Seneca en de Stoa.

Seneca Afbeelding 2014 Seneca. Zijn zelfmoord. 2014

Het Stoïcisme, dat eeuwenlang de invloedrijkste filosofie was in de Grieks-Romeinse wereld, had vòòr Seneca al een lange geschiedenis. Gesticht door Zeno van Citium (geboren in 336/7 voor Chr. op Cyprus) is de Stoa verder ontwikkeld en aangepast door een opeenvolging van denkers wier opvattingen over verschillende logische, ethische en kosmologische vraagstukken behoorlijk uiteen liepen. Maar als een morele “geloofsbelijdenis” was het gebaseerd op het hierna volgende “geloofskader”:

De aanhangers van het Stoïcisme zagen de wereld als één grote gemeenschap waarin alle mensen broeders en zusters waren die gestuurd werden door één opperste “goddelijke” voorzienigheid, die al naar gelang de keuze of de context kon worden aangeduid door een verscheidenheid aan beschrijvingen en namen, waaronder “de goddelijke rede”, “de scheppende rede”, “natuur”, “geest of doel van het universum”, “bestemming”, “persoonlijke god”, zelfs als “de goden” (als concessie aan de traditionele religie). Het is de plicht van de mens om in overeenstemming te leven met de goddelijke wil, hetgeen als eerste betekent, dat men zijn leven in overeenstemming dient te brengen met de wetten van de natuur, en ten tweede, dat men zich geheel en zonder te klagen diende te schikken in al datgene wat het noodlot in petto heeft. Slechts door zo te leven en geen al te grote waarde te hechten aan al die zaken die hem op elk moment weer kunnen worden ontnomen, kan hij de ware en onwrikbare vrede en tevredenheid ontdekken, van welke ambitie, overvloedige luxe, en boven alles, hebzucht zich tot de grootste hinderpalen mogen rekenen.

Het leven in overeenstemming brengen met de natuur betekent niet alleen het ter discussie stellen van ingeslepen persoonlijke gewoonten en algemene gebruiken en een dusdanige omvorming van onze eigen persoonlijkheid dat we in staat geraken om het bijna zonder alles te kunnen stellen op slechts de allernoodzakelijkste dingen (water, sober en gezond voedsel, basale kleding, propere zeer eenvoudige behuizing etc.) na, maar ook, en dat is in feite het allerbelangrijkste, het actief ontwikkelen van de ons aangeboren en dus inherente gave van de ratio, de rede, de eigenschap die ons op beslissende wijze laat verschillen van de dieren. Het is de bedoeling dat we dit rationele element, dit onderdeel van de universele rede, deze “goddelijke vonk” die zetelt in onze menselijke hoedanigheid, helemaal vrij maken en perfectioneren, zodat deze rede, deze logos, ten strijde kan trekken tegen pijn, aanstellerij, verdriet, bijgeloof en doodsangst, het kan overwinnen en het uiteindelijk kan neutraliseren. Deze ratio, deze rede zal ons laten inzien dat niets goed of slecht is, maar dat het leven en ons denken van alledag dit zo aan ons voorstelt. Het is de bedoeling dat de hartstochten, het genot, kortom de emotionele uitwassen worden gedisciplineerd en wel zodanig dat het lichaam en de emoties zich altijd onderworpen weten aan de tucht van de geest en de ziel. Zodoende zullen we geraken bij het ware doel van de mens n.l. “geluk” (te begrijpen in die zin dat het gaat om afwezigheid van verdriet, boosheid, woede, etc.), door vast te houden aan de enige echte goede zaak in het leven, namelijk aan datgene wat men in het Grieks “Arete” noemt en in het latijn “Virtus”. In het Nederlands meestal, niet zo gelukkig, vertaalt door middel van het woord “Deugd”. Dit opperste ideaal van de “deugd”, ook wel “Summum Bonum” genoemd wordt in de filosofie van de Oudheid gewoonlijk samengevat in vier kerneigenschappen:

  • Wijsheid (moreel inzicht)

  • Moed (Dapperheid)

  • Zelfbeheersing

  • Rechtvaardigheid (oprecht en rechtvaardig handelen).

Deze eigenschappen stellen de mens in staat om zich zelve genoeg te zijn, om bestand te zijn tegen “het lijden” en zich te verheffen boven de wonden en de verstoringen van het leven (vaak voorgesteld door vrouwe Fortuna, de godin van het (nood-)lot. Zelfs een slaaf (sic!) die zich aldus heeft bewapend, kan vrij genoemd worden en een vorst zijn omdat hij door zijn geestelijke onaanraakbaarheid zelfs door een koning niet gedeerd of aangeraakt kan worden. En zo zijn er nog wel meer van deze “stoïstische tegenstellingen”, bijvoorbeeld: “De kortste weg naar rijkdom, is de verachting van diezelfde rijkdom”.

Deze levensfilosofie, deze filosofische ethiek, die zich gesteund wist door een coherent systeem van fysica en logica, kreeg voor het eerst vorm in de geest van denkers, die, alhoewel zij griekstalig waren, voor het merendeel niet afkomstig waren uit Europa (Klein-Azie, de Levant, Tarsus, Cyprus, Babylon) Desondanks vermocht dit de aantrekkingskracht die deze filosofie had op ontwikkelde romeinse burgers, niet verminderen, toen deze er zo rond het midden van de tweede eeuw v. Chr. voor het eerst mee in aanraking kwamen. De plichten die deze filosofie voorschreef t.w. moed en doorzettingsvermogen, zelfbeheersing en zelfvertrouwen, eerbaar en oprecht gedrag, rechtvaardig handelen, eenvoudige en sobere gewoonten, redelijkheid en gehoorzaamheid aan de staat, waren voor de meeste romeinen vanzelfsprekend en kwamen nauw overeen met de traditionele opvatting van “Virtus”. De ontwikkeling van het “Jus Naturae” ,oftewel het natuurrecht, door de romeinse juristen en de vereenzelviging door Posidonius (een vertegenwoordiger van de Midden – Stoa) van een ideale wereldgemeenschap volgens het stoïcisme (de cosmopolis) met de hoedanigheden van het Romeinse rijk maakte de acceptatie van het stoïcisme door de Romeinse burger zelfs nog makkelijker. Het waren pas de latere Romeinse keizers die een hekel begonnen te krijgen aan het stoïcisme omdat deze filosofie ervan uit gaat dat het gedrag van eenieder bekritiseerd moet kunnen worden, dus ook het soms perverse en misdadige gedrag van de keizers van het Romeinse rijk. Sommige van die keizers reageerden op deze kritiek door de schuldigen te verbannen. De aanhangers van het stoïcisme stonden overigens gewoonlijk helemaal niet vijandig tegenover de monarchie, ondanks het feit dat zij steeds openlijk verklaarden dat, gezien ieders plicht om zijn rol in het leven op een juiste deugdzame wijze te vervullen, rangen en standen dientengevolge eigenlijk helemaal niets voorstelden. Ondanks brede acceptatie in genoemde ontwikkelde Romeinse kringen, had het vroege stoïcisme een onaantrekkelijke keerzijde, waardoor deze filosofie er niet in slaagde om de grote massa te beïnvloeden. De wijze aanhanger van het vroege stoïcisme had iets onwerkelijks, iets gefingeerds. Het leek of er in het verleden van deze wijze iets was gebeurd waardoor hij opeens tot grote deugd was gekomen. Kennelijk was het binnen deze filosofie niet mogelijk om zich geleidelijk aan te verbeteren door zich langzamerhand te bekwamen in het naleven van die regels die tot een deugdzame stoïstische leefwijze moesten leiden. Het doel wat de vroege Stoa zich stelde leek veel te hoog gegrepen voor de gewone mens. De gewone alledaagse menselijke emoties werden versikt en onderdrukt bij het fanatieke streven naar “apatheia”, naar de onvatbaarheid voor gevoelens. Van Cato, de grote stoïstische “heilige”, werd bijvoorbeeld gezegd dat hij spijt had van het feit dat hij zijn echtgenote eens had gekust in een ogenblik van dreigend gevaar.Het vroeg-stoicisme hield, onder bepaalde omstandigheden, ook in, dat het zelfrespect van een man vereiste dat hij zelfmoord zou moeten plegen. Dat werd gezien als een daad van opperste edelmoedigheid. Dus door het ideaal van “autarkeia”, van opperste onafhankelijkheid, na te streven, scheen de “perfecte” mens te verworden tot een volstrekt onthechte en afstandelijke persoon, die zich ver verheven voelde boven de werkelijke wereld waarin hij leefde. Ondanks al zijn idealisme en oprechtheid wekte dit stoicisme de indruk een kille, dogmatische en onrealistische leefwijze voor te staan.De grote bijdrage van Seneca voor de filosofie van de oudheid is gelegen in de vermenselijking van het stoïcisme, waarmede een proces werd gecontinueerd dat eigenlijk al ver daarvoor was begonnen in Rhodos en Rome respectievelijk door Panaetius en Posidonius (zie daartoe “Philosophical Predecessors and Contemporaries” door John Sellars).

Alhoewel Seneca schreef voor een verhoudingsgewijs beperkte kring van ontwikkelde mensen – hij richtte zich meestal tot een bepaalde vriend of tot een familielid alsof hij hun speciale geestelijke adviseur was – laten zijn brieven en essay’s een stoïcisme zien dat veel meer overeen kwam met de werkelijkheid en de zwakheden van de menselijke natuur. Het schier onbereikbare ideaal van de “apatheia” werd door hem sterk aangepast. Zelfgenoegzaam, onafhankelijk en onaangedaan als hij blijft, kan de wijze nu wel vrienden hebben en, tot op zekere hoogte, een “menselijk” rouwproces doormaken, als een van die vrienden hem door de dood komt te ontvallen. In de nieuwe Stoa is het de plicht van de wijze en deugdzame mens geworden om vriendelijk en vergevingsgezind te zijn t.a.v. Zijn medemensen, zelfs om zijn leven te wijden aan het helpen bij het zoeken naar het geluk van die medemensen. Bij zijn manier van leven dient hij te vermijden dat hij zich duidelijk verschillend (lees: “superieur”) profileert ten opzichte van al diegenen die hij moreel tracht te verheffen. Het is duidelijk dat hij, net als alle anderen, moet vechten tegen zijn zwakheden in een lang en vaak pijnlijk verlopend proces dat uiteindelijk moet leiden naar uitmuntendheid, en waarbij een beetje hulp van “bovenaf” of inspiratie door een goed voorbeeld van een medemens, natuurlijk niet is te versmaden. Seneca schept zelf nog al eens op over zijn eigen vooruitgang bij eerdergenoemd proces, maar is toch ook wel weer in staat om bescheidenheid en nederigheid te betrachten zoals moge blijken uit een beschrijving van zichzelf als “ een persoon die nog ver verwijderd van is van de noodzakelijke tolerantie, laat staan van de kwalificatie ‘uitmuntend’ ”.

In beweringen over de betrekkingen van de mens tot een benevolente, ja zelfs liefhebbende god en over het geloof in het menselijke geweten, zijnde een goddelijk geïnspireerd “innerlijk licht van de geest”, is de houding en overtuiging van Seneca in feite veel oprechter religieus dan de geformaliseerde staatsgodsdienst van Rome waar in zijn tijd eigenlijk niet veel meer van over was dan een nagloeiend residu van het eens zo felle vuur der hartstocht waarmede men toen, lang geleden, een grote hoeveelheid zeer oude goden en godinnen vereerde.

Christelijke schrijvers herkenden al snel de nauwe overeenkomsten tussen de “geïsoleerde” (uit de context gehaalde?) zinnen in het werk van Seneca en sommige verzen uit de bijbel. Anderzijds echter, werden de woorden “god” of “de goden” door de filosofen van de Stoa meer gebruikt als, niet per se religieuze, eerbiedwaardige en passende uitdrukkingen, dan dat deze begrippen stonden voor onmisbare, waarheidsgetrouwe bestanddelen, essentieel als basis voor het Stoïcisme als filosofie. Bovendien was de tendens binnen het Stoïcisme altijd om het belang van de mens in het universum eerder te verheffen dan de positie van de mens te verlagen in het aangezicht van een hoger (goddelijk) gezag. Binnen het stoïcisme werd soms wel eens gespeeld met het idee van onsterfelijkheid in een hiernamaals, maar Seneca hield zich hier niet mee bezig. Voor hem was de deugd, het leven volgens de natuur, volgens de rede, net als voor veel andere aanhangers van het stoïcisme, een beloning op zichzelf in dit aardse leven evenals de ondeugd zijn eigen straf betekende. De religieuze “honger” van het volk, van de massa, werd in die dagen, eigenlijk net als nu, niet gestild door de geestelijke opbrengst van de rationele filosofie, maar door de cultus en het bijgeloof van Isis en Mithras en natuurlijk ook door het net ontluikende christendom.

De betekenis van Seneca voor de oudheid bestond, behalve uit het feit dat hij de filosofie in de latijnse literatuur heeft doen herleven, met name uit het gegeven dat hij het stoïcisme heeft gespiritualiseerd en sterk heeft vermenselijkt.

Heeft Seneca invloed gehad op de moderne filosofie, op de filosofie van vandaag?

Wij verplaatsen ons daartoe in Seneca en nemen hem mee naar onze tijd. Hij zou de gang van zaken, zeker aan de Engelstalige universiteiten, beslist veroordeeld hebben. Hij zou waarschijnlijk hebben gevonden dat men zijn tijd verdeed aan allerlei rare taalkundige en semantische (semantiek is de leer der betekenis van woorden of de leer van de interpretatie van formele systemen) puzzels en aan tijd verspillende haarkloverij op het gebied van de abstracte formele logica. Maar, nog belangrijker dan voorgaande, zou hij, met alle kracht die in hem was, de opvatting hebben veroordeeld volgens welke het totaal geen taak van de filosofie is om mensen in betere personen te veranderen. Hij zou dit hoogverraad en majesteitsschennis hebben gevonden!! Het enorme vertrouwen dat Seneca had in de filosofie als lerares van het leven, was gebaseerd op zijn geloof dat de doelstelling van de filosofie een zuiver praktische was, namelijk om zielen te genezen en om vrede en orde te schenken aan verwarde en koortsige geesten die, afgezet tegen de leer van het stoïcisme, in hun leven de volstrekt verkeerde doelen nastreefden. Wat we met de filosofie zeggen zou van nut moeten zijn en niet alleen maar interessant of onderhoudend. Het Stoïcisme is uitermate doelgericht, zeer praktisch en nuttig. Het goede leven kan men leren door de deugd na te streven. Het onvoorwaardelijke geloof van Seneca in de gelijkheid en de broederschap van de mensen, ondanks alle hinderpalen zoals ras, klasse, stand, rang, orde, etc., heeft zijn wortels in de vroege Stoa en heeft op den duur, door de eeuwen heen, geleid tot grote verbetering van de rechtspositie van slaven in het romeinse rijk. Het Stoiïcisme was ook de vonk die het vuur deed ontbranden dat ons steeds helderder deed zien hoe belangrijk het grensoverschrijdende natuurrecht is. Een recht dus dat nationale grenzen overstijgt en dat de basis vormt voor de validiteit (waarheidsgehalte) van onze huidige internationale recht. Vele componenten van het stoïcisme zijn terug te vinden en op indirecte wijze vervat in veel constituties en droegen in het nog niet eens zo ver achter ons liggende verleden voor een niet onaanzienlijk deel bij aan het “idealisme” dat werd verkondigd door de aanstichters van de Franse en Amerikaanse revoluties.

Voor een Stoïcijn leidde Seneca een bewogen leven. Hij studeerde, hij voedde op, hij bestuurde, en misschien, het kan bijna niet anders, intrigeerde en manipuleerde hij ook wel. Wij rekenen Seneca tot de late school van de Stoa. De vroege Stoa werd gesticht door Zeno van Citium. Chrisippos behoorde ook tot deze vroege Stoa.

Seneca wordt verweten dat hij niet of ternauwernood leefde naar zijn eigen principes. Uit de historische bronnen lijkt dat inderdaad zo te zijn geweest. Hij verzamelde veel rijkdom en veel macht. Als men het stoïcisme goed heeft doorgrond dan weet men dat dat geen probleem hoeft te zijn. Seneca heeft, mijns inziens, de argumenten van zijn tegenstanders, argumenten die meestal uit afgunst of machtshonger werden geboren, voldoende weerlegt. Ik wil er nog aan toevoegen dat de waarheid, de authenticiteit of de rationaliteit van een filosofie niet staat of valt met de persoon die deze filosofie uitdraagt en propageert. Het zou erop neerkomen dat, indien de stelling van Pythagoras was uitgedacht door Hitler, deze stelling onmogelijk juist zou kunnen zijn omdat Hitler een verderfelijke figuur was. Iedereen begrijpt dat zoiets onzin is. Ik vind wel dat Seneca in zijn “Gelukkig Leven” (uit de “Dialogen”) zich net iets te fel verweert om een echte stoïcijn te zijn. Zie daartoe de citaten die ik dienaangaande aanhaal. Van harmonie, onverstoorbaarheid en weloverwogenheid is weinig terug te vinden.

Ik vind het jammer dat Seneca meende het gedachtegoed van het vroege Stoïcisme te moeten populariseren. De filosofie van het Stoïcisme leent zich niet voor groepsdenken en voor een geïnstitutionaliseerde moraal. De leer van het Stoïcisme moet niet via een vorm van evangelisatie worden uitgedragen omdat alle nadruk ligt op de puur individuele perceptie en beleving. Het zal een echte stoïcijn werkelijk een zorg zijn of een ander net zo denkt of handelt als hij zelf denkt en handelt. Het vroege Stoïcisme werd niet uitgedragen als ware het een religie van de waarheid. En dat trekt mij ook zo aan in het vroege Stoïcisme, dat puur individualistische en anti-evangelische karakter. Door het makkelijker toegankelijk proberen te maken verloor het Stoïcisme veel van zijn zeggenskracht en werd het zeer kwetsbaar voor allerlei onterechte kritiek. Het klinkt misschien vreemd maar het Stoïcisme kan eigenlijk niet anders dan elitair zijn. In het schier onbereikbare schuilt ook zijn kracht.

Wat zijn geschriften betreft vind ik Seneca een beetje een kletsmajoor. Hij herhaalt alles tot in het oneindige, waardoor de zeggenskracht van zijn woorden in mijn ogen sterk vermindert.

Bepaalde elementen van het Stoïcisme zijn uiteraard tot op de dag van vandaag actueel. Soberheid van handelen, van leven, een milde onthechting van het aardse bestaan, prevalentie van inhoud en veel minder aandacht voor de vorm zonder het belang van de esthetiek uit het oog te willen verliezen, dit alles zou de contemporaine westerse wereldburger in zijn algemeenheid geen kwaad doen.

Echter, mijn primaire kritiek op het Stoïcisme, is dat het begrip “liefde” begrijpelijkerwijs (want emoties zijn voor dwazen) niet voorkomt in de vocabulaire van de Stoa. Liefde die je de ander wilt geven op basis emotionele betrokkenheid. Die liefde kan de Stoïcijn niet geven, noch ontvangen. Liefde moet, binnen de filosofische kaders van het Stoïcisme, noodzakelijkerwijs wel afstandelijk zijn en wordt veelal voorgesteld door het begrip logos, of door de kille ratio. En dat is jammer.

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Buitenhof. Waarom ik dit programma de laatste tijd steeds minder leuk en interessant vind.

Buitenhof. 2014

 

 

 

Waarom.

Vandaag heb ik afgehaakt bij Buitenhof. De belangrijkste gasten waren voor de zoveelste keer mensen die met geld, banken of anderszins rechtsstreeks met de economie te maken hadden. Ik begrijp dat geld voor de meeste mensen best wel belangrijk is, maar om er een heel uur lang onafgebroken over te ouwehoeren gaat me nou net iets te ver. Geld betreft in feite niet de kern van ons bestaan. Geld is natuurlijk wel een belangrijk onderdeel van het bestaan. Geld vertaalt zich in ons economisch systeem meteen naar bezit, macht, voedsel, veiligheid etc. Geld is in onze westerse wereld een intermediair, een ruilmiddel om op de vrije markt de vruchten van je eigen “arbeid” uit te wisselen tegen de opbrengst van de arbeid van anderen.

 

Wat is geld?

De reden van het ontstaan van het fenomeen “geld” ligt besloten in een dynamisch biologisch mechanisme dat ons bestaan op onbewust niveau stuurt en bedoeld is om onlustgevoelens (voortplantingsdrang, honger, behoefte aan sociale hechting etc.) die voortvloeien uit de evolutionaire drang om voort te bestaan, te neutraliseren. De diep in het onbewuste gewortelde angst om als individu, maar ook als soort, niet langer te kunnen voortbestaan, noemen wij de existentiële angst voor de dood. Deze evolutionaire, gedurende vele tienduizenden jaren, ontwikkelde angst leidt in een toestand van materiële overvloed, zoals dus het geval is in het huidige tijdsgewricht, tot overcompensatie van eerdergenoemde onlustgevoelens. In de werkelijkheid, o.m. in het leven van alledag, manifesteert die angst zich in het vergaren van (meestal totaal overbodige) luxe, in ziedende afgunst, in geweld, agressie en allerlei andere geluksbeperkende mechanismen. De recentelijke bij de zoogdiersoort “homo sapiens” ontwikkelde ratio, die leidde tot het individuele zelfbewustzijn, is een geducht wapen in de strijd om het bestaan. Het zou ertoe moeten dienen om deze intelligente zoogdiersoort voor uitsterven te behoeden. En tot nu toe lukt dat aardig goed. Homo sapiens is de onbetwiste winnaar van de strijd om het bestaan. Maar voor hoelang? Ik denk dat de oeroude reflexen, die leiden tot overcompensatie van zijn onlustgevoelens, de homo sapiens in de toekomst noodlottig gaan worden. En helaas, hij kan er niets aan doen. Hij is een willoos slachtoffer van blinde evolutionaire voortgang. Niks onbetwiste winnaar in de strijd om het bestaan, niks koning van de schepping!! De mens, in zijn huidige evolutionair afhankelijke, biologische hoedanigheid, zal hoogstwaarschijnlijk niets meer gaan betekenen dan een onbetekend miniscuul stofje in de oneindige werkelijkheid van het ruimtetijdcontinuum.

 

Wat bedoel ik nou eigenlijk?

Tot zover mijn uiteenzetting over de plaats van het zoogdier “mens” in de werkelijkheid. Terug naar het geld. Dat verdomde geld!

 

De èèn meent er dus veel van nodig te hebben. De ander kan met veel minder toe. Het hangt er helemaal van af hoe je in de jouw omringende werkelijkheid staat. En die situatie wordt bepaald door een combinatie van genetische overerving, opvoeding en opleiding, invloed van de directe sociale en materiele omgeving en, in mindere mate, invloed van de indirecte sociale omgeving.

De vrije wil is illusoir, hoe heftig de mens er ook naar smacht.

 

Bovenstaand verhaal begon met geld, maar eindigt met allerlei bespiegelingen en filosofieën. En dat zou ik nou zo graag terugzien in Buitenhof. Vroeger, toen Clairy Polak en Rob Trip in de keuken stonden, waren de onderwerpen veel smakelijker. Er was zelfs sprake van debat en discussie. Nu zie ik niets anders meer dan economen die over geld, banken, export en allerlei andere, voor mij totaal oninteressante zaken, palaveren. Ik troost me dan maar met de gedachte dat het overgrote deel van de kijkers naar Buitenhof blijkbaar wel genieten van al die economische items omdat zij geld, macht, aanzien etc kennelijk wel heel erg belangrijk vinden in hun leven.

 

Maar ja, tijden veranderen. Ik vind dat wij er op intellectueel gebied de laatste dertig jaar erg op achteruit zijn gegaan. Maar dat is geen wonder wanneer een schrijver als Kluun een groot literair talent wordt genoemd en wanneer een minister-president er trots op is dat hij geen visie heeft.

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Sven Kokkelman, onze eigen zelfingenomen, opgewonden en humorloze Kuifje.

narcissus-caravaggio-265

Dit schreef ik in mei 2010:

s ‘Morgens de radio aan. Sven Kokkelman. Een enge opdringerige betweter. Ontbijten is niet meer nodig, want je hebt al gegeten en gedronken als je die onbescheiden razende reporter hoort schetteren en afbekken.

Nu heb ik de laatste tijd de moeite genomen om eens wat beter te luisteren naar Sven en wat me daarbij opvalt is dat hij zichzelf en zijn journalistieke taak overdreven serieus neemt. Hij is een niet aflatende onsympathieke waarheidsvinder. Met korte onvriendelijke vragen bestookt hij zijn slachtoffer. Tussen de antwoorden door hoor je hem ongedurig en afkeurend brommen en wee het slachtoffer dat hem niet serieus neemt of per ongeluk de verkeerde dingen zegt. Die is de klos. Met nu openlijk agressieve en uiterst onaangename vragen probeert Sven de ongelukkige in de hoek te drukken. Sven balanceert op het randje van onbeschoftheid. Wat denkt zo’n minkukel wel, hoor je hem bijna denken, om mij een beetje te schofferen en voor de gek te houden. Sven is nooit te betrappen op milde en relativerende beschouwingen. Sven is van de aanval. Van de directe aanval. Sven is een man zonder gebleken humor. Een zichzelf uiterst serieus nemende persoon die in de golven van zijn onversneden megalomanie de knoeiers, sufferds en bedriegers van deze wereld kopje onder duwt totdat zij proestend en bijkans stikkend hun onwetendheid en hun pretenties toegeven. Weer een scalp aan de brede glimmende kampioensgordel van onze ijdele Sven.

Sven vindt ook dat hij een mooie stem heeft. En ik moet toegeven, die stem mag er best zijn. Hij galmt in de hoge registers en resoneert prachtig bij de lagere tonen. Maar het blijft de stem van die humorloze en bijterige Sven. De man die geen tegenspraak of flauwekul duldt. En dat is heel jammer van die stem. Die stem verdiend een beter baasje.

In mijn beleving is er slechts één mediapersoonlijkheid die blijkt geeft van nog minder humor en zelfinzicht en dat is Mart Smeets. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen want we leven in een vrij land.

 

Nb. Bovenstaand stukje schreef ik in mei 2010 toen Sven radio 1 nog onveilig maakte. Per 1 januari 2014 is hij kennelijk, en voor mij gelukkig, uit het radiogebeuren verdwenen, waarschijnlijk met het doel om het Nederlandse volk met zijn interview-truucjes op de verrekijk te gaan verwennen. Hij doet dat in co-schap met een zekere Eva Jinek, de blonde ex-vriendin van de juridisch schuinsmarcherende meester Bram. Ik vind Sven en Bram trouwens wel iets van elkaar weg hebben.

 

Naschrift: ik moest weer aan mijn stukje uit 2010 denken toen ik een artikel over Sven in de Volkskrant van vandaag las. En in dit artikel word ik op overtuigende wijze bevestigd in het beeld dat ik al min of meer op subjectieve gronden van dit alfamannetje had.

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

HET GAAT HELEMAAL DE VERKEERDE KANT OP.

moskee-hassan-2-casablanca

 

 

 

Het gaat helemaal de verkeerde kant op. De “gewone” Nederlander heeft geen goed woord meer over voor de jongere medemens van Marokkaanse afkomst en de jongere medemens van Marokkaanse afkomst doet niet echt moeite om van zijn/haar slechte imago af te raken. Als ingezetene van Nederland met een Brits paspoort valt mij op dat het botte en onverbloemde racisme binnen de Nederlandse samenleving een vrij normale zaak is geworden. De een is er natuurlijk meer uitgesproken in dan de ander, maar door de bank genomen is Nederland langzaam aan het veranderen in een akelige racistische samenleving. De oorzaken daarvoor laat ik even in het midden. Mijn opvoeding was dusdanig dat mij geleerd werd goed na te denken voordat ik iets zeg of schrijf. Bovendien werd mij, gedurende mijn jeugd, door de vele gesprekken met mijn ouders en met goede vrienden, duidelijk dat beschaving heel veel te maken heeft met zelfbeheersing en doorzettingsvermogen. Dat houdt in dat ik, ook in de intimiteit van mijn blogspot, het niet beschaafd vind om scheldend, insinuerend en veroordelend tekeer te gaan.
Mij is duidelijk geworden dat de migranten- en allochtonenproblematiek binnen de Nederlandse samenleving inmiddels dermate groot is geworden dat het vinden van humane en fatsoenlijke oplossingen steeds moeilijker wordt. Een tijdje geleden las ik het boek van meneer Robert O. Putnam over dit fenomeen en ik ben ervan overtuigd dat hij gelijk heeft. Het zal nog vele generaties duren voordat de tijd dit probleem min of meer vanzelf oplost. Tot die tijd is het te hopen dat het niet radikaal fout gaat. Hieronder plaats ik voor uw gemak even een samenvatting van de resultaten van het onderzoek van meneer Putnam. Zie Wikipedia! Het is in het Engels, maar ik ga ervan uit dat tegenwoordig iedereen de Engelse taal vodoende beheerst om dit te kunnen lezen:

In recent years, Putnam has been engaged in a comprehensive study of the relationship between trust within communities and their ethnic diversity. His conclusion based on over 40 cases and 30 000 people within the United States is that, other things being equal, more diversity in a community is associated with less trust both between and within ethnic groups. Although limited to American data, it puts into question both the contact hypothesis and conflict theory in inter-ethnic relations. According to conflict theory, distrust between the ethnic groups will rise with diversity, but not within a group. In contrast, contact theory proposes that distrust will decline as members of different ethnic groups get to know and interact with each other. Putnam describes people of all races, sex, socioeconomic statuses, and ages as “hunkering down,” avoiding engagement with their local community—both among different ethnic groups and within their own ethnic group. Even when controlling for income inequality and crime rates, two factors which conflict theory states should be the prime causal factors in declining inter-ethnic group trust, more diversity is still associated with less communal trust.

Lowered trust in areas with high diversity is also associated with:

Lower confidence in local government, local leaders and the local news media.
Lower political efficacy – that is, confidence in one’s own influence.
Lower frequency of registering to vote, but more interest and knowledge about politics and more participation in protest marches and social reform groups.
Higher political advocacy, but lower expectations that it will bring about a desirable result.
Less expectation that others will cooperate to solve dilemmas of collective action (e.g., voluntary conservation to ease a water or energy shortage).
Less likelihood of working on a community project.
Less likelihood of giving to charity or volunteering.
Fewer close friends and confidants.
Less happiness and lower perceived quality of life.
More time spent watching television and more agreement that “television is my most important form of entertainment”.

Putnam published his data set from this study in 2001[4][5] and subsequently published the full paper in 2007″

Gezien de conclusies van meneer Putnam heb ik, wat dit probleem betreft, totaal geen vertrouwen in de toekomst. Het zal alleen maar erger worden, ondanks goede bedoelingen van goedwillende mensen.

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De waarschijnlijke, perfide en ethisch eroderende invloed van managementscursussen op het denken en handelen van een groot deel van de Nederlandse bevolking.

Managementboek

In 2008 plaatste ik onderstaand verhaal op mijn oude volkskrantblog. Het heeft , mijns inziens, nog niets aan actualiteit ingeboet.

De manieren om het werkvolk te disciplineren zijn in de loop der jaren steeds geraffineerder geworden. Anno 2008 (en nu t.w. 2014) denk ik dat ongeveer de helft van de werkende bevolking wel een of andere managementcursus heeft gevolgd en dus kennis heeft kunnen nemen van alle trucjes, handelingen en gedragingen die er voor moeten zorgen dat je ondergeschikten, zonder al te veel morren, gewoon doen wat jij ze opdraagt te doen. De ondergeschikte is het middel, het voorwerp dat er voor moet zorgen dat jouw project slaagt. Dat project moet slagen omdat jij anders weer op je donder krijgt van je baas. Waarom moeten de meeste projecten per se slagen? Omdat ze bijna altijd geld moeten opleveren voor de eigenaars van het bedrijf. Die eigenaars willen winst zien. Ze willen hun sterk materieel gerichte levensstijl minimaal op dezelfde voet kunnen voortzetten. Daarom wordt de loonslaaf als middel gebruikt om dat zeer banale doel te bereiken. De loonslaaf wordt in slaap gesust door hem projectleider te maken en hem een managementcursus te laten volgen die hem leert hoe hij, net als zijn bazen, zijn ondergeschikten om de tuin kan leiden teneinde te bewerkstelligen dat zij hun hele leven hun beste krachten inzetten om hun baas in staat te stellen een tweede huis te kopen, een zeewaardig jacht te bezitten etc.

  • Les een van de managementcursus: personeel is niet te vertrouwen. Bijvoorbeeld: als ze zich ziek melden zijn ze niet ziek en stellen ze zich aan, of ze hebben de arbeidsongeschiktheid aan zichzelf te danken door onvoorzichtig handelen.
  • Les twee van de managementcursus: ga niet op vertrouwelijk basis om met je personeel. Maak ze tot voorwerpen, dan kun je ze beter disciplineren.
  • Les drie van de managementcursus: zeg steeds dat je het zonder je personeel niet redt, al meen je er geen donder van. Het personeel gaat zich onmisbaar voelen en zal nog harder werken.
  • Les vier van de managementcursus: Ontsla onmiddellijk iedereen die je strevingen doorziet. Aan dwarsliggers heb je niks.
  • Les vijf van de managementcursus: voeg de grootste slijmballen onder je personeel toe aan je eigen gelederen, door ze adjunct directeur te noemen, door ze hogere managementcursussen te laten volgen en door ze uit dezelfde bron te laten graaien, als waaruit jij al jaren pleegt te graaien. Die bron wordt gevormd door het geld dat de onnozele loonslaaf voor jou verdient en door het geld dat de hebzuchtige conformistische consument wil betalen voor jouw, meestentijds volledig overbodige en waardeloze, producten.
  • Les zes van de managementcursus: probeer zoveel mogelijk je maatschappelijke verantwoordelijkheid te ontlopen als deze verantwoordelijkheid dreigt je werkelijk geld te gaan kosten. Dus: betaal geen of zo min mogelijk belasting. Al die belastingcenten worden toch merendeels uitgegeven aan nutteloze overheidsprojecten, dat wil zeggen, projecten waar jijzelf geen cent beter van wordt.

En zo kan ik natuurlijk nog wel een tijdje doorgaan. Zoals u gemerkt zult hebben chargeer ik de zaak een beetje en ben ik gematigd cynisch. Daar ben ik me heel wel van bewust. Desalniettemin denk ik dat er beslist een kern van waarheid zit in bovenstaande. Als je het gedrag en de denkbeelden van sommige “werkgevers” langs de meetlat van de persoonlijkheidsstoornissen zou leggen, vermoed ik dat er een niet onaanzienlijk aantal gekwalificeerd zou kunnen worden als min of meer gewetenloos en anti-sociaal. Dit houdt per definitie in dat een bepaald deel van de werkelijke macht, dat wil zeggen de rauwe economische macht, in handen is van dergelijke sociopaten. Ik vind dat beangstigend. De rotte appels bevinden zich, volgens mij, niet alleen in de politieke fruitmand, maar vooral ook in de fruitmand van het vrije bedrijfsleven, waar sommige CEO’s van multinationals dermate ethisch zijn geërodeerd dat de daaruit voortvloeiende werkwijze in feite niet meer wezenlijk verschilt van het denken en handelen van gewetenloze, criminele mensen met een fors gestoorde persoonlijkheid. En dan is het verontrustend te bedenken dat sommige deelgebieden binnen het politieke krachtenveld min of meer rechtsstreeks worden aangestuurd door deze duistere en gewetenloze mensen.

Gaarne zou ik willen weten welk effect die vermaledijde managementcursussen nu eigenlijk hebben op het ethisch gehalte van de Nederlandse bevolking. Waarschijnlijk hebben deze cursussen niet zo’n positieve invloed op het gevoel van solidariteit, op het empathisch vermogen of op de barmhartigheid. Wellicht is er zelfs sprake van een milde vorm van hersenspoeling, in stand gehouden door een complex van factoren, zoals hebzucht, machtswellust, statusjagerij. Dit alles hoogstwaarschijnlijk gebaseerd op een substraat van existentiële angst. Zonder dramatisch te willen doen, denk ik dat deze gegeneraliseerde decadente ontwikkeling in de westerse wereld wel eens sneller tot de ondergang van onze westerse “beschaving” kan leiden, dan wij voor wenselijk en mogelijk houden. Het recht van de sterkste is aan de winnende hand en deze ontwikkeling zal ons linea recta leiden naar een Hobbesiaanse samenleving, waarmee vergeleken, uw ergste nachtmerries nog lieflijke dromen zullen blijken te zijn. U bent gewaarschuwd!

Het is dus zaak om deze ontwikkeling te bestrijden. Er bestaat een enorme urgentie voor het ontwikkelen van een nieuwe, meer liefdevolle en meer duurzame samenleving. De tijd dringt. Er moet NU wat gebeuren. Later kan niet meer. Luister naar de toespraak van meneer Jeremy Rifkin op joetjoep. Hij verwoordt de gevaren die ons op korte termijn bedreigen. Aan de slag!”

Naar mijn mening is de situatie sedert 2008 alleen maar verslechterd! Ik zie in ieder geval nog niet echt een begin van een meer duurzame en vreedzame wereld.

NB. Ik probeer al jaren weg te breken van dat verdomde sleurdenken. Probeer een werkplaats der creativiteit in mijn hersenpan op gang te houden. Maar de resultaten vallen steeds weer tegen. Het is om de donder niet makkelijk om niet na te papegaaien en om niet veilig en comfortabel achterover te leunen in de gemakkelijke fauteuil van het laffe en egalitaire groepsdenken. “Willen” gaat nog wel, maar “kunnen” is heel wat anders.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

HET KAN NOG VEEL TRIESTER. DE KLEINE APOCALYPS.

Atoombom en zo. 2014

 

 

Vanmiddag luidt de klok zijn dodenzang. Hij roept over velden en beemden de rouwenden ter kerke.

Voor in de kerk ligt de gestorvene opgebaard te midden van uitbundige bossen Aronskelken. Het licht van buiten is verpieterd tot loden glans en orgeltonen kruipen vermoeid tegen kerkmuren op.

Er is enig gehoest en geritsel van heen en weer schuivende mensen. Buiten houdt God de wacht met in beide handen een dwingend vlammend zwaard. Want de dode is niet zo maar een dode. De dode is de dode aller doden. De moeder van alle doden. De dode is namelijk de waarnemer van God op aarde. Hij werd door de mensheid geslagen met de stomheid des doods vanwege willekeur en afgunst. Eerst opgenomen in een bouwvallig krankzinnigengesticht en toen losgelaten na het bewijzen van zijn onschuld. Door een ziedende mensenmassa is Hij toen aan stukken gescheurd. De mensen hadden immers al een God. Een God die ze zelf hadden gemaakt. Een veel betere God dan de prutser die zich “de waarnemer” noemde. De brutaliteit alleen al!!

God heeft na de teraardebestelling het recht in eigen Hand genomen en de aarde geteisterd met nucleair vuur. Niemand werd gespaard. De aarde bleef achter als een verkoolde sintel, op een heel klein groen plekje na. Ergens in Nederland. Want daar was de waarnemer gestorven. En de mensen die na het armageddon nog restten werden door God op straffe van totale vernietiging gedwongen ter kerke te gaan ten einde hetgeen dat nog was overgebleven van de waarnemer op passende wijze aan een vers gedolven graf toe te vertrouwen.

Weinig konden zij bevroeden dat het hun laatste daad zou zijn. God houdt niet van moordenaars en godslasteraars en heeft na de begrafenis ook hen op passende wijze van het leven beroofd.

Na zijn daad is God weer verder getrokken en vertoeft nu ergens in de buurt van Rigel. Hij is net bezig een leuke en gezellige planeet de kolonialiseren. Hij zal dezelfde fout niet nog eens maken.

En op de oude aarde woedt voor eeuwig het nucleaire vuur van de hel en hoor je soms, als de wind goed staat, de gestorvenen, in diepe ellende en gegeseld door de satanische tortuur, klagen en kermen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Mark Rutte, Willie en Maxi van Oranje, en Edith Schippers gaan naar zootsie om voor het bedrijfsleven nog te redden wat er te redden valt en de schade beperkt te houden.

the Olympic Plaza at Sochi

Meneer Rutte, Willie en Maxi, en de minister van sport reizen af naar zootsjie om onze oranje sporters aan te moedigen in een extreem homofoob land met een navenante wetgeving. Om over persvrijheid aldaar nog maar te zwijgen. Ik vind dat niet juist. En ook niet echt beschaafd. Volgens mij is het vrijwel zeker dat deze verkapte VVD-delegatie aan de Russen wil laten zien dat er met ons best valt te handelen. Geld, macht en imago vormen immers de opperste zin van het leven! Het slechte imago van de moerasdelta dient te worden opgepoetst en dus doet deze verkapte VVD-delegatie net of hun neus bloedt en gaan ze lekker in dat homofobe Rusland van de sport genieten. Meneer Rutte heeft geen visie, dat wil hij ook niet hebben. Een visie betekent o.m. een brede blik, veel omvattend of bijzonder inzicht. Het hebben van een visie spreekt meneer Rutte kennelijk niet aan. Ik denk dat hij visie verwart met een – isme en wel, meer specifiek, met het socialisme of, nog smeriger, met het communisme. Misschien is het gewoon een misverstand, een gebrek aan kennis bij meneer Rutte. Stel je toch eens voor dat je als neoliberaal in de buurt van dat vieze socialisme komt! Afschuwelijk! Je hele imago meteen naar de gallemiezen! Nee, meneer Rutte c.s. gaan lekker gezellig met zijn allen naar zootsie om onze jongens en meiden aan te moedigen. Hup Holland, hup! En de mensenrechten moeten dan maar even wijken.

Wanneer krijgen we nu eens eindelijk wijze, rationele en empathische bestuurders in plaats van het zootje egoistische winstjagers en cynische politici waar we het nu mee moeten doen?

 

Nagekomen overwegingen:

Als Rutte en het koningspaar zo graag naar onze sporters willen kijken laten ze dan privé gaan en op eigen kosten!

Sport en economie zijn al sedert dertig jaar niet van elkaar te scheiden omdat in veel gevallen sport gewoon economie is.

Als de russische homobeweging vriendelijk vraagt om alsjeblieft niet al te zware politieke delegaties te sturen, waarom stelt Nederland er dan genoegen in om met de zwaarste politieke sportdelegatie aller tijden te komen. Dat is op zijn minst een vervelende provocatie.

En als je echt zelf wat wilt doen moet je niet naar al die ijspret op de verrekijk gaan kijken!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Hemelvaartsdag. Hoe het noodlot mij bij de kloten kreeg!!

Softly, softly

Softly, softly

 

 

Er ligt altijd wel ergens gevaar op de loer. Het leven gaat desondanks zijn gang en voert mij op vreemde paden naar onbekende doelen. Ik kan wel plannen maken, maar ingrepen van buitenaf verstoren telkens weer de geplande duurzaamheid van mijn goede voornemens. Houdt u mij ten goede, mijn ruggengraat is weliswaar sterk en mijn kin oogt behoorlijk weerbarstig en ik ben zeker niet voor een kleintje vervaard, maar desondanks boezemt het noodlot mij wel degelijk vrees in en is het een van de meest angstaanjagende metgezellen op mijn levensweg.

En zo strompel ik voort. Ik kijk links. Ik kijk rechts. Voor me. Achter me. Maar wat er onder en boven mij gebeurt weet ik niet. Dat gaat mij te ver boven mijn pet. Ik beweeg mijzelf dus bij wijze van spreken in een twee-dimensionale ruimte. De andere dimensies zijn er wel, maar ik percipieer ze niet. Ze behoren niet tot mijn werkelijkheid. En daarom gaat het dan ook geregeld mis. Vaak totaal onverwacht slaat het noodlot toe. Zo ook deze morgen.

Ik ben bezig met mijn dagelijkse beslommeringen als de sirene van het luchtalarm gaat. Geen oefening. Het is Hemelvaartsdag. Donderdag dus. Zestien uur drieënveertig. Ik snel naar buiten om te zien wat er aan de hand is. De kleur van het zwerk is diep rood geworden. Alle wolken zijn verdwenen. Uit de lucht komen vreemde gekleurde ballen vallen die geluidloos openspringen als zij de grond raken. De ballen hebben alle kleuren van de regenboog. In elke bal zit een engel. Groter dan een mens. Zij zijn stralend wit. Ook hun gezichten. Alleen hun ogen schijnen met een gouden gloed en verspreiden overal waar zij kijken een zweem van gele mist. De engelen zijn meer dan drie meter groot. Met machtige ruisende vleugels. Zij gaan de huizen langs en nemen mensen mee. Sommige mensen mogen blijven. Anderen moeten dus meekomen. Samen met de engelen varen de mensen ten hemel. Zij verdwijnen langzaam in de rode gloed die nu boven de aarde hangt.

Ik ga mijn huis weer binnen. Ik wil thuis zijn als er een engel aanbelt.

Om de tijd te doden zet ik de radio aan en hoor vrijwel meteen de stem van God. Een lieve, zachtaardige stem. Hij zegt steeds hetzelfde. Goede mensen moeten mee komen. Slechte mensen blijven achter en zullen het moeilijk gaan krijgen. Echter, voor hen is nog niet alles verloren. Als zij in staat mogen blijken de aarde weer in een paradijs te veranderen zal hij ook hen komen halen. Over een paar miljoen jaar.

God zegt niet wat goed is en wat slecht is. Maar een goed verstaander heeft genoeg aan een half woord. Het woord paradijs zegt mij genoeg.

 

Er belt geen engel aan mijn voordeur. Zij gaan mijn huis voorbij. Ik word niet meegevoerd. Ik ben dus slecht en moet afwachten wat de toekomst mij gaat brengen. Ik hoef niet lang te wachten. De aarde onder mijn voeten begint te trillen en te golven. Ik snel het huis uit. Met donderend geraas storten alle huizen in elkaar. Ik word op de schokkende grond gesmeten. De wolken zijn weer terug. Het is aardedonker geworden. Bliksem doorklieft het zwerk. Regen geselt de puinhopen. Kermend ga ik in knielende houding zitten, gooi mijn hoofd achterover en brul met getormenteerde stem mijn angst en schaamte de lucht in. Het is voorbij!

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Nachtmerriescenario Fukushima.

Toen er nog niets was gebeurd.

Toen er nog niets was gebeurd.

Op 31 december 2013 hebben er twee nucleaire ondergrondse explosies plaats gevonden onder de vernielde kerncentrale van Fukushima. Vermoedelijk heeft er een meltdown plaats gevonden en brandt er nu actief nucleair materiaal door de aardkorst. Dat is dus niet te hopen, want zoiets zou effect kunnen hebben op de gehele planeet. Laten we er maar van uitgaan dat het allemaal mee zal vallen. Wel vind ik het vreemd dat ik dit gebeuren bijna nergens in het actuele nieuws terug vind. Misschien maak ik me zorgen voor niks. Hieronder een vermelding van het incident. Het is afkomstig van de “Fars News Agency”, voor wat het waard is!

“Underground Nuclear Explosion at Crippled Japan Atomic Plant Shocks World
Underground Nuclear Explosion at Crippled Japan Atomic Plant Shocks World

TEHRAN (FNA)- An edict issued from the Office of the Russian President said a series of underground nuclear explosions occurred at Japan’s Fukushima Daiichi Aomic plant on 31 December.

The edict issued to all Ministries of the Russian Government ordered that all “past, present and future” information relating to Japan’s Fukushima Daiichi nuclear disaster now be rated at the highest classification level “Of Special Importance”, stressing that this condition is “immediately and urgently needed” due to a series of underground nuclear explosions occurring at this crippled atomic plant on 31 December as confirmed by the Ministry of Defense (MoD).

“Of Special Importance” is Russia’s highest classification level and refers to information which, if released, would cause damage to the entire Russian Federation, Whatdoesitmean.com reported.

The Fukushima Daiichi nuclear disaster was a catastrophic failure at the Fukushima I Nuclear Power Plant on 11 March 2011. The failure occurred when the plant was hit by a tsunami triggered by the 9.0 magnitude Tōhoku earthquake.

The plant began releasing substantial amounts of radioactive materials beginning on 12 March 2011 becoming the largest nuclear incident since the 1986 Chernobyl disaster and the second (with Chernobyl) to measure at the highest Level 7 on the International Nuclear Event Scale (INES).

According to the report, MoD “assests” associated with the Red Banner Pacific Fleet detected two “low-level” underground atomic explosions occurring in the Fukushima disaster zone on 31 December, the first measuring 5.1 magnitude in intensity, followed by a smaller 3.6 magnitude explosion moments later.

The MoD further reports that the 5.1 magnitude event corresponds to the energy equivalent in megatons of TNT of 0.0005, while the 3.6 magnitude event equals 0.0000005.

As a comparison, the MoD states that the atomic bomb dropped on Hiroshima in 1945 by the United States released the equivalent of 16 Kilotons = 0.016 megatons of TNT, about the energy equivalent of a magnitude 6 earthquake, and the largest hydrogen bomb ever detonated was the Tsar bomb, a device exploded by the Soviet Union on 30 October 1961, with an energy equivalent of about 50 megatons of TNT.

Important to note, this report continues, was that the architect of Fukushima Daiichi Reactor 3, Uehara Haruo, warned on 17 November 2011 warned that a “China Syndrome” (aka: Hydrovolcanic Explosion) was “inevitable” due to the melted atomic fuel that had escaped the container vessel and was now burning through the earth.

The MoD further reports that evidence that these underground nuclear explosions were about to occur began after mysterious steam plumes were first spotted on 19 December for a short period of time, then again on 24, 25, 27 December, and confirmed by a report Tokyo Electric Power Company (TEPCO) published on its website.

Most curious to note, this report continues, is that the United States appears to have had a more advanced notice of these underground nuclear explosions as evidenced by their purchase earlier this month (6 December) of 14 million doses of potassium iodide, the compound that protects the body from radioactive poisoning in the aftermath of severe nuclear accidents, to be delivered before the beginning of February 2014.

With experts now estimating that the wave of radiation from Fukushima will be 10-times bigger than all of the radiation from the entire world’s nuclear tests throughout history combined, and with new reports stating that dangerous radiation levels have been detected in snows found in Texas, Colorado and Missouri, this MoD report warns the US, indeed, is going to face the severest consequences of this historic, and seemingly unstoppable, nuclear disaster.

And not just to human beings either is this nuclear disaster unfolding either, this report grimly warns, but also to all biological systems as new reports coming from the United States western coastal areas are now detailing the mass deaths of seals, sea lions, polar bears, bald eagles, sea stars, turtles, king and sockeye salmon, herring, anchovies, and sardines due to Fukishima radiation.

As to the American people being allowed to know the full and horrific mass death event now unfolding around them, this report warns, is not be as the Obama regime has, in effect, ordered all of their mainstream news media organs not to report it, and as recently confirmed by former MSNBC host Cenk Uygur who was told not to warn the public about the danger posed by the meltdown at the Fukushima nuclear plant during his time as a host on the cable network.

And with Russian experts now warning that as Fukushima pollution spreads all over Earth (as large amounts of fish, seaweeds, and everything in ocean has been already been polluted, and these products are the main danger for mankind as they can end up being eaten by people on a massive scale) this report warns that Putin’s order to classify all information relating to this nuclear mass death event “Of Special Importance” is vital to protect the economic and social stability interests of the Russian Federation as this global catastrophe continues to worsen by the day.”

Tot zover het bericht. Nogmaals ik denk er het mijne van, want wat kan je vandaag de dag nog geloven. Maar desalniettemin is individuele verhoogde waakzaamheid aan de orde, denk ik.

Nb. Gezien de struisvogelachtige a-vitale houding die de wereldburger zich gedurende de laatste vijf decennia heeft laten aanmeten door een tsunami aan luxe en welvaart is de ontkenning van een zich ontwikkelende ramp een voor de hand liggende zaak. Het gebrek aan echte betrokkenheid bij de werkelijk belangrijke zaken op deze planeet, de onwil om te komen tot een eerlijke en solide zelfkritiek en een effectieve commerciele hersenspoeling verhindert de “moderne” westerse mens de weerbarstige realiteit onder ogen te zien. De ramp die zich in Japan voltrekt is van buitenproportionele dimensies en wij slapen lekker verder. Ik zou zeggen, welterusten en droom maar lekker verder over geld, macht en aanzien.

Als u,  desalniettemin, toch geinteresseerd bent in “The Japan Syndrome” hieronder nog een paar links naar wat relevante informatie:

Klik om toegang te krijgen tot FukushimaBackgroundPaper.pdf

http://en.wikipedia.org/wiki/Nuclear_meltdown

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Verwonder u over de werkelijkheid! Leonard Susskind vertelt over de wereld als een hologram.

Het is makkelijk te volgen, terwijl het tegelijkertijd aantoont, zoals prof. Susskind aan het eind van zijn lezing ook zegt, dat de mens al een heel eind is gekomen in het begrijpen van de werkelijkheid waarvan hijzelf deel uitmaakt. De wiskunde achter dit verhaal is enorm!

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized