zij zich gesteld ziet tegenover al die driften en hartstochten. Noot: we komen hier langzamerhand op het terrein van het stoïcisme!

Spinoza stelt vast dat elke drift of elke hartstocht altijd weer streeft naar volledige bevrediging. Elke lust wil volledig bevredigd worden zonder inachtneming van andere hartstochten en zonder rekening te houden met het welzijn van de hele persoon. De rede leert ons daarom tegengestelde driften te coördineren en dienstbaar te maken aan de hele harmonische persoonlijkheid.

Maar ook de rede zelf kan tot hartstocht worden en als zodanig functioneren. De rede kan dan deze aandoening overwinnen door zelf aandoening te worden. Er is dan sprake van een ultiem, via de rede verworven inzicht, dat zich manifesteert in hartstocht, in passie voor de onwrikbare rationele evidentie van de ‘Goddelijke’ rede. Het niet door externe stoorzenders, externe stimuli dus, belemmerde inzicht in de ratio van de natuur/God (substantie) schenkt ons dienaangaande, zoals Spinoza het noemt, adequate ideeën.

Driften, hartstochten en ook de zintuiglijke waarneming belemmeren de mens vaak bij het verwerven van adequate ideeën. Alleen de rede in haar hoogste vorm, die Spinoza ‘onmiddellijke aanschouwing’ noemt, verschaft ons adequate ideeën. Zij geeft geen verwarde kennis over de dingen als afzonderlijke grootheden, maar ziet alles in zijn noodzakelijke en eeuwige samenhang.

Zoals we kunnen constateren is Spinoza echt een loot aan de boom van het rationalisme. Hij heeft niet veel op met de zintuigen en de instincten. Hij wantrouwt ze. Spinoza is, zoals reeds gezegd, van mening dat slechts de rede echt betrouwbare kennis kan schenken. En hoever staat Spinoza hier niet af van de empiristen en alle daaruit voortvloeiende opvattingen over de methoden om de wetenschappelijke waarheid te zoeken. Het empirisme dat eenduidig de nadruk legt op het primaat van de zintuiglijke waarneming. Spinoza echter twijfelt niet aan het verstand en zijn vermogen om heldere kennis en onvoorwaardelijke zekerheid te bieden.

Wat we met de rede als absoluut waar hebben aangemerkt, aanvaarden we ook. Adequate ideeën worden aanvaard. De mens komt door inzicht in de rede van het noodzakelijke tot juiste zelf-bepaling en tot echte vrijheid. Het is de enige ware vrijheid die hij kan bereiken. Met het toenemen van voornoemd inzicht groeit volgens Spinoza ook de liefde tot God en het zich voegen naar zijn wil. Zo ontstaat de geestelijke liefde tot God/de natuur (amor dei intellectualis). Tegelijk is deze liefde natuurlijk ook een ‘amor fati’, een liefde tot het onveranderlijke lot (determinisme), zoals Nietsche twee eeuwen later verkondigde. Geluk is geen beloning van de deugd. De deugd zelf is het geluk.

Politieke opvattingen

Spinoza had zeer zeker ook politieke opvattingen. Bij deze opvattingen speelt altijd de geestelijke vrijheid een hoofdrol. Het gaat om het primaat van de vrije meningsuiting en de vrijheid van denken in het algemeen.

Het recht van de staat zal altijd even ver reiken als zijn macht. En tot de macht van de staat behoort alles wat hij kan afdwingen. Er zijn echter dingen die je niet kunt afdwingen, te weten godsdienstige en wetenschappelijke overtuigingen.”Niets verdragen mensen van nature moeilijker dan dat meningen die zij voor waar houden als misdadig worden beschouwd”.

De invloed van Spinoza op het denken was behoorlijk groot. Aanvankelijk duurde het even voordat die invloed gestalte kon krijgen. Hij was aanvankelijk een eenling. De joodse gemeenschap had hem radicaal verstoten en de katholieke kerk zette zijn geschriften op de index van verboden boeken. En in Duitsland overvleugelde het gedachtegoed van Leibniz (de leer der monaden) voorlopig de filosofie van Spinoza.

Maar uiteindelijk kreeg Spinoza steeds meer volgers. En won zijn filosofie steeds meer aan invloed. In Duitsland b.v. Lessing, Herder en Goethe. Maar later ook Schopenhauer, Nietsche, en Henry Bergson.

Kritiek: Spinoza nam als gegeven aan dat ‘inzien/inzicht’ en ‘aanvaarden/aanvaarding’ met elkaar samenvallen. Hij kon zich daarom nauwelijks voorstellen dat iemand iets onontkoombaar zou inzien met zijn verstand en het dan toch niet zou erkennen of aanvaarden. Spinoza ging mijns inziens ten onrechte uit van de ‘redelijke mens’, van de prevalentie en suprematie van de rede.

Een ander punt dat ik niet in zijn voordeel vind spreken is het feit dat hij het niet wenselijk achtte om het menselijk egoïsme te overwinnen. Het kwam hem als volkomen absurd voor dat iemand zich zou opofferen voor een ander. Hierin verschilt hij met zijn opvattingen sterk van de kern van het Christendom.

Met betrekking tot het ontbreken van de sociale component in de filosofie van Spinoza zal ik, na verdere studie, nog nader berichten.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

De overwinning van de cowboy met de rotkop.

Woehaaaaaaa!!!!!!

Woehaaaaaaa!!!!!!

 

 

Met gierend opgewonden gegil stuiven ze uit elkaar. Ze stonden te kijken naar de paardenkeuring, maar opeens slaat een zwarte Friese dekhengst op hol. Hij stormt op het publiek af, dat zich maar ternauwernood uit de voeten weet te maken. Ja, die goeie ouwe paardenmarkt in Snits. Er is altijd wel wat te doen. Doutze en haar iets jongere nichtje Diewertje waren ook gaan kijken, maar na de ‘acting out’ van die rare Friese hengst hadden zij al gauw hun bekomst. Zoiets moet toch beter beveiligd worden, zegt Doutze tegen Diewertje. Met gefronste blik kijkt zij naar de weg die voor hen ligt. De weg naar Ljouwerd. Na de mislukte paardenkeuring besluiten ze om naar Ljouwerd te liften. Nou moet u weten dat Doutze een werkelijk prachtig exemplaar is. En Diewertje mag er ook wel zijn als het gaat om oogverblindend Kaukasisch vrouwelijk schoon. Al spoedig stopt een lichtblauwe Mercury met een cowboy achter het stuur. Hij heeft zelfs een zwartlederen koeienjongenhoed op. Stap maar in zegt hij. Ik ga naar Ljouwerd. Doutze heeft allang de volstrekt onbetrouwbare arbeiderskop van de cowboy in de smiezen en weet dat het onsympathieke smoelwerk precies past bij haar vuige plan. Zij voelt nog eens, terloops, aan de binnenkant van haar prachtig bewerkte rechter rijlaars, Daar heeft zij het vlijmscherpe fileermes verborgen dat zij voor haar doel nodig heeft. De cowboy, met zijn rotkop, praat honderduit en brengt het gesprek al gauw op seks, neuken en alles wat men zoal kan bedenken op het gebied van de voortplanting. Diewertje fluistert naar Doutze, wanneer doen we het? Nog even wachten zegt Doutze. Laat hem eerst maar uitrazen. Zodra hij mij probeert aan te raken dan trek ik met één haal zijn opgefokte donder open, en de auto is van ons. Weten jullie wat voorvocht is, vraagt de cowboy. Nee, antwoordt Doutze, maar weet jij wat doodgaan betekent? En zij haalt fel uit met het fileermes. Het gelaat van de cowboy splijt in tweeën en het fileermes eindigt zijn reis precies in het hart van de schooier. De auto maakt een paar rare bewegingen, maar Doutze heeft de proletenbak al snel onder controle en leidt het monstrum naar de vluchtstrook. Overal zit bloed. Nu de spreuk, fluistert Dieuwertje. “Slamakkibok tres anibiatum” De lucht trilt. Een laag frequent gezoem komt van alle kanten. De werkelijkheid verschuift. Het bloed lost op. De auto verandert in een huifkar. Het ingespannen paard voor de wagen is de gitzwarte Fries die nu opeens kan praten. De meisjes zijn nog mooier en onbereikbaarder geworden. Hun lichamen gehuld in het broze tule van hun aura’s. Twee ouderwetse bezems staan tegen een dikke eik. Doutze klimt van de bok en zegt: Zo, dat was een makkie!” Nu moed verzamelen voor een ontmoeting met Beëlzebub. Het lichaam van de cowboy is verandert in een zwartharige sater. Overigens net zo dood als de cowboy. “Hij had ons bijna te pakken, met zijn helse verlokkingen”, fluistert Dieuwertje.

Op naar de Rode Hoeve, roept het paard dat vanaf nu Athos Ascaan heet. We moeten voor het donker binnen zijn, voordat de Peta’s wakker worden om ons te verleiden.

Doutze en Dieuwertje pakken de bezems en kiezen, schrijlings op de bezemstelen gezeten, het luchtruim. Zij blijven boven de huifkar cirkelen die wordt voortgetrokken door Athos Ascaan. De sater die levenloos langs de kant van het karrenpad ligt wordt vanachter de bossages in de gaten gehouden door talrijke aardmannen. Zij zoemen de liederen der opwekkingssrituelen stilletjes voor zich heen. Brengen daarmee de lucht aan het trillen. Er ontstaat, als uit het niets, een donkere trechter van draaiende gassen die zich een weg vreet naar het ontbindende binnenste van de sater. Een metamorfose vindt plaats. Een trol zo groot als een torenhoog rotsblok verheft zich, opent zijn bek en buldert achterelkaar de exacte toverwoorden van haat en gramschap. Donderwolken pakken zich samen. Het beest is wakker. De ganse wereld siddert en weet dat dit het begin betekent van nog moeilijker tijden. De zusters zijn terug. Groballus, de menner van alle kwaad en de hoeder van zonde, is wakker gezongen en zijn aardmannen bewapenen zich. De magie wordt sterker en sterker.

Ondertussen, in Lunteren, komt de Dorpsraad bij elkaar. Die rondweg moet er komen, anders is ons mooie dorp ten dode opgeschreven roept voorzitter Wittesteen. Het wordt een regelrechte ramp voor onze middenstand! We moeten dit jaar nog beginnen met de aanleg. Wie gaat de brief aan de gemeente schrijven? En het middelpunt? Het middelpunt van Nederland met zijn steen. Wie gaat de gemeente verzoeken om verplaatsing van de enorme zwerfkei die dat middelpunt aangeeft, zodat er een betere toegankelijkheid kan worden gecreëerd voor toerist en wandelaar.

Uiteindelijk wordt er een rondweg aangelegd en wordt de steen verplaats. Dat dan weer wel. Eindelijk.

Maar in de bodem, onder de plek waar de steen zich aanvankelijk bevond, komt duizenden jaren oude magie hernieuwd tot leven. De relatief dunne, nu volstrekt onbeschermde, grondlaag wordt door transcendentale krachten terzijde geschoven en een bodemloos gat wordt zichtbaar waaruit occulte dampen beginnen te ontsnappen. Vurige stukken ectoplasma worden vanuit het Hellegat honderden meters hoog de lucht in geslingerd en een zwaar dreunend bulderen wordt luider en luider. Een paar geschrokken wandelaars slaan in paniek op de vlucht. Zij rennen voor hun leven en gillen van angst als ook de bosrijke omgeving begint te veranderen. Bomen metamorfoseren in vreemde zwarte staketsels waaraan dode, in ontbinding verkerende, mensen met hun wegrottende hoofden in wurgende stroppen, gemaakt van de darmen hunner geliefde huisdieren, hangen. De ondergrond wordt steeds warmer en op broeiend-zompige wijze steeds smeriger, humus lost op en er ontsnappen verpestende en ziekmakende zwavelwaterstof-gassen die braakneigingen opwekken. Boven Lunteren pakken gifgroene wolken samen en uit het duivelsgat klimt de imposante figuur van Groballus naar het verkankerde daglicht. Een machtig en dreunend gebulder ontsnapt uit de wijd opengesperde muil van het inmiddels kilometers hoge monster. Het enige wat de heilige tegenkrachten van Gene Zijde hiertegen voorlopig vermogen te doen is een groot gebied rondom Lunteren, inclusief Ede, veilig te stellen door het oprichten van een zgn. bewustzijn-dempend en geheugen-wissend, occult energieschild. De rest van Nederland vergeet daardoor collectief het bestaan van dit gebied en gaat verder met de schijnbare orde van de dag.

Echter, de brengers van het Kwaad, kunnen, zij het niet ten volle, de implementatie van de zwarte magie volvoeren door hun vereende krachten te richten op een klein torentje ergens in het westen van Nederland. De baas van het torentje, suffend en totaal visieloos achter zijn indrukwekkende mahoniehouten bureau gezeten, ondergaat, als hij zijn ogen sluit, steeds weer dezelfde, schier occulte, sensatie. Hij ziet twee bloedmooie heksen van blondgermaanse statuur op hun gestroomlijnde bezems door het luchtruim flitsen. Zij roepen iets. Hij kan hen niet goed verstaan. Uit de toonzetting van hun stemmen blijkt evenwel een grote urgentie. Zij trachten hem kennelijk te waarschuwen voor dreigend gevaar. Hij doet zijn ogen weer open en staart naar het dossier van de algemene rekentoets. Wat is wijsheid in deze? Vanuit de vijver die aan het torentje grenst, kruipt, onzichtbaar voor ’s mensen oog een ectoplastische vorm langs de muren omhoog. Omdat het een zwoele zomerdag is heeft de visieloze een raampje op een kier gezet. Door deze kier vloeit de verborgen vorm naar binnen, beweegt zich over de vloer naar de benen van de visieloze en glijdt bij zijn broekspijpen naar binnen, vloeit vervolgens omhoog, langs de withuidige, zwartharige kuiten en dijen om uiteindelijk halt te houden vlak voor de, op het zitkussen van de bureaustoel platgedrukte, donkerbruine anus van de visieloze. Er vindt snel overleg plaats tussen het ectoplasma en Groballus. Naar binnen, beveelt Groballus, en wel als de gesmeerde bliksem! En net als de visieloze een krachtige, edoch geluidloze wind laat, maakt het kwaadaardige ectoplasma van de gelegenheid gebruik om zich naar binnen te wringen en via het centrale zenuwstelsel zich te nestelen in het intracraniële beslissingscentrum van de grote bestuurder. Aldaar neemt het al snel de touwtjes in handen en begint vrijwel meteen met zijn destructieve werk.

De heksen kunnen schreeuwen wat zij willen. Het kwaad is geschied.

De visieloze opent zijn ogen. Ziet het rekentoetsdossier en neemt een beslissing. Hij belt de staatssecretaris met het kaalheid verhullende jongenskapsel en de onvolwassen corpsbal-uitstraling en vertelt hem zijn poot stijf te houden. Die rekentoets moet er door. Kost wat kost. Ook als de ruggengraatloze coalitiepartner dwars gaat liggen. Dan maar dreigen met de portefeuille-kwestie, beveelt de visieloze. Wat geeft het. De verhoudingen tussen de coalitiepartners zijn toch al verpest.

Een aantal jaren later wordt in Assen aan een potentieel zeer technisch begaafde leerling, op grond van een slecht gemaakte rekentoets het einddiploma geweigerd. Hij kan niet naar de T.U. Delft. En hij slijt zijn werkzame leven als chef buitendienst van een middelgroot elektrotechnisch bedrijf, alwaar hij positief opvalt door zijn creatieve beleidsoplossingen en zijn scherpe inzicht in de problematiek der elektrotechniek. Verder valt er over hem binnen die tijdlijn niets bijzonders te vermelden.

Hij gaat dus niet naar de T.U. Delft, Hij slaagt daar niet summa cum laude. Hij wordt niet de grondlegger van de graviteitsneutralisator. Hij wordt niet de wetenschapper die op empirische wijze het bestaan en aard van de occulte singulariteit ontdekt. Daardoor wordt niet de mogelijkheid geopend om op afdoende wijze het evidente, zeer reëel bestaande Kwaad te bestrijden en uiteindelijk te verslaan.

Nee, niets van dat alles.

Daarentegen verpietert en degenereert deze wereld. Het Kwaad krijgt steeds meer greep op de werkelijkheid en uiteindelijk wordt het Goede definitief verslagen en kan het Kwaad ongehinderd zijn opmars binnen het vigerende ruimtetijdcontinuum beginnen.

De heksen en het Goede verhuizen definitief naar een ander passend ruimtetijdcontinuum binnen het multiversum en beginnen opnieuw, wetende dat het vechten tegen de bierkaai blijft.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Laf of voorzichtig?

Goed zo, jochie!!

Goed zo, jochie!!

 

De voorgeschiedenis van het gegeneraliseerde conflict in het Midden Oosten mag bij ter zake geïnteresseerde mensen als bekend worden veronderstel en daarom ga ik daar ook helemaal niets over zeggen. De rol van de Verenigde Staten vind ik zowel abject als naïef. De rol van het “Verenigde” Europa vind ik angstig en laf. Terwijl de rest van de wereld zich ternauwernood met het conflict wil bemoeien. De VS en Europa laten de dappere Koerden de kastanjes uit het vuur halen.

Ik zou het eigenlijk een vanzelfsprekende zaak vinden als wij, Europeanen en Amerikanen, zij aan zij zouden vechten, samen met de bedreigde moslims aldaar, tegen het ultieme Kwaad van IS (het ‘Kalifaat’ van de Satan). Net zoals wij in de Tweede Wereldoorlog samen vochten tegen het toen heersende ultieme en duivelse Kwaad van het gewelddadige fascisme.

Wij zenden specialisten om de Peshmerga’s en het Iraakse leger te trainen, maar doen verder eigenlijk niet zo veel. Ja, een beetje met jachtbommenwerpers over het gebied vliegen en op veilige afstand de vijand bestoken met bommen en granaten. Een persoonlijk persoonlijk commitment is er nauwelijks. Wij zijn inmiddels, denk ik, te bang geworden om überhaupt nog metterdaad tegen de gruwelen van wrede beestachtigheid te willen vechten. De kanker van de westerse decadentie, die voortdurende perverse drang naar meer, groter, mooier en beter en de daaraan inherente angst en lafheid is inmiddels zover uitgezaaid dat wij niet langer het lef hebben om het Kwaad met grondtroepen te bestrijden. De betrokkenheid is weg, solidariteit is verdampt en het egoïsme van het nihilistische, anti-intellectuele consumentisme voert inmiddels de boventoon.

Onder morele aanvoering van meneer Grunberg verzinnen we allerlei ethische smoesjes om ons angstige en laffe, super kapitalistische gedrag te rechtvaardigen.

Het ultieme Kwaad in de vorm van fascisme of gewelddadig religieus fundamentalisme dient mijns inziens altijd te vuur en te zwaard bestreden te worden. Wij laten het hier, mijns inziens, echter grandioos afweten. Inmiddels zijn wij zo bang en laf geworden dat het levensgevaarlijk begint te worden.

Europa dient, volgens mij, zo snel mogelijk een gezamenlijke troepenmacht op de been te brengen om samen met het Iraakse leger en de Koerdische Peshmerga’s te strijden tegen het ultieme Kwaad dat IS heet. Vrijheid en liefde zijn het te allen tijde waard om voor te vechten.

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Test

Dit is een test om te bezien of ik weer verschijn op de voorpagina van OBA

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

De religieuze beledigingen en bedreigingen blijven maar voortduren.

Doggodcartoon 2015

 

Kennelijk kan ik toch heel erg boos worden als het om religie gaat. Een Egyptische moefti, zo hoor ik vandaag op de radio, heeft namelijk, na alles wat er is gebeurd, het gore lef om de westerse wereld opnieuw te bedreigen door te zeggen dat de op handen zijnde publicatie van Charlie Hebdo met Mohammed op de voorpagina die een bordje vasthoudt waarop staat: ‘Je suis Charlie’, enorme repercussies zal hebben voor de veiligheid van die zelfde westerse wereld. Ik zou zeggen, onmiddellijk oppakken die schoft! Dit kan dus niet. Is zo’n man nou helemaal gek geworden? Frankrijk dient onmiddellijk te verzoeken om zijn uitlevering ten einde hem te berechten voor het aanzetten tot haat, moord en doodslag. En als die Egyptenaren hem niet willen uitleveren dan zullen we hem wel even komen halen!

Ik kan me goed voorstellen dat het wettelijk niet toegestaan is om mensen van vlees en bloed te belasteren. Daar kan ik mee leven. Maar een imaginaire onheilsprofeet, waarvan we niet eens zeker weten of hij überhaupt wel geleefd heeft, kan en mag natuurlijk te allen tijde belasterd en bespot worden. Door iedereen! En mocht er, onwaarschijnlijkerwijze, wel sprake zijn geweest van een zogenaamde historische Mohammed, dan is deze twijfelachtige persoon kennelijk onder invloed van roesmiddelen of vanwege ernstige narcolepsie dermate raar gaan hallucineren dat een en ander uiteindelijk resulteerde in een bijzonder somber en naargeestig verslag – de koran – over de uiterste wilsbeschikking van een buitengemeen onsympathieke, moordzuchtige en agressieve god. Een god die erop aandringt om iedereen die niet in hem wil geloven te straffen en/of te verdelgen. Zo’n agressief en moordzuchtig waandenkbeeld dient mijns inziens met alle kracht die de wetenschap in zich bergt bestreden te worden. Kennelijk is tegenwoordig niets meer te gek. Breek die krankjorume onzin-ideeën aub tot de grond toe af. Instandhouding van dergelijke volstrekt krankzinnige sprookjes tast op den duur immers, zoals de geschiedenis steeds opnieuw weer uitwijst, de geestelijke volksgezondheid in ernstige mate aan.

NB. En kom me nu aub niet aanzetten met passages uit dat heilige boek waarin god een goed en barmhartig god zou zijn, want, zo dit al waar zou zijn, hebben zijn gelovigen, denk ik, deze passages steeds consequent overgeslagen. Het voelt voor al die vrome fundamentalistische alfamannetjes kennelijk prettiger aan om voortdurend alle andersdenkenden met hel en verdoemenis te dreigen en om mensen te vermoorden en te martelen, dan te leven op geleide van liefde, genade en wijsheid.

Ik heb inmiddels mijn buik helemaal vol van die afschuwelijke religie!

5 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Charlie Hebdo en het menselijk tekort. Het moordende zwaard van het irrationele geloof richt ons te gronde.

Atheisme. 2015

Religie is uiteraard onlosmakelijk verbonden met het menselijke brein. Dit brein komt steeds weer door bepaalde specifieke fysieke hoedanigheden tot mystieke ervaringen dewelke middels neurologische processen vertaald worden in religieuze termen en uiteindelijk in religie. Er is zelfs een religieus centrum aan te wijzen in ons brein, een centrum waar bepaalde stimuli vertaald worden in religieuze beleving. Het is wat dat betreft verstandig om eens te lezen wat de bekende Amerikaanse neurowetenschapper Andrew Newberg hierover te vertellen heeft. Voor de leek heeft hij zijn bevindingen en voorlopige conclusies uiteengezet in een boekje dat “Why God won’t go away” heet. Een leesbaar geschrift met grote relativerende waarde.

Geconcludeerd dient te worden dat de mens en religie onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De geschiedenis van de mensheid laat onomstotelijk zien dat deze stelling op waarheid berust. Daarbij blijft het natuurlijk wel de vraag of de mens zijn goden zelf heeft geschapen of dat mystieke religieuze ervaringen afkomstig zijn van een bron die buiten de menselijke hoedanigheid ligt, afkomstig van iets dat buiten de te kennen werkelijkheid van het ruimte-tijdcontinuüm ligt. Ik hoop dat u de absolute paradox in deze vraagstelling bemerkt. Daarom zal de discussie inzake het godsbestaan en het godsbewijs nooit verstommen. Sociologisch onderzoek laat keer op keer zien dat het geloof in god de mens troost, de mens gelukkiger maakt, maar de mens ook verhindert om relevante existentiële vragen te stellen. Dat is dan weer de andere, vervelende kant van diezelfde medaille. Godsdienst bedwelmt en verdooft de menselijke geest of, zoals die gehate, verguisde en voor halve gare uitgemaakte Karl Marx het zei: “Godsdienst is als opium voor het volk”. Tot zover mijn zeer algemene beschouwingen over religie. Nu de rauwe werkelijkheid!

Waarom oefent de Islam zo’n enorme aantrekkingskracht uit op jonge in Europa geboren jongens en meisjes van Turkse en Noord-Afrikaanse afkomst? Om dat te achterhalen dient eerst de sociaal-culturele en economische achtergrond van deze groep jongeren bestudeert te worden. Dan zien we dat het hier voor een heel groot deel een sociaal, cultureel en daardoor ook economisch achtergestelde groep betreft. Een groep die, in vergelijking met de normen en waarden van hun ouders, in de westerse wereld eigenlijk onophoudelijk wordt geconfronteerd met decadent en destructief hedonisme, met seksuele losbandigheid, en met sociale uitsluitingsmechanismen op velerlei gebied. Via opvoeding, bezoeken aan hun land van afkomst, materiële afgunst en beïnvloeding van en door hun peergroup groeit de haat tegen de vermeend decadente, sterk seculiere en de hen voortdurend discriminerende buitenwereld. De ontvangende autochtone cultuur sluit na twee of drie generaties steeds meer de eigen gelederen en reageert steeds afwijzender op de uitingen van machteloze woede, ongebreidelde agressie en totaal gebrek aan respect van sommige, vaak psychisch ernstig zieke, allochtone jongeren. Er ontstaat beeldvorming, de vooroordelen worden wederzijds steeds groter en de samenleving polariseert als nooit tevoren. De laatste twintig jaar is de situatie helaas dusdanig verslechterd dat er in ons land, maar in feite in heel Europa, twee groepen tegenover elkaar staan: de enorme grote groep autochtone inwoners met hun inheemse normen en waarden en een minderheid van mensen met totaal andere normen en waarden, voortvloeiende uit hun godsdienst (de Islam), hun steeds geïsoleerder wordende sociaal-culturele positie en hun gemiddeld zwakkere plaats in de economische rangorde.

De luiken gaan dicht en men valt terug op de oorspronkelijke waarden en normen van het oude vertrouwde geloof van het moederland als laatste redmiddel om het eigen, zwaar onder vuur liggende, zelfbeeld te stutten tegen de druk van een steeds vijandiger wordende autochtone buitenwereld.

De Islam, net als veel andere religies, is een religie afkomstig uit de krochten van de oudheid. Te boek gesteld in een tijd van totaal andere normen en waarden. Irrationele, gevaarlijke flauwekul, net zoals men dat ook in de christelijke bijbel kan lezen, blijft in het moderne, seculiere en sterk materialistisch ingestelde Europa voor veel mensen de leidraad in hun leven. Het bepaalt alles en het veroordeelt alles wat niet met genoemde leidraad overeenkomt.

Vervreemdende, ongekend wrede en van onrechtvaardigheid getuigende opvattingen uit de koran worden in deze moderne seculiere samenleving met steeds grotere overtuiging gehanteerd om de hedonistische en heidense levenswandel van niet- of andersgelovigen fel te veroordelen.

Het is niet verwonderlijk dat grote groepen jongeren, die zich volstrekt buitengesloten voelen – en dat meestal ook daadwerkelijk zijn – door een samenleving waar zij per definitie ook deel vanuit maken, zich wenden tot het primitieve irrationele geloof van hun voorouders zijnde nou net het geloof dat hen ampele ethische mogelijkheden biedt om gestalte te geven aan hun intense haat voor alles wat maar riekt naar blank en Europeaan. In zo’n sfeer gedijt terrorisme, haat en onmenselijkheid.

Het is slechts de tijd die hier een oplossing kan bieden. Ik ben er vast van overtuigd dat, gezien de steeds groter wordende polarisatie binnen onze samenleving, de gebeurtenissen in Parijs nog slechts het begin zijn van een hele reeks wellicht nog veel afschuwelijker gewelddadigheden. En het tragische is dat de mens niet bij machte is om het tij te keren.

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Sebastien Valkenberg gaat in de NRC onwetenschappelijk tekeer tegen empathie.

Wetenschap in het Teyler Museum Haarlem

Wetenschap in het Teyler Museum Haarlem

De NRC van zondag 4 januari 2015 O&D2. Een schrijfsel van de hand van ene Sebastien Valkenberg. Hij noemt zichzelf filosoof en schrijver. Prachtig! Hij meent ons een wijze raad te moeten geven, namelijk: ‘Leef u niet in de ander in – dat werkt toch niet. Afgezien van het feit dat het gehanteerde Nederlands een abominatie is, is het ook nog eens een hele vervelende bewering. Een bewering waar heel veel keihard en antisociaal egocentrisme achter zit. Een bewering, overigens, die je als keiharde zakenman met een door de mores van de vrije markt totaal weg geërodeerd geweten, heel goed kunt toevoegen aan je reeds bestaande voorraad sussende en gladstrijkende smoesjes, bedoeld om je eigen onethische gedrag toe te dekken en goed te praten.

Wat meneer Valkenberg ons aanraadt is eigenlijk het volgende: Zoek niet naar de oorzaak van een bepaald fenomeen. Constateer slechts dat er een, in jouw ogen, ethisch verwerpelijk fenomeen is. Ga het met alle kracht bestrijden, want anders loop jezelf gevaar om ten onder te gaan. Ga in ieder geval niet zoeken naar de achtergrond van het verschijnsel, want een dergelijk onderzoek kan zomaar leiden tot een jammerlijke ondergang in het drijfzand van de altijd op de loer liggende verderfelijke empathie. Nuancering is uit den boze, want dat tast ons vijandbeeld aan en kan daardoor onze slagkracht verminderen. Zijn hartenkreet luidt dan ook: ‘Stop daarom liever met die vrome oproepen tot empathie’.

Het betoog van meneer Valkenberg is volstrekt onwetenschappelijk en getuigt mijns inziens van een primitieve en volledig achterhaalde denktrant. Het is, met name in de wetenschap van de geschiedenis, niet ongebruikelijk om te trachten je in te leven in de gedachtewereld van belangrijke historische figuren als hulpmiddel om te kunnen begrijpen waarom bepaalde belangrijke historische beslissingen mede door hen werden genomen. Als je wilt zoeken naar humane oplossingen van gecompliceerde sociaal-culturele conflicten dan zul je mijns inziens je moeten verdiepen in de drijfveren en beweegredenen van de “vijand”. Het willen kennen van de motieven van je vijand is een eerste stap op weg naar structurele oplossingen van conflicten. Volgens mij is het een van de bestaansvoorwaarden van de huidige diplomatie.

Als je oproepen tot empathie vroom noemt, en ik schat in dat meneer Valkenberg in zijn context ‘vroom’ gelijk stelt aan ‘schijnheilig’, dan zegt dat eigenlijk heel erg veel over jezelf en over de wijze waarop jij naar de wereld kijkt. Mij lijkt het verstandig om niet zulke grote woorden te gebruiken. Mij lijkt het fatsoenlijk en beschaafd om naastenliefde als kompas van al je denken en handelen te hanteren. Naastenliefde is mijns inziens alleen goed mogelijk als je in staat en bereid bent om je naasten te willen kennen en om op zijn minst een poging te doen om zijn beweegredenen te doorgronden.

En uiteraard is het best mogelijk om het denken en handelen van de ‘opponent’ te begrijpen, zonder er meteen mee in te stemmen of het te sanctioneren. Het begrijpen van motieven van de tegenpartij is het begin van het oplossen van problemen die samenhangen met het denken en handelen vanuit die motieven. En daarbij is het absoluut noodzakelijk ook de eigen motieven kritisch te blijven bekijken. Het klinkt allemaal heel erg politiek correct, maar het is mijns inziens nog steeds de enige beschaafde weg om te komen tot structurele oplossingen van complexe sociaal-culturele problemen.  Het advies van meneer Valkenberg spruit, denk ik, voort uit een bepaalde politieke frustratie en rancune zijnerzijds. De praktijk wijst uit dat dergelijke gemoedstoestanden zelden of nooit leiden tot groter inzicht of tot het tot stand komen van wederzijdse genoegdoening.

NB. Wat is het dan een verademing om de discussie tussen drie jonge mensen te volgen zoals deze plaats vond op Buitenhof van afgelopen zondag. Een wetenschappelijke gestuurde discussie over de mogelijkheden en onmogelijkheden om te ontsnappen uit de vicieuze cirkel van existentiële angst, hebzucht, machtswellust, ziekelijke bezitsvergaring, maatschappelijk nihilisme en ecologisch contraproductief en destructief gedrag. Met behulp van onze recentelijk evolutionair verworven neocortex moet het toch mogelijk zijn om genoemde, voornamelijk destructieve, tendensen terug te dringen.

(Wikepedia: De neocortex (Grieks: νέος, néos=nieuw, Latijn: cortex=schors) is een deel van de hersenen dat bij zoogdieren voorkomt. Het bestaat uit de bovenste laag (2-4 mm dik) van de twee hersenhelften. De neocortex maakt deel uit van de cortex cerebri en is betrokken bij de hogere functies, zoals zintuigelijke waarneming, bewuste bewegingen en (bij mensen) redeneren, abstract denken en taal. De grijze stof bestaat uit cellichamen van neuronen en gliacellen, de witte stof uit zenuwuitlopers of axonen die met een myelinelaag zijn bedekt. Evolutionair gezien is de neocortex, overeenkomstig zijn naam het nieuwste deel van de cortex cerebri.)

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Mijn Nieuwjaarswens voor 2015.

Uren, dagen, maanden, jaren, vliegen als een schaduw heen!!

Uren, dagen, maanden, jaren, vliegen als een schaduw heen!!

Wat men kennelijk wil is erkenning, respect, bewondering, waardering en liefde van anderen. Het moeten altijd de anderen zijn die moeten leveren en het is het onvolwassen ego dat maar steeds wil ontvangen. Dat zich wil wentelen en koesteren in de bewondering van anderen. Dat is ziek. Heel erg ziek. Boeddha zegt daarom wat anders. Boeddha zegt dat u al die begerenswaardige zaken aan u zelve moet leveren. Boeddha zegt dat u niet van die ander afhankelijk moet zijn. Het voortdurend maar met jezelf bezig zijn maakt op den duur doodongelukkig. Er zijn veel interessantere zaken dan het verwennen en pamperen van je eigen persoon. Bovendien, wat een ander met betrekking tot jouw persoon vindt, denkt, doet of beweert is in feite volstrekt irrelevant.

Het “zelf “ willen ontplooien en koesteren als een egoïstische, eisende en aandacht vragende entiteit is een teken van een behoorlijk gestoorde karakterstructuur. Zo’n “zelf” leidt vrijwel automatisch tot een gestrest en akelig leven. Zo’n leven is een recept voor “lijden”. Probeer het “zelf” te vergeten en denk groter dan je eigen kleine miezemuizerige en uiterst sneue wereld van hebzuchtig verlangen en benauwende doodsangst. In feite is het “zelf” de bron van bijna alle kwaad.

Het leven is alles en alles is het leven. Alles gebeurt in het hier en nu. Toekomst en verleden zijn onlosmakelijk verbonden met het hier en nu. Verleden, heden en toekomst vormen samen een illusie die tijd heet en die slechts bestaat bij de gratie van het menselijke zelfbewustzijn. Een illusie die oplost in het begrip eeuwigheid.

Waar draait het allemaal om? En waarom?

Het zou de homo sapiens moeten gaan om het waarachtige “zien”. Het gaat om ultiem en alles overstijgend inzicht. Er is verandering die geen verandering is. Er is geen begin en er is geen einde. Er is slechts iets wat we “zijn “ noemen. We begrijpen “zijn” omdat er kennelijk ook een “niet-zijn” is. Maar op die manier maken we “niet-zijn” ook weer tot een “zijn”. Al deze woelingen vinden plaats in het “zelf”. Het “zelf” schept afstand tot het “niet-zelf”. Echter, het “niet-zelf” kan alleen maar vorm krijgen, betekenis krijgen middels het “zelf”. Het “zelf” en het “niet-zelf” vallen als het ware samen. Versmelten. Zijn één geheel. Het “zelf” is de door ons gepercipieerde, vorm gegeven, werkelijkheid. Het “zelf” valt samen met de totale werkelijkheid. Wij zijn zelf de totale werkelijkheid. Het zelf bestaat niet. Er is alleen “zijn”. Het zelf manifesteert zich weliswaar als een fragment maar is natuurlijk de totale werkelijkheid. Dat alles en iedereen overstijgende inzicht en het inherente besef van een totale en enige werkelijkheid noemen we Nirwana.

Maar de gewone mens werpt al deze onzin resoluut terzijde en noemt zich graag realist. Geen zweverij voor deze keiharde werkers die rechtdoorzee aan iedereen die het maar wil horen, vertellen dat zij echt wel wat anders en belangrijkers te doen hebben dan na te denken over de zin van het leven. De gewone realistische en materialistische mens heeft maar een paar drijfveren: zijn existentiële angst voor de dood en de daaruit voortvloeiende hebzucht, zijn praalzucht, zijn latente afgunst en zijn laaiende, alles verterende ambities. De gewone man wil steeds beter zijn dan de andere gewone man. Beter, vrolijker, mooier, rijker en intelligenter (slimmer heet dat tegenwoordig). Hij leeft met zijn hele wezen binnen het spanningsveld van prestaties, afgunst, jaloezie en opschepperij. En wordt hij daar gelukkiger van? Als je hem zelf moet geloven, natuurlijk wel. Maar als je, zo objectief mogelijk, naar de werkelijkheid kijkt is van die superieure, gelukkig makende leefwijze in zijn bestaan van alledag, niet echt veel te bemerken. Uit statusoverwegingen dicht de gewone man zichzelf heel veel geluk, goede eigenschappen en specifieke vaardigheden toe, en denkt hij dat zijn medemens doodongelukkig is. Ik ben okay, jij bent niet okay. De gewone man leeft bij gratie van de groep. Hij leeft volgens de wetten van de groep en hij wordt in het vigerende economische systeem dusdanig gehersenspoeld dat hij ook niet anders meer kan. Alles draait om groter, meer, beter, glimmender en vooral jonger. De individuele authenticiteit verdwijnt en daarvoor in de plaats komt een raar soort trendy en modieus na-apen op geleide van al die vervreemdende egalitaire en conformistische mores van de peergroup. Dat is het leven van de gewone westerse mens. Een super materialistisch leven binnen een destructief economisch systeem. Een perfide systeem dat de aard en de kwaliteit van het bestaan van die gewone man bijna geheel dicteert. Een systeem waarbinnen de gewone mens wordt afgescheept met de moderne variant van “Brood en Spelen”.Tragisch en uitzichtloos. Een leven van strijd, lijden, machtswellust en smachten naar liefde en erkenning van de ander. Verreweg de meeste mensen weten eigenlijk niet beter.

Deze jammerlijke gang van zaken vloeit onvermijdelijk voort uit de decadente exaltatie van het zelf, uit de vaste overtuiging van het “IK” dat het hele leven bestaat uit strijd, lijden en een onophoudelijke streven naar liefde en waardering van de ander. Uit de overtuiging dat het ‘later’ vast wel beter gaat worden. Later als aan allerlei materiële voorwaarden is voldaan. Een ‘later’ dat uiteraard nooit zal komen.

Hoe veel vrediger en harmonieuzer wordt het leven niet als je die strijd en al dat lijden achter je kunt laten. Als je tot inzicht komt dat het leven een onlosmakelijk onderdeel is van de eeuwigheid en dat je leven, ook dit leven, eeuwig zal voortduren, gewoon omdat het onderdeel uitmaakt van een onverbrekelijke en eeuwige totaliteit. Ontworstel je eigen “zelf” aan de tijdelijkheid van dit banale en destructieve leven en plaats dit “zelf” als de flonkerende diamant die het in werkelijkheid is, in de alles omvattende kroon van het eeuwige “zijn”.

Ik wens u een prettig Nieuwjaar en ik hoop dat u zich een beetje kunt onthechten m.b.t. de vaak ziekmakende en overbodige turbulentie van dit rare, puur materialistische, westerse bestaan. Laten we dit jaar de decadentie een halt toe roepen. Gelukkig zijn er al grote groepen jonge mensen die er ook zo overdenken en dat geeft hoop op een betere toekomst.

5 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

VVD en PvdA. Heren en Knechten.

Kruiperig. 2014

De VVD bepaalt de agenda en de PvdA mag zo nu en dan vragen of het iets minder kan met de marktwerking, met de privatisering en in het algemeen met het najagen van winst en persoonlijk profijt. Ook binnen de top van de PvdA is het woord “solidariteit” inmiddels besmet geraakt. Ook de vroegere arbeiderszonen en dochters hebben aan het grote geld en aan de macht geroken. Zaken waarover vroeger, tijdens hun vroege jeugd, door vader en moeder met een soort jaloerse en agressieve grondtoon werd gesproken. Zaken die zij natuurlijk wel stiekem en in het geniep, ondanks alle ontkenningen naar hun proletarische peergroup toe en ondanks eindeloze herhalingen van de mantra “geld maakt niet gelukkig”, sterk begeerden.

Het partijkader van de PvdA kan heel erg goed opschieten met de machtswellustige en vermogende mannen/vrouwen van de VVD. Die mannen/vrouwen zijn hun rolmodel. Zo cool en optimistisch zouden zij ook wel willen zijn. De oer-VVD’er als wenselijk mensbeeld voor alle hoogopgeleide PvdA’ers. Het ideaal is je te kunnen bewegen in die echte wereld van glamour en glitter. Dus, na enige doeltreffende cursussen hoger management, zo snel mogelijk je beschamende ideologische veren afschudden en herrijzen als een strakke, filosofisch volstrekt kale, neoliberale vechthaan. Meneer Kok, meneer Bos, meneer Samson en meneer Ascher hebben het goed begrepen. Wegvluchten uit die armoedige socialistische spruitjesgeur en sociaal stijgen met de ontsnappingssnelheid van een Sojoez-raket.

Ja, en dan samen met je helden, regeren in een flitsend kabinet. Knopen doorhakken. Die vermaledijde verzorgingsstaat om zeep helpen en werken, werken en nog eens werken. Ruim baan voor het bedrijfsleven zijnde de kurk waar de hele samenleving op drijft. Prachtige kosten-batenanalyses maken, je geld tellen, keer op keer snoeien, bezuinigen en zorgen dat jezelf niets tekort komt. Wetten aannemen waardoor je werknemers berooft van een fatsoenlijke rechtspositie maar die jou in staat stellen om mensen veel makkelijker te ontslaan zodat je nog meer winst kunt maken, zodat je nog rijker en machtiger wordt,waardoor je nog meer sociaal aanzien verwerft. Wat een heerlijk en veilig gevoel om als sociaal gestegen en hoog opgeleide arbeiderszonen en dochters samen te mogen werken met de fine fleur van het conservatieve neoliberale uitbuitersschoelje dat in Nederland de economische lakens uitdeelt. En natuurlijk altijd “Atlas Shrugged” en “The Fountainhead” van Ayn Rand binnen handbereik op je nachtkastje. “Greed is good”, zo zeggen ook de kanjers van de VVD en zij laten zien dat het waar is! Als je iets wilt dan kun je het ook!

Alles doen wat de baas zegt en niet blaffen, want dan wordt het baasje heel erg kwaad en dan zou het zomaar eens een keer afgelopen kunnen zijn met die prettige top-down samenwerking.

Maar kijk, daar zijn Jan Hoedeman en Remco Meijer, journalisten bij het modieuze, liberale en trendvolgende dagblad “De Volkskrant” met hun reuze interessante hype-artikel genaamd:

“Dan slaakt Mark Rutte in het Torentje een verwensing: ‘Nee!’ “ (19-12-2014).

O jee de baas is boos, schrijven zij. Wat schrijven zij nog meer? Zij schrijven dat die supermensen van de VVD heel kwaad zijn op die akelige dwarsliggende PvdA-senatortjes. Zij stemden zomaar tegen. Tegen een wetsvoorstel van die flonkerende VVD-diva minister Edith S., de gedoodverfde opvolger van die altijd aimabele Mark, onze eerste a.s. vrouwelijke minister-president volgens I-phone-babe Nelie Smit “The Wharf” Kroes, bijgenaamd Nikkelen Nelie.

“Politiek is mensenwerk, politici zijn soms net mensen. Er wordt geschreeuwd en gevloekt op die socialisten, die ‘helemaal niets kunnen managen’. De PvdA zal dit zelf moeten oplossen, betoogt Zijlstra, die de samenwerking meer dan zat is. Als ze niet kunnen leveren, dan moet er maar worden gebroken.” Aldus Jan en Remco.

De PvdA coryfeeën kronkelen in loopse afhankelijkheid op het tapijt voor het bureau van Mark de Grote om deemoedig en kruiperig hun excuses aan te bieden. Maar de grote Mark blijft boos. Als die rooie honden van de PvdA niet doen wat wij verordineren waar blijven we dan? Daarom zijn we niet met hen in de regering gaan zitten!!

Wat schrijven Jan en Remco nog meer? Nou o.m. dit:

“De sociaal-democraten schamen zich voor de ontstane situatie”

Ja, en met reden! Zij hebben de onaantastbare medische zorg-diva van de grootste centenpartij van Nederland en kunstje geflikt. Drie senatortjes van de PvdA hebben het in hun botte hersens gehaald om zomaar niet te doen wat de grote baas heeft bevolen. Dit moet gestraft worden.

In hun slijmballerigheid weten de PvdA bewindslieden niet in welke bochten ze zich moeten kronkelen om het de grote politieke baas weer naar de zin te maken. Jan en Remco zeggen het, enigszins verhullend, zo:

“De dag bestaat voor de liberalen uit wachten. De PvdA is in paniek en mineur, ze willen er alles aan doen om hun kabinet met de VVD te redden.”

De VVD en de PvdA vormen een pathetisch koppel. De opgeblazen blaaskaken van de VVD zetten de toon en van de PvdA wordt verwacht dat ze meezingen. Het is een coalitie van twee centenpartijen. De ene partij bestaat uit mensen die de macht en de centjes hebben. De andere partij bestaat uit mensen die geen centjes hebben en aan de andere partij vraagt of ze aub een beetje willen delen. Het is een coalitie van Heren en (opgeklommen) Knechten. Het is sneu en het is zielig en er dient zo snel mogelijk een eind te komen aan deze farce opdat ons land weer door volwassen, wijze, redelijke en rechtvaardige mensen bestuurd gaat worden. Ik heb er inmiddels helemaal genoeg van dat alles in dit land gewaardeerd wordt in termen van geld en dat alleen de kille cijfers een rol lijken te spelen.

Het wordt tijd dat er weer echte politiek bedreven gaat worden. Politiek op basis van liefde, erbarmen, rechtvaardigheid, tolerantie en wijsheid.

9 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Tyler Cowen slaat de plank mis. Het zoveelste pleidooi voor een economie van rabiate hebzucht. Hou toch eens op!

Tragisch

Tragisch

Meneer Tyler Cowen, econoom van professie, meent dat wij, de Europeanen, te verwend zijn (zie de Volkskrant van 6 december 2014). Hij weet bijna wel zeker dat voor Europa, vooral Zuid-Europa, in de niet zo verre toekomst het doek gaat vallen. Wij hebben op te grote voet geleefd. Door de verzorgingsstaat zijn we verwende mensen geworden. Dat fenomeen zien we niet in China, India, Brazilie, de USA. Deze landen hebben ternauwernood sociale voorzieningen. Dus minder kosten, dus een betere concurrentiepositie. De toekomst is aan de intelligente, hoog opgeleide technicus. Hij gaat het grote geld verdienen. De domme laag opgeleide sloeber zal moeten sappelen om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Meneer Cowen juicht dat toe. Het wordt tijd dat wij in Europa de verzorgingsstaat totaal afschaffen om beter te kunnen concurreren op de wereldmarkt van goederen en diensten. De slachtoffers van de komende tweede industriële revolutie zijn de middenklassen in de VS en in Europa. Die revolutie houdt namelijk in dat bedrijven razendsnel personeel gaan vervangen door slimme machines, ongekend productieve hardware, software en netwerken. En de middenklassen zijn dus de klos. Hun banen zullen massaal verdwijnen. Er zal mogelijk een heel klein beetje werkgelegenheid voor terug komen, maar dat weegt niet op tegen de vele honderden miljoenen, vaak hoog opgeleide werknemers, die hun baan gaan verliezen in de VS en Europa. Vooral de werkgelegenheid in dienstensector zal als sneeuw voor de zon verdwijnen. Nu al zien we daarvan de eerste voorboden.

En zo betreden we de ideale wereld van meneer Cowen. Een relatief kleine economische elite, die nagenoeg het gehele productieproces beheerst, en miljarden mensen die zullen moeten vechten om de economische restjes die te vinden zijn in de vorm van laaggeschoolde arbeid die kennelijk echt (nog) niet kan worden geautomatiseerd of gerobotiseerd. Dat is een prettig vooruitzicht voor super slimme, calculerende mensen en een ware nachtmerrie voor de rest.

Volgens meneer Cowen moet dit rare Ayn Rand – achtige super kapitalisme een betere wereld naderbij brengen. Of hebben we hier misschien van doen met de zoveelste dwalende econoom. Met de zoveelste wetenschapper met een hardnekkige kokervisie. De oplossing van meneer Cowen is best wel a-sociaal. Vind ik. Geen woord verspilt hij aan alle immense problemen die zo’n ongebreideld roverskapitalisme teweeg brengt. Deze man heeft niets geleerd van de afgelopen tien jaar en zal dat blijkbaar niet willen ook!

Als je een beetje fatsoen en naastenliefde in je donder hebt dan richt je economische activiteiten op delen en niet op stelen.

In de wereld van meneer Cowen cum suis regeert dus het harde kapitalisme. Het kapitalisme dat zetelt in het reptielenbrein van ieder mens en dus naadloos aansluit op de evolutionair ontwikkelde natuur van de homo sapiens. De existentiële angst voor de dood maakt ons allemaal tot kapitalisten. Een alles overheersende overlevingsdrang tot uiting komend in de primitieve, cerebraal-archaïsch diep gewortelde vlucht-vecht reflexen die continu opborrelen uit onze hersenstam, maakt dat onze primaire modus “IK EERST” is. “De ratio” is echter een ander verhaal. De ratio probeert steeds weer vat te krijgen op die constante stroom van ongestructureerde emoties. Voorwaar een ingewikkeld proces waarover menig neuroloog u prachtige verhalen kan vertellen en daarbij ter ondersteuning hele mooie beelden kan laten zien van MRI-scans en alles wat er op dat specifieke technische gebied valt te bedenken.

Met onze neocortex (het vooronder binnen onze schedel) proberen wij die ruwe, altijd aanwezige, emoties in sociaal aanvaardbare banen te leiden. De ratio is voor de homo sapiens dan ook een onmisbaar en uiterst belangrijk overlevingsmechanisme. En het is juist die ratio die meneer Cowen een beetje veronachtzaamd. Rationeel gezien, dat wil zeggen i.c. wetenschappelijk gezien, is het nog maar de vraag of het ongefilterde kapitalisme voor de huidige homo sapiens nog wel het juiste overlevingsinstrument is. De toekomst zal dit gaan uitwijzen.

Te stellen valt wel dat het kapitalisme, in zijn ontwikkeling van primitief naar uitermate complex, ons op de evolutionaire route natuurlijk wel gebracht heeft waar we nu zijn. Maar of het zo verder zou moeten gaan is op zijn minst twijfelachtig. Alles wijst erop dat de mens voor een kantelpunt in zijn evolutionaire ontwikkeling staat. Inmiddels lijkt het erop dat de mens als soort het slachtoffer van zijn eigen ontwikkeling gaat worden, namelijk in dier voege, dat hij inmiddels een leefomgeving heeft gecreëerd die steeds minder geschikt is en zal zijn voor menselijke bewoning. Met andere woorden gaat de mens zichzelf uitroeien? Of weet hij met behulp van de zich pijlsnel ontwikkelende ratio het tij te keren door, wetenschappelijk beredeneerd, de contraproductieve en destructieve kanten van het kapitalisme af te zweren en over te gaan op een totaal ander economisch concept. Het is derhalve zeer verhelderend om het wetenschappelijk werk van Peter Kropotkin nog eens te lezen. Hij was een wetenschapper die al vroeg de vinger op de zere plek legde. Maar Darwin was hem net voor en redde met zijn “On the Origen of Species” het kapitalisme

Gezien de vele Cowens en Ayn Rands op deze wereld ben ik behoorlijk somber gestemd over de mogelijkheden van de moderne mens om de bedoelde levensreddende transitie te bewerkstelligen. Het ligt niet in zijn aard, om het maar eens populair te zeggen.

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized